750 research outputs found

    Verslag van de commissie Lorentz (gevolgen afsluiting Zuiderzee op het getij)

    No full text
    Verslag van de staatscommissie met opdracht te onderzoeken in hoeverre, als gevolg de afsluiting van de Zuiderzee te verwachten is dat tijdens storm hogere waterstanden en een grotere golfoploop, dan thans het geval is, zullen voorkomen vóór de kust van het vaste land van Noord-Holland, Friesland en Groningen, alsmede vóór de daarvoor gelegen Noordzee-eilanden. Beschrijving van de stormvloeden in de periode 1824-1926. Opzet van tweedimensionale getijberekeningen voor de Waddenzee, golfoploopberekeningen.Zuiderzeewerke

    50 jaar vereniging van ingenieurs van de Rijkswaterstaat en de Zuiderzeewerken 1918-1969

    No full text
    Viertal toespraken ter gelegenehid van het 50-jarig bestaan van de Verenig ing van Ingenieurs van de Rijkswaterstaat en de Zuiderzeewerken, gehouden op donderdag 26 september 1968 in de schouwburg te Middelburg

    Verfverwijdering door inslag van één staaldeeltje

    No full text
    Gritstralen is een verfverwijderingstechniek, die gebaseerd is op de inslagen van kleine, hoekige deeltjes op een verfoppervlak. Om een efficiënter gebruik van straalmiddel mogelijk te maken, moet fundamenteel onderzoek worden gedaan naar het verfverwijderingsmechanisme. I n deze studie is gekeken welke invloed deeltjesvorm, massa, snelheid en inslaghoek op het verfverwijderingsproces hebben. Staaldeeltjes met verschillende vormen zijn op hun mate van verfverwijdering bekeken. Daarna zijn met stukjes afgeknipt staaldraad inslagexperimenten uitgevoerd door het deeltje onder verschillende hoeken af te schieten op een verflaag. Hierbij zijn de massa's gevarieerd van 10.5 mg tot 35.7 mg en de snelheden zijn gevarieerd tot 50 m/s. Ook de verflaagdikte is gevarieerd van 168 tot 324 fim. Na analyse van de inslagkraters onder de microscoop zijn de kraters onderzocht met behulp van een micro focus sensor. Door de sensor wordt de hele krater in beeld gebracht. Hierdoor is het mogelijk het wandoppervlak van de krater en zijn volume te berekenen. Er is bekeken of er een verband bestaat tussen wandoppervlak of volume van de krater en de ingeslagen kinetische energie. Het blijkt dat er een lineair verband bestaat tussen het verbroken oppervlak en de ingeslagen kinetische energie. De optimale hoek voor het verbreken van oppervlak ligt rond de 40°. Het verband tussen het verbroken oppervlak en de kinetische energie van het deeltje komt goed overeen met de dimensieanalyse, als de bindingsenergie per oppervlakte-eenheid de relevante stofeigenschap van de verf is.Kramers Laboratorium voor Fysische TechnologieApplied Science

    Het boren van tunnels in Nederland: Het bepalen van de besturingsparameters voor een Hydroschild tunnelboormachine

