1,858 research outputs found
Consumer responses to risk-benefit information about food
Communication about the healthiness of consuming different food products has typically involved either health messages about the associated risks or benefits. In reality, consumption decisions often involve consumers “trading-off” the risks and benefits associated with the consumption of a particular food product. If consumers are to make informed choices about food consumption, they may need to simultaneously understand both risk and benefit information associated with consuming different foods. However, it is not known how this potentially conflicting information can best be communicated. Effective risk-benefit communication is also important because, increasingly, risk assessment and regulatory decision-making is focused on risk and benefit associated with a specific food issue, which will also need to be communicated to consumers. This thesis therefore examines consumer responses to information about both risks and benefits associated with food, in order to provide insights into effective ways to communicate this information. For this purpose, three lines of research are explored: (1) consumer perceptions and responses to integrated risk-benefit metrics, (2) potential barriers to effective risk-benefit communication, and (3) consumer responses to communication about risk management practices associated with food hazards. In Chapter 2 consumer preferences regarding several integrated risk-benefit metrics describing the combined impact of risks and benefits associated with food consumption on health are qualitatively explored. Chapter 3 examines consumer perceptions of quality-adjusted-life-years (QALYs) as a tool for describing the combined impact of risks and benefits associated with food consumption, and in Chapter 4 it is examined whether integrated risk-benefit information in terms of QALYs can facilitate informed decision making for consumers, including how this information can best be presented. The research regarding potential barriers to effective risk-benefit communication focuses on optimism regarding risks and benefits associated with food consumption (Chapter 5), and on the role of initial attitudes on the occurrence of negativity effects after the provision of balanced risk-benefit information (Chapter 6). Finally, the impact of information about risk management practices associated with food hazards on consumer perceptions of food risk management quality are examined (Chapter 7). Overall, the results of this thesis provide useful insights for the development of effective risk-benefit communication, including the communication of information about integrated risk-benefit assessments, and for the development of effective ways to communicate about risk management practices associated with food hazards. <br/
Nadere verkenning Groene Dollard Dijk : een civieltechnische, juridische en maatschappelijke verkenning naar de haalbaarheid van een brede groene dijk en mogelijke kleiwinning uit de kwelders
In dit rapport worden de mogelijkheden voor een brede groene dijk langs de Dollard nader verkend. Zo’n brede groene dijk heeft een met klei en gras bekleed flauw buitentalud dat geleidelijk over gaat in de voorliggende kwelders. Door het flauwe talud en de dikke klei laag is geen asfalt of steenbekleding nodig. Een Groene Dollard Dijk is veilig en past goed in het Waddenlandschap. Wel neemt een brede groene dijk meer ruimte in beslag en is er meer klei nodig dan voor een traditionele dijk. Dit rapport schetst de civieltechnische aspecten, de kosten en de baten van de Groene Dollard Dijk, en de juridische implicaties van de implementatie van een brede groene dijk. Ook worden de eerste bevindingen gegeven van het proces waarin met eigenaren en beheerders van de kwelders wordt gezocht naar geschikte locaties voor kleiwinning. Tenslotte worden ervaringen met het (cyclisch) winnen van klei samengevat
Kruinhoogteberekening en versterkingsalternatieven voor de dijk te Terschelling
