954 research outputs found

    In situ meting van dynamische submicrometer systemen met behulp van quasi-elastische lichtverstrooiing

    No full text
    Tijdens dit afstudeeronderzoek zijn met behulp van quasi-elastische lichtverstrooiing (QELS) twee verschillende dynamische submicrometer-deeltjessystemen in situ in waterige oplossing bestudeerd: de precipitatie van bariumsulfaat (BaSO4) en de vorming van zwavelsolen. Het onderzoek naar de kinetiek van het BaSO4-precipitatieproces is van groot belang voor de offshore olie- en gaswinning, waarin de aankorsting of scaling van dit slecht oplosbare zout, die leidt tot een verminderde produktiviteit van de bron, een groot probleem vormt. Ter preventie van dit probleem worden meestal additieven toegevoegd, die dienen als inhibitoren voor het groeiproces van BaSO4. In het onderzoek is de kinetiek van het homogene en heterogene kiemvormingsproces van BaSO4. In het submicrometergebied onder de loep genomen, waarbij tevens de invloed van het additief PMA-PVS2, een copolymeer van maleïnezuur en vinylsulfonzuur, op het homogene kiemvormingsproces is bestudeerd. De resultaten van dit deel van het onderzoek zijn op een kwalitatieve manier vergeleken met de resultaten van Van der Leeden (1991), wier promotie­onderzoek aan hetzelfde onderwerp was gewijd…Applied SciencesChemische ProcestechnologieDeeltjestechnologi

    Een bouwmethode voor geprefabriceerde betonnen hoogbouw (>200 m)

    No full text
    Een prefab bouwmethode is afhankelijk van verticaal transport. Daarnaast neemt de windsnelheid toe op hoogte. In de scriptie is kwantitatief bepaalt hoe groot de invloed van het transportsysteem is op het bouwproces van prefab betonnen hoogbouw boven de 200 meter. Hiervoor is onderzocht hoe de verticale transporttijd de cyclustijd beïnvloedt en zijn het windverlet op grotere hoogtes en de windgevoeligheid van het transportsysteem bepaald. De casus is uitgevoerd op een fictief gebouw van 200 meter. Hierbij is een hijsloods met verticale transportgeleiding vergeleken met twee hijskranen.Structural EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Richtlijnen voor aanleg en beheer en onderhoud van infiltratie- en percolatievoorzieningen

    No full text
    Rapport opgesteld door de Technische Universiteit Delft, Faculteit Civiele Techniek, Sectie Land- en Waterbeheer in op dracht van Ingenieursbureau Utrecht. Op meer en meer plaatsen wordt voor de afvoer van overtollig regenwater in steden gebruik gemaakt van infiltratie- en percolatievoorzieningen. Van deze voorzieningen zijn ontwerpalternatieven en de dimensionering reeds uitgewerkt, maar met betrekking tot de aanleg en het beheer en onderhoud is nog maar weinig bekend. Het functioneren van infiltratie- en percolatievoorzieningen wordt door een aantal processen bedreigd. Zijn die bedreigingen bekend, dan kan men proberen problemen te voorkomen door een juiste manier van aanleg, een goed beheer en tijdig en voldoende onderhoud. Op verzoek van ingenieursbureau Utrecht zijn hiervoor richtlijnen opgesteld. De richtlijnen die moeten gelden bij aanleg, beheer en onderhoud zijn opgesteld voor de verschillende typen voorzieningen. Deze richtlijnen worden beschreven in dit rapport. Vanwege de beperkte ervaring met deze voorzieningen op langere termijn moet dit rapport worden gezien als een eerste aanzet tot een meer onderbouwde wijze van aanleg en beheer en onderhoud van infiltratie- en percolatievoorzieningen.Water ManagementCivil Engineering and Geoscience

    Herbestemming van de Koepelgevangenis van Breda

    No full text
    Bij mijn afstuderen binnen Explore Lab heb ik onderzoek gedaan naar de herbestemming van gevangenissen en specifiek de Koepelgevangenis van Breda. Dit heb ik uitgewerkt in een ontwerp waarbij het voormalige gevangenisterrein wordt getransformeerd tot omsloten tuin en rustplek in de stad. In het cellengebouw wordt plek gemaakt voor studieruimten, een hotel en meditatieruimten. Een restaurant wordt toegevoegd aan het bestaande gebouw. Centraal in de Koepel komt een stilteruimte, deze wordt als los element in de ruimte geplaatst. Sinds vorig jaar is bekend dat er 19 gevangenissen in Nederland gaan sluiten. Voor deze gevangenissen moet een nieuwe functie worden bedacht. De functie van rustplek in de stad is erg actueel in de hedendaagse 24-uurs maatschappij.Explore LabArchitectureArchitecture and The Built Environmen