    No full text
    Voor het boren van tunnels in Nederland komen verschillende technieken in aanmerking, zoals het vloeistof- en het gronddrukbalansschild. De eerste tunnel die in Nederland geboord zal worden is de Tweede Heinenoordtunnel en deze zal tevens als onderzoeksproject dienen. Omdat het grootste gedeelte van het te boren traject uit zandige grondsoorten bestaat is gekozen voor de Hydroschild tunnelboormachine. Dit is een stalen cylinder die aan de voorkant de grond ontgraaft en tegelijkertijd de grond bij het boorfront met een vloeistof (bentometsuspensie) ondersteunt. Omdat een dergelijk tunnelboorproject in Nederland nog niet is uitgevoerd, is op het gebied van het boren van tunnels in Nederland weinig literatuur beschikbaar, waarin methoden beschreven staan waarmee de besturingsparameters van de tunnelboormachine (TBM) bepaald kunnen worden. Deze besturingsparameters zijn o.a.: de steundruk van de vloeistof om het boorfront te ondersteunen, de krachten om de machine voort te kunnen bewegen en het koppel dat nodig is om de grond te ontgraven. In dit rapport is naar oplossingen gezocht om de besturingsparameters te bepalen. Gebruik is gemaakt van theorien die toegepast worden bij andere vakgebieden, zoals het baggeren, diepwanden en grondkerende constructies. Deze bestaande theorien zijn aangepast aan het tunnelboorproces. Voor drie grondprofielen op het trace van de Heinenoordtunnel zijn berekeningen uitgevoerd. Tijdens de aanleg van de tunnel zal door metingen moeten blijken of de in dit rapport opgestelde rekenmethoden juist zijn. Uit de berekeningen in dit rapport komt het volgende naar voren: de steundruk van de vloeistof, die nodig is om het boorfront te ondersteunen, is voornamelijk afhankelijk van de stijghoogte van het porienwater in de grond waarin geboort wordt. De krachten die nodig zijn om de machine voort te bewegen, zijn voor het grootste deel afhankelijk zijn van de steundruk van de vloeistof. het koppel dat nodig is om de grond te ontgraven, is voornamelijk afhankelijk van de hoek van inwendige wrijving van de grond die ontgraven wordt. Uit controle berekeningen lijkt dat de orde van grootte van de uitkomsten in dit rapport goed zijn. De berekeningen zullen echter pas getoetst kunnen worden als de tunnel geboord wordt. Tijdens het boren zullen talrijke metingen verricht worden, die gebruikt kunnen worden om de resultaten in dit rapport te toetsen. Afhankelijk van de grootte van de afwijkingen tussen de predicties (in dit rapport) en de metingen, zal aanvullend onderzoek nodig zijn.Geo-engineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Wiskundige geometrische modellen: opkomst, erfgoed, ontwikkeling

    No full text
    In het jaar 1816 formuleerde de Franse wiskundige J.D. Gergonne het volgende probleem: beschouw een familie van oppervlakken welke aan boven- en onderzijde zijn opgespannen door twee diagonalen van een kubus, en waarvan de zijranden op zijvlakken van die kubus liggen. Welke vorm heeft de minimale oppervlakte? Dit probleem werd in 1865 door H.A. Schwarz opgelost en geïllustreerd. Het vormde een stimulans voor Schwarz, Felix Klein en andere collega’s om fysieke modellen van wiskundige oplossingen te gaan construeren om zo het gedrag van de wiskundige oplossingen enigszins te kunnen visualiseren en begrijpen. De modellen waren van metaal, van draad, van gips, van hout, van karton.Computational Design and Mechanic

    Aanvaring van waterbouwkundige constructies

    No full text
    In dit rapport wordt een aanvaring van een waterbouwkundige constructie beschreven; met name de interactie tussen een schip en een waterbouwkundige constructie. In eerste instantie wordt uitgegaan van een oneindig stijve constructie, van waaruit een benaderingsmethode wordt gegeven om een scheve aanvaring om te zetten in een frontale aanvaring met wrijving langs de wand van de constructie. Daarna is via een eenvoudig interactie-model bekeken hoe groot de energie-opname van de constructie is t.o.v. de energie-opname door het schip. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de energieopname van de aangevaren constructie klein is, zodat in dit perspectief de constructie als oneindig stijf beschouwd mag worden. Vervolgens wordt via een ander interactie-model bekeken hoe groot de verplaatsingen van de aangevaren constructie bij de aanvaring zijn. Hieruit komt voort dat de belangrijkste parameter de dynamische stijfheid van de grond is en dat de verplaatsingen afhankelijk van het type vervoer over de brug, wegverkeer danwel treinverkeer, de verplaatsingen aanvaardbaar (wegverkeer) of te groot (treinverkeer) zijn. Ten slotte wordt een eerste aanzet gegeven om de betonconstructie te berekenen en is de belangrijkste aanbeveling om tot een richtlijn te komen waarin de snelheden en de krachtvervormingsdiagrammen van de verschillende scheepstypen zijn gegeven.geo-engineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Van aannemer naar aanbieder dankzij BIM: Van projectmatig objectgebaseerd naar een op relaties gebaseerd model

    No full text
    Introductie In de huidige bouw wordt het aanbod geproduceerd vanuit een gefragmenteerde keten waarin samenwerking vaak slechts op basis van projecten bestaat. De markt is echter aan het veranderen en grote opdrachtgevers kiezen steeds vaker voor modernere bouworganisatievormen. Geïntegreerde contractvormen bieden meer ruimte voor geïntegreerde product- en procesontwikkeling en hierbij is de opdrachtnemer zelf verantwoordelijk voor ontwerp en uitvoering. Dit zorgt voor een regievoerende rol die de gecontracteerde partij moet spelen. De informatieuitwisseling in de bouw is inefficiënt en brengt een grotere kans op misinterpretaties, fouten en verlies van informatie met zich mee. Hierdoor is deze gebrekkige informatie uitwisseling een bron van faalkosten. De fragmentatie en de gebrekkige informatie- en kennisuitwisseling vormen een barriére voor de ontwikkeling van een integraal en dynamisch aanbod in de bouw. Via het werken met bouw informatie modellen (BIM) moet dit tot het verleden behoren. Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van een visie en implementatieplan voor een BIM bij GMB. De veronderstelling is dat GMB door gebruik te maken van een BIM een integraal en dynamisch eindproduct kan aanbieden. De hoofdvraag die vervolgens gesteld wordt is hoe GMB dit kan bereiken. Aanbod gedreven markt Door marktprincipes toe te passen in de bouw kunnen aanbieders integrale en dynamische producten gaan creëeren. Een aanbieder kan een aantrekkelijk aanbod creëeren door betere producten te ontwikkelen of lagere kosten te maken dan de concurrentie. Voor de concurrentiepositie is een bedrijf afhankelijk van de waarde creëerende capaciteit van de gehele keten. De activiteiten in de keten moeten gericht zijn op het leveren van maximale waarde voor de klant. Het is noodzakelijk voor een aanbieder om zich te onderscheiden van de concurrenten en onzekerheden en risico’s voor de klant weg te nemen en hiermee vertrouwen op te bouwen. De bottom-up ontwikkeling van het aanbod zorgt ervoor dat het standaardisatieniveau omhoog zal gaan. Door met partners deel te nemen in producten is er voor partijen geen belemmering om kennis te delen en het proces en product te optimaliseren. Om hierbij de efficiëntie te verhogen kunnen bedrijven geïntegreerd en voor onbepaalde tijd samenwerken in stabiele combinaties. De eindaanbieder moet in staat zijn om producten en diensten van verschillende partijen te integreren in één aanbieding, en de productie en levering van het aanbod voor een individuele klant coördineren. Hij aggregeert en configureert de producten, systemen en diensten uit de keten en treedt op als vertegenwoordiger. Door de variatie van klantbehoeften is heldere communicatie van informatie en kennis in de keten heel belangrijk. Huidige bouwinformatiemodellen Het bouwproces kent een informatiesysteem dat stuurinformatie geeft aan het reëele systeem. Modellen zijn onderdeel van het informatiesysteem en geven de relevante eigenschappen van de werkelijkheid weer. De huidige programma’s waarmee een BIM gemaakt kan worden zijn gestoeld op parametrische principes. Objectparametrisch CAD gaat uit van 3D parametrische bouwobjecten met parametrische eigenschappen. Objecten en ontwerpen zijn ook te genereren vanuit parametrische processen. Deze objecten bevatten dan echter niet zelf de regels waarmee ze gegenereerd worden. Interoperabiliteit tussen systemen van verschillende partijen is mogelijk door dezelfde software te gebruiken. Er kan dan uitgewisseld worden in merkgebonden bestandsformaten of gebruik gemaakt worden van merkgebonden koppelingen. Met een partij die niet op deze software aan kan sluiten is dan geen directe samenwerking in het model mogelijk. Uitwisseling is dan mogelijk in Industry Foundation Classes (IFC) bestanden, wat door vrijwel elke applicatie ondersteund wordt. Bij het uitwisselen van informatie en bestanden is er een probleem van versiebeheer en gebrek aan overzicht. De informatie is verspreid bij de verschillende partijen aanwezig. Om alle informatie te beheren is met het gebruik van een database het overzichtelijk delen van data mogelijk. Dit geeft voordelen bij het bewaken van de consistentie van informatie en modellen. Dynamisch BIM Het dynamisch BIM is modulair waarbij elke ketenspeler verantwoordelijk is voor zijn module. De relaties en eigenschappen zijn hierin parametrisch gedefinieerd. Met combinaties van dergelijke digitale modules of productfamilies zijn concepten en eindproducten samen te stellen. De productkennis wordt parametrisch vastgelegd in de modellen en wordt zo met de keten gedeeld. Flexfilterconcept In het Flexfilterconcept werkt GMB samen met partners aan een zandfilter voor rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het Flexfilter is modulair opgebouwd. Van de gebouwde exemplaren van het concept kunnen de relaties en variaties vastgelegd worden in het model zodat nieuwe productvariaties hiermee te genereren zijn. De gebruikte regels en relaties in het model moeten ervoor zorgen dat het model parametrisch aan te passen is. In het proces van aanbieding laat het waterschap nog weinig ruimte voor een volledig zelf gespecificeerd ontwerp van de aanbieder. Dit zou met een BIM betekenen dat de voorgeschreven objecten in het model verwerkt moeten worden, in plaats van eigen objecten. Visie en strategie GMB kan in de toekomst haar eigen aanbiedingen ontwerpen en heeft dankzij een BIM samenwerking zelf de kennis van de totaalproducten die zij aanbiedt in huis. Zij integreert de inbreng van co-makers en werkt zo dynamisch mogelijk. De strategie voor GMB om dit te bereiken is concepten ontwikkelen met vaste partners. Een pilot concept beginnen voor een geschikte markt, en ompetenties ontwikkelen, kennis vasthouden, en het concept en de BIMsamenwerking verbeteren. Implementatie Om een BIM te implementeren in de organisatie dient GMB gebruik te gaan maken van een objectparametrisch programma, Revit ligt erg voor de hand. Om waarde/kosten afwegingen snel te kunnen maken dient dit gekoppeld te worden aan een calculatieprogramma. IBIS4BIM is hiervoor geschikt. Verdere uitbreiding van het gebruik van het BIM kan zijn: koppeling met planningssoftware, gebruiken van extensies voor Revit zoals voor parametrisch ontwerp van bruggen, en uitwisseling met Civil3D voor bijvoorbeeld inpassing van een model in de omgeving. Er zijn twee geschikte manieren om een BIM werkwijze op te zetten met andere partijen. De eerste is in een conceptsamenwerking met vaste partners. Hiervoor dient een zo integraal en dynamisch mogelijk BIM systeem opgezet te worden, bijvoorbeeld op basis van Revit. Voor het delen van kennis binnen dergelijke samenwerking is een wiki een geschikt instrument. Een tweede optie is bij geïntegreerde contracten met geschikte partijen voor een aanbieding een BIM samenwerking opzetten op basis van IFC, zodat gezamenlijk een integraal product samengesteld kan worden. Conclusie GMB kan een integraal en dynamisch eindproduct aanbieden door met partners integraal samen te werken en kennis te delen. Producten en productieprocessen moeten met voldoende flexibiliteit worden vastgesteld om van herhaling te leren en kennis te hergebruiken. Hiervoor moeten partners kennis kunnen delen in ontwerp, uitvoering en exploitatie. Met behulp van BIM kan dit door het inrichten van een integraal en dynamisch BIMsysteem bij een conceptsamenwerking met vaste partners. Hiervoor moeten de objecten en relaties bepaald worden en de parameters afgesproken. Partners moeten bij elkaar gaan zitten en het concept en het BIMsysteem telkens verbeteren. Een wiki is hierbij handig voor het vastleggen, beheren en delen van kennis van product en processen, die (nog) niet in het BIM te vatten is.Design and Construction ProcessesCivil Engineering and Geoscience