In deze nota wordt de dijk te Terschelling qua hoogte getoetst aan het vereiste veiligheidsnivo, uitgaande van de herziene basispeilen, herziene randvoorwaarden voor de golfrandvoorwaarden voor de golfaanval en aktueel gemeten bestaande kruinhoogten. Daar waar de dijk niet voldoet worden alternatieven gegeven voor de benodigde dijkversterkinge
Schadeverwachting zandasfaltbekleding binnentalud dijk Enkhuizen - Lelystad
De Houtribdijk verbindt Lelystad met Enkhuizen en vormt aldus de noordoostelijke begrenzing van de toekomstige Markerwaard. Bij de aanleg van de dijk (1963 - 1975) werd ervan uitgegaan, dat de oeververdediging aan de Markermeerzijde spoedig overbodig zou zijn door de aanleg van de Markerwaard. De "binnenbekleding" werd dan ook relatief licht uitgevoerd. Anno 1988 is er nog geen aanzet geweest tot inpoldering van de Markerwaard en het ziet er naar uit dat het project niet binnen afzienbare tijd uitgevoerd zal worden. De binnenbekleding, die nu al circa 15 jaar dienst doet, zal dus voorlopig nog mee moeten. Het probleem doet zich nu echter voor, dat deze lichte bekleding een steeds verder voortschrijdende schadeontwikkeling vertoont. De hoeveelheid onderhoud neemt jaarlijks toe. De beheerders van de dijk (Rijkswaterstaat) Zijn dan ook geïnteresseerd in de schadeverwachting aan de binnenbekleding, en met name de schadeverwachting aan de zandasfaltbekleding op het binnentalud van de dijk, in verband met een nog op te stellen onderhoudsstrategie voor de binnenbekleding van de dijk.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Erosie van een dijk na bezwijken van de steenzetting door golven
Een van de deelprojecten van het meerjarig onderzoeksprogramma \u93Sterkte & Belastingen Waterkeringen (SBW)\u94 is SBW-reststerkte. In dat kader is in 2010 grootschalig modelonderzoek uitgevoerd in de Deltagoot met een 8,5 m hoge dijk op prototypeschaal, bestaande uit een 80 cm dikke kleilaag op een zandkern (Wolters e.a. 2011). Onder de waterlijn was het talud verdedigd met een steenzetting, op de waterlijn was een berm aanwezig met asfalt op staalslakken, en daarboven gras. In dit onderzoek is de erosie van de kleilaag en de zandkern van de dijk gemeten, nadat schade is opgetreden aan de steenzetting. Dit rapport beschrijft de analyse van de resultaten van die proeven. Het doel van het onderzoek is de kwantificering van de erosie van een dijklichaam bestaande uit een kleilaag op een zandkern onder invloed van golven. De erosie van de dijk als functie van de tijd geeft de benodigde informatie om de reststerkte te bepalen. De complexiteit van het onderwerp maakt het nodig verschillende onderzoeksmethoden in te zetten: \u95 Theoretische analyse van het proces en voorlopige kwantificering op basis van bestaande kennis over de waterbeweging. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat de erosie steeds verder voortschrijdt, en dus het profiel van de dijk verandert. \u95 Theoretische analyse van het proces vanuit de invalshoek van de grond. \u95 Numerieke berekeningen van de waterbeweging op de dijk met ComFlow, gericht op het verkrijgen van inzicht in de verandering van de waterbeweging naarmate de erosie voortschrijdt. \u95 Numerieke berekeningen van de waterbeweging in de klei met Pluto, gericht op het vaststellen van de belangrijkste eigenschappen die relevant zijn voor erosie. \u95 Numerieke berekeningen van de erosie van zand met Durosta, waarbij de eroderende dijk vergeleken wordt met duinafslag. \u95 Analyse van alle relevante grootschalige modelonderzoeken tot nu toe, gericht op het vinden van een empirische relatie voor de erosie als functie van de tijd. De analyse heeft geleid tot een set praktisch toepasbare formules waarmee de reststerkte van de kleilaag en het dijklichaam kan worden berekend. De formules geven de relatie tussen enerzijds het volume dat als functie van de tijd erodeert en anderzijds de geometrie van de dijk en de golfcondities. Een opmerkelijk resultaat is dat de kwaliteit van de klei of keileem een verwaarloosbare invloed heeft op de erosie, binnen de range van onderzochte keileem en kleisoorten. Waarschijnlijk is het voorkomen van zandinsluitingen en zandlenzen veel belangrijker dan de andere eigenschappen van de klei en was de mate waarin deze voorkomen in de onderzochte klei niet erg verschillend.Reststerkt
