37 research outputs found
Alkmaar Bagijnenstraat 2: Architect Prof. Ir. Piet Hendricus Tauber
In het stadscentrum van Alkmaar ten westen van de Grote Kerk staat het regiokantoor van de ABN AMRO aan de Bagijnenstraat 2. Het gebied rondom de Grote Kerk omvat het oudste gedeelte van het centrum van Alkmaar en is een locatie omringd door monumentale en kenmerkende architectuur. Het grijs-roze natuurstenen bankgebouw is het resultaat van een ingrijpende transformatie van het oude postkantoor. In 1960 ontwierp de Alkmaarse professor en architect Piet Hendricus Tauber het postkantoor en in 1994 maakte hij voor hetzelfde pand een nieuw ontwerp in opdracht van ABN AMRO. Tauber groeide op in twee generaties van architectuurstromingen met aan de ene kant de opkomst van de modernisten, die zich tegen de traditionele vormen en opvatting over de architectuur verzetten, en aan de andere kant de traditionele architectuur waar vakmanschap centraal staat. Tauber kreeg van kinds af aan het vakmanschap van het bouwen mee doordat hij opgroeide in een ambachtsfamilie, waarbij zijn vader meester metselaar en bouwopzichter was. Echter tijdens zijn opleiding in Delft maakte hij kennis met de modernistische architectuur en het streven naar vernieuwing. In veel van Tauber zijn latere werken stelde hij vakmanschap boven alles en was hij zowel traditioneel qua vormgeving als modern omdat hij hierbij geen beroep deed op historische vormen. Het doel van dit onderzoek is om het ontwerp voor het postkantoor en het bankgebouw van Tauber in zijn tijd en locatie te plaatsen. Hierbij wordt voortgebouwd op bestaande literatuur over de geschiedenis van Alkmaar en de bibliografie over Piet Tauber. In dit onderzoek zal aanvullend worden ingegaan op het ontwerp en ontwerpkeuzes voor het postkantoor en het bankgebouw. Met behulp van interviews met Frans Tauber en Robert Koppes is er extra informatie verzameld over de beide projecten. Frans Tauber is de zoon van Piet Tauber en de interieurarchitect van de transformatie tot het ABN AMRO kantoor. Robert Koppes was de projectleider bij Tauber Architecten voor de transformatie van het postkantoor tot het ABN AMRO kantoor. Later, in 2015, heeft Robert in opdracht van ABN AMRO met Koppes Bouwkunde het interieur heringericht en het gehele pand verduurzaamd (energie- en CO2-neutraal). Het onderzoek begint met de achtergrond van Piet Tauber en de achtergrond van zijn vader Hendricus Tauber en wordt vervolgd met onderzoek naar de jeugd en studietijd van Piet, de start van zijn eigen bedrijf ‘Tauber Architecten’ en zijn theorie ‘Bouwen naar opdracht’. Verder wordt ingegaan op de Alkmaarse geschiedenis, in het kort de stedelijke groei en ontwikkeling van vanaf de 10e eeuw. Daarna worden de verschillende plannen voor de herontwikkeling van de historische binnenstad in de 20e eeuw beschreven. Na het literatuuronderzoek wordt er dieper ingegaan op de ontwerpen van het postkantoor en het ABN AMRO kantoor.AR2A011Architecture, Urbanism and Building Science
Langs de Alumni Walk of Fame: deze historische W&S Alumnus: Prof. Dr. Ir. Hendricus J. van der Maas
De TU Delft heeft in het kader van haar 180-jarig bestaan (1842 – 2022) in oktober 2022 een aantal nieuwe plaquettes geplaatst op haar campus langs de Mekelweg. De locatie wordt aangeduid met “Walk of Fame”. De plaquettes langs deze walk of Fame eren zowel zogenaamde TU Delft “Historische Alumni” en TU Delft “Hedendaagse Alumni”. Hierbij springt de naam van één der geplaquetteerde historische alumni direct in het oog: die van prof.dr.ir. Hendricus Jacobus van der Maas. Een naam die in de Nederlandse Luchtvaart- en Ruimtevaartgemeenschap bij voortduring met groot respect wordt genoemd. Maar een naam ook die binnen de faculteit waarbinnen hij in 1923 afstudeerde weinig Aha-Erlebnisse oproept. Wel bij LR en ver daarbuiten geëerd, maar bij 3mE vergeten? Hoog tijd dan ook om aandacht te besteden aan deze historische alumnus van onze eigen faculteit 3mE – een alumnus waarlijk nulli secundus....Mechanical, Maritime and Materials EngineeringPrecision and Microsystems Engineering (PME
Exploration of a new therapy for lung cancer
Non-small cell lung cancer (NSCLC) is an inherently insensetive tumor to many types of treatment. In early stages of disease it is treated by surgery. When sugery is not possible, radiation is the standard treatment for locally inoperable NSCLC. In recent years combination treatments of radiation chemotherapy have been used to improve survival in locally inoperable NSCLC. Several randomized studies in this group of patients show, indeed, doubling of the 2-year survival. ...