    Open Steenasfalt: Kennis van de eigenschappen verzameld uit onderzoek uitgevoerd in de periode tot 1984

    No full text
    Gezien het toch al grootschalige gebruik van open steenasfalt in de waterbouw acht werkgroep 4A (asfaltbekledingen) van de Technische Adviescommissie voor de Waterkeringen het belangrijk dat meer duidelijkheid in de eigenschappen van het materiaal wordt verschaft. Met dit rapport, dat een overzicht geeft van de vele onderzoeken die op dit materiaal zijn gedaan, wordt getracht hiertoe een bijdrage te leveren. Allereerst wordt een en ander behandeld m.b.t. open steenasfalt zelf. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de materiaaleigenschappen die van belang zijn voor toepassing in de waterbouw. Dit zijn: - gedrag onder golfaanval - weerstand tegen stromend water - mechanische eigenschappen - stabiliteit - doorlatendheid - weerstand tegen overige belastingen als biologische aantastingen, scheepsaanvaringen, etc. - duurzaamheid CONCLUSIES De belangrijkste conclusie uit het rapport is, dat open steenasfalt, ook onder zware en langdurige belastingen kan worden gebruikt, mits de dimensionering goed is en er geen instabiel steenachtig materiaal frequent (b.v. door golfbeweging) over het talud beweegt. Verder trekt het rapport conclusies over de bovengenoemde materiaaleigenschappen

    De Spoorsingelvariant: Een ontwerp van de tunnelverbinding tussen de metro en de RandstadRail in het centrum van Rotterdam

    No full text
    Uit het 'Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer' blijkt de aanleg van een hoogwaardig vervoerssysteem voor de middellange afstanden in de Zuidvleugel van de randstad noodzakelijk. De oplossing wordt gezocht in het invoeren van een lightrailsysteem, genaamd de RandstadRail, op het traject tussen Den Haag en Rotterdam. De ontwikkeling van de RandstadRail gebeurt in overleg met verschillende marktpartijen. Ballast Nedam Engineering interesseert zich voor de aanleg van de RandstadRail en neemt deel in dit overleg. Hierdoor is ruimte voor studie naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de RandstadRail. Een punt van onderzoek is de aanlanding van de RandstadRail in Rotterdam. Een mogelijke variant gaat via de Spoorsingel. Een van de nog onbeantwoorde vragen is hoe de Spoorsingelvariant technisch te realiseren is en of een fysieke koppeling met de bestaande metrolijn haalbaar is. Vertaald naar een probleemstelling: Is fysieke koppeling van de RandstadRail en het Rotterdams metronet via de Spoorsingelvariant haalbaar en hoe is dit vorm te geven? Het doel van dit rapport is dan ook het presenteren van een ontwerp van de aansluiting van de RandstadRail op de metrolijn in Rotterdam. De vraag naar de haalbaarheid en de vormgeving van de aansluiting is op te lossen in een drietal ontwerpstappen: \u95 Het functioneel ontwerp; waarin ingegaan wordt op de vraag welke eisen aan het ontwerp van de RandstadRail worden gesteld en aan welke randvoorwaarden het ontwerp moet voldoen. \u95 Het ruimtelijk ontwerp; waarin ingegaan wordt op de vraag waar de exacte plaats van de aansluiting is. \u95 Het constructief ontwerp; waarin ingegaan wordt op de vraag hoe de aansluiting constructief te realiseren is.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Het dynamische gedrag van een watertoren onder invloed van sinusvormige en stochastische excitaties

    No full text
    In dit afstudeeronderzoek wordt het dynamische gedrag van een watertoren onder invloed van sinusvormige en stochastische excitaties nagegaan. Het dynamische gedrag wordt analytisch bepaald door de korte-golftheorie.VloeistofmechanicaHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
    corecore