Eenduidige rekenmethode voor multifunctionele dijk
Multif unctionele waterkeringen beschermen niet alleen het achterland tegen overstromingen (primair), maar hebben vaak een tweede belangrijke functie (secundair). Denk aan bebouwing op of in een dijk. De secundaire functie komt voort uit de toenemende druk op de ruimtelijke ontwikkeling in en rond steden aan het water. lnteressant is het als de verschillende functies constructief zijn te combineren. Dit vraagt echter om een eenduidige rekenmethode.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Erosie van een dijk na bezwijken van de steenzetting door golven SBW reststerkte: Analyse Deltagootproeven
Een van de deelprojecten van het meerjarig onderzoeksprogramma \u93Sterkte & Belastingen Waterkeringen (SBW)\u94 is SBW-reststerkte. In dat kader is in 2010 grootschalig modelonderzoek uitgevoerd in de Deltagoot met een 8,5 m hoge dijk op prototypeschaal, bestaande uit een 80 cm dikke kleilaag op een zandkern (Wolters e.a. 2011). Onder de waterlijn was het talud verdedigd met een steenzetting, op de waterlijn was een berm aanwezig met asfalt op staalslakken, en daarboven gras. In dit onderzoek is de erosie van de kleilaag en de zandkern van de dijk gemeten, nadat schade is opgetreden aan de steenzetting. Dit rapport beschrijft de analyse van de resultaten van die proeven. Het doel van het onderzoek is de kwantificering van de erosie van een dijklichaam bestaande uit een kleilaag op een zandkern onder invloed van golven. De erosie van de dijk als functie van de tijd geeft de benodigde informatie om de reststerkte te bepalen. De complexiteit van het onderwerp maakt het nodig verschillende onderzoeksmethoden in te zetten: \u95 Theoretische analyse van het proces en voorlopige kwantificering op basis van bestaande kennis over de waterbeweging. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat de erosie steeds verder voortschrijdt, en dus het profiel van de dijk verandert. \u95 Theoretische analyse van het proces vanuit de invalshoek van de grond. \u95 Numerieke berekeningen van de waterbeweging op de dijk met ComFlow, gericht op het verkrijgen van inzicht in de verandering van de waterbeweging naarmate de erosie voortschrijdt. \u95 Numerieke berekeningen van de waterbeweging in de klei met Pluto, gericht op het vaststellen van de belangrijkste eigenschappen die relevant zijn voor erosie. \u95 Numerieke berekeningen van de erosie van zand met Durosta, waarbij de eroderende dijk vergeleken wordt met duinafslag. \u95 Analyse van alle relevante grootschalige modelonderzoeken tot nu toe, gericht op het vinden van een empirische relatie voor de erosie als functie van de tijd. De analyse heeft geleid tot een set praktisch toepasbare formules waarmee de reststerkte van de kleilaag en het dijklichaam kan worden berekend. De formules geven de relatie tussen enerzijds het volume dat als functie van de tijd erodeert en anderzijds de geometrie van de dijk en de golfcondities. Een opmerkelijk resultaat is dat de kwaliteit van de klei of keileem een verwaarloosbare invloed heeft op de erosie, binnen de range van onderzochte keileem en kleisoorten. Waarschijnlijk is het voorkomen van zandinsluitingen en zandlenzen veel belangrijker dan de andere eigenschappen van de klei en was de mate waarin deze voorkomen in de onderzochte klei niet erg verschillend.Steenzettinge
De dijk van de toekomst ?: Quick scan doorbraakvrije dijken
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat presenteert eind dit jaar in het ontwerp Nationaal Waterplan de hoofdlijnen van het waterveiligheidsbeleid voor de 21e eeuw. Een van de vragen die voorligt is of de veiligheidsnormen aanpassing behoeven. Een andere vraag is hoe de gevolgen van een ramp te beperken zijn. Als onderdeel van deze discussie hebben verschillende partijen de vraag gesteld of het mogelijk is een dijk te maken die praktisch niet kan doorbreken, zodat een catastrofale overstroming is uitgesloten. Zo'n doorbraakvrije dijk neemt weliswaar meer ruimte in beslag en kost meer geld, maar daartegenover staat een groot voordeel: de dreiging van een overstromingsramp met enorme schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting valt weg. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft gevraagd inzichtelijk te maken of het concept van doorbraakvrije dijken realistisch is: welke aanpassingen vereist het doorbraakvrij maken van onze dijken, hoeveel ruimte is daarvoor nodig en hoe hoog zijn de kosten? Deze vragen zijn op hoofdlijnen beantwoord via deze quick scan
Reststerkte van een dijk met steenzetting op de kleilaag, meetverslag deltagootprioeven SBW-reststerkte
(SBW), gefinancierd door Rijkswaterstaat, is een experimenteel onderzoek uitgevoerd naar de reststerkte van een dijk. Het doel van het onderzoek was het meten van de tijdsduur tussen het ontstaan van schade aan de steenzetting door golven, en het doorbreken van de dijk. Daartoe is een dijk in de Deltagoot van Deltares gebouwd, met een steenbekleding en kleilaag tot halverwege de buitenzijde en gras op klei daarboven. Voor het onderzoek is klei met gras gebruikt uit een bestaande dijk in Ferwert en klei vanonder een steenzetting (Oosterlandpolderdijk). Met een hydraulische kraan werden stalen bakken zonder bodem in de klei gedrukt, waarna de klei eromheen werd weggegraven en een stalen plaat eronder geschoven. De kleiblokken (van 2x2x0,8 m3) zijn vervolgens vervoerd naar de Deltagoot en in 'ongeroerde' staat aangebracht in de modelopstelling. Tijdens de proeven is eerste stap voor stap de golfhoogte verhoogd totdat schade aan de steenzetting ontstond. Vervolgens is met deze golfhoogte een aantal proeven uitgevoerd waarbij steeds na een bepaalde tijd golven het erosieprofiel is opgemeten. Als laatste deel van het onderzoek is de erosie gemeten bij een wat verlaagde waterstand. De werkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode van maart tot augustus 2010. In dit meetrapport zijn alleen de belangrijkste resultaten opgevoerd. Een uitgebreide analyse volgt in een apart verslag (2011).Reststerkt
Samenvattend grondradaronderzoek aan de filterconstructie Spijkse dijk
Een aantal rivierdijken is aan de binnenzijde voorzien van een diepdrainage ook wel filterconstructie genaamd. Het controleren van zo'n constructie dient plaats te vinden als het filter geen water afvoert; deze controle mag de dijk met het filter niet beschadigen. In opdracht van werkgroep 2 van de T.A.W. is onderzoek verricht aan een filter van de Spijkse dijk; dit project heeft tot doel het vaststellen van de geschiktheid van grondradar voor het controleren van dit soort drainagesystemen. Er is op twee locaties gemeten, waarvan één plek als verdacht tevoorschijn gekomen was uit vorig onderzoek. Er is zowel in de waterafvoerende situatie als in de droogliggende toestand gemeten. De gebruikte radarfrequentie was 300 MHz. De resultaten zijn hoopgevend. In de waterafvoerende situatie is de grondwaterstand zeer goed waarneembaar en geven de beide locaties een duidelijk verschil op het grensvlak tussen filter en oorspronkelijk dijklichaam; in de droge toestand zijn enkele grondlagen goed herkenbaar en is er een duidelijk verschil tussen de beide locaties. De algemene conclusie van dit onderzoek is dat grondradar voor deze toepassing zeker perspectieven biedt. Een nader grondradaronderzoek bij zeer lage grondwaterstand (rivierpeil) en met een antenne met een lagere zendfrequentie (80 MHz geeft een diepere penentratie dan 300 MHz) kan in combinatie met een destructieve controle van het filter op een goede en een verdachte plek een definitieve uitspraak over de toepasbaarheid van grondradar voor controle van drainagesystemen van rivierdijken bewerkstelligen.TAW/EN
- …