Zie: Summary and concusions
Early lung cancer detection by low-dose CT screening: Therapeutic implications
Introduction: Lung cancer screening by low-dose chest computed tomography is currently implemented in the U.S. After implementation of screening, a stage shift may be observed from around 15% stage I non-small cell lung cancers (NSCLCs) in routine clinical practice to up to 70% in screening patients. This indicates a move in treatment options from advanced to early lung cancers, especially in those with small suspected intrapulmonary nodules. Areas covered: We have reviewed the current status of lung cancer screening from the different randomized controlled lung cancer screening studies and the clinical evidence so far for both surgical and non-surgical treatment options for (screen-detected) stage I NSCLC. Furthermore, we provide a step-wise approach for the treatment of stage I NSCLC. Expert Commentary: Recommended treatment for stage I NSCLC remains (VATS) lobectomy in case of a medically operable patient, VATS sublobar resection for subcentimeter nodules, and SBRT otherwise. Currently, there is too limited evidence for the value of ablative techniques in curative treatment of early stage NSCLC. Therefore, these therapies should only be used in expert centers for selected patients in clinical studies
Resistance mechanisms in lung cancer patients with EGFR or ALK aberrations treated with kinase inhibitors
In dit proefschrift hebben we ons gefocust op het vinden van nieuwe resistentie mechanismen bij patiënten die behandeld zijn met afatinib indien zij een EGFR mutatie hadden en met crizotinib indien zij een ALK breuk hadden. Bij onderzoek van de literatuur vonden we voor afatinib als mechanismen van resistentie een extra mutatie in EGFR (V834I), MET en FGFR1 amplificatie, activatie van IL6R/JAK1/STAT3, Src en autofagie, en verandering van glycolyse. Bij crizotinib vonden we ALK ‘gatekeeper’ mutaties, activatie van EGFR, mutaties in KRAS, autofagie en epitheliaal-mesenchymale transitie (EMT). Deze bevindingen hebben er toe geleid dat we wilden proberen uit te zoeken of de betreffende resistentie mechanismen ook voorkomen bij patiënten die resistent zijn geworden tegen de betreffende doelgerichte therapieën. Bij de afatinib behandelde patiënten vonden we met name mutaties in de signaal transductie paden van Wnt en PI3K-AKT door DNA (exome) sequentie analyse te doen op biopten voor en na therapie. Bij de patiënten die behandeld zijn met crizotinib hebben we gebruik gemaakt van exome en RNA sequentie analyse. Hierbij vonden we bij exome sequentie analyse met name mutaties in de signaal transductie paden die betrokken zijn bij EMT. RNA sequentie analyse leverde geen nieuwe inzichten op. Het belangrijkste wat we bij crizotinib behandelde patiënten hebben gevonden, is dat wanneer er geen eiwit expressie wordt gezien in een dichotome immunohistochemische test, er geen respons op therapie wordt gezien. Patiënten met een ALK breuk bij FISH analyse, maar zonder eiwit expressie bij ALK-IHC moeten dus niet behandeld worden met crizotinib en anderzijds heeft de ALK-FISH test dus geen meerwaarde. We kunnen bij ALK testing dus volstaan met ALK-IHC
Redactioneel OverHolland 21
Deze aflevering van OverHolland gaat over de waterhuishouding in het gebied van de Randstad Holland, het gebied tussen de Maas en het IJ, de duinen langs de Noordzee en de Utrechtse Heuvelrug. Aanleiding daartoe is een unieke, vierbladige kaart, schaal 1: 50.000, die in 1901 van de pers rolde: de Polderkaart van de landen tusschen Maas en IJ, vervaardigd door Willem Hendricus Hoekwater (1865-1956), onderwijzer te Amsterdam. Nooit eerder was er een compleet overzicht gemaakt van het watersysteem in dit gebied, dat vrijwel geheel onder de zeespiegel ligt en als de motor van de Nederlandse economie wordt beschouwd. Het is het meest verstedelijkte en dichtst bevolkte deel van het land. De kaart van Hoekwater laat zien uit welke waterstaatkundige eenheden het gebied bestond en hoe die eenheden uitboezemden op de buitenwateren. Ook grafisch is de kaart opmerkelijk. Via gradaties in de kleuren van de verschillende boezemgebieden is de loop van het water naar de uitwateringspunten te volgen.History, Form & Aesthetic