    Externaliteiten van Landmarks op woningwaardes

    No full text
    De term Landmark is een veelgebruikt begrip in de stedenbouw. Enkele bekende voorbeelden zijn de Eilffeltoren, Petronas twin-towers en het Opera House in Sydney. In de literatuur zijn er wat discrepanties over de definitie. In dit onderzoek ben ik tot een eigen definitie gekomen: Landmark Buildings zijn iconische gebouwen of objecten die door middel van een afwijkende architectuur een prominente plaats innemen in het stedelijk gebied. Hiermee creëren ze identiteit voor de gebieden waarin ze gelegen zijn. Landmarks kunnen grote positieve effecten op stedelijke gebieden hebben. Deze invloeden staan ook wel bekend als externaliteiten. Volgens de literatuur kunnen Landmark externaliteiten waarde afgeven aan nabijgelegen woningen. Door de financiële crisis van 2008 zijn er minder financiële mogelijkheden vanuit de overheid om te investeren in gebiedsontwikkelingen. Dit is voornamelijk door demografische veranderingen en noodgedwongen bezuinigingen. De investeringen voor deze (her)ontwikkelingen dienen dus vanuit de private sector te komen en om dit aantrekkelijker te maken zal er dus een manier gevonden moeten worden om investeerders aan te trekken. In dit onderzoek heb ik geprobeerd deze positieve externaliteiten voor een tweetal Landmarks te kwantificeren. Een positieve invloed op omliggende woningwaardes zou kunnen bijdragen aan de haalbaarheid van gebiedsontwikkelingen en derhalve interesse van private investeerders. Er werd in dit onderzoek uitgegaan van de volgende hypothese: Externaliteiten (zowel positieve als negatieve) van Landmarks worden gekapitaliseerd in de waarden van het omliggende vastgoed. Op basis van het literatuuronderzoek werd de hoofdvraag als volgt gedefinieerd: In welke mate en onder welke omstandigheden genereren Landmark Buildings externaliteiten en kunnen deze externaliteiten gekwantificeerd worden voor nabijgelegen woningen? Uit het literatuuronderzoek sorteren de deelonderzoeken die zullen bijdragen aan het beantwoorden van de hoofdvraag. Deze zijn: - Welke karakteristieken moeten Landmark Buildings bezitten om positieve externaliteiten af te werpen? - Welk ruimtelijk proces ligt ten grondslag aan deze externaliteiten? Investeerders vinden het vaak lastig om aan deze vooraf gecreëerde identiteit harde Euro’s te koppelen. Internationaal zijn er enkele onderzoeken naar dit onderwerp verricht. Helaas is dit nooit vertaald naar de Nederlandse context. Er is dus een wetenschappelijk hiaat ten aanzien van dit onderwerp. Tevens zijn er in de afgelopen jaren een hoop Landmark initiatieven op financiële gronden afgeblazen (zoals de “Belle van Zuylentoren, de Coolsingeltoren en het Nationaal Historsich Museum). Op zichzelf genomen waren ze dus niet haalbaar, maar op gebiedsniveau (door stijgende vastgoedprijzen) zouden ze wellicht wel haalbaar geweest kunnen zijn.Urban Area DevelopmentReal Estate & HousingArchitectur

    Proefgebieden herstel zoet-zout overgangen in Noord Nederland: Een beschrijving van 18 projecten

    No full text
    In het kader van het project WONS*BRAK doet het Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) langlopend onderzoek naar het herstel van estuariene gradienten (vaak zoet-zout overgangen genaamd) in het Nederlandse kustgebied. Als onderdeel van dit project is een studie naar de betekenis van kleinschalige proefgebieden voor het herstel van zoet-zout overgangen in Nederland uitgevoerd. Voor deze studie zijn in de periode van september tot december 2002 in totaal 33 projecten beschreven en geanalyseerd. Bureau Waardenburg heeft 15 projecten in het Deltagebied beschreven (S. Bouma, S.M. Veen & G.H. Bonhof, 2002). In dit rapport worden 18 projecten in het noorden van Nederland (Groningen, Friesland en Noord-Holland) samengevat. Voor het beschrijven van de proefprojecten is zoveel mogelijk dezelfde indeling en lay-out aangehouden. Per proefproject worden de volgende aspecten beschreven: 1. Kaart van het gebied (met begrenzing van de beheerseenheid en eventuele inrichtingsmaatregelen) 2. (Lucht)foto of inrichtingsschets van het gebied; 3. Samenvattende tabel met gegevens over locatie, oppervlakte, soort project, uitgangssituatie, doel (streefbeeld), inrichtings- en beheersmaatregelen, dimensies, periode van uitvoering en naam van de beherende instantie; 4. Historie van het gebied; 5. Probleem; 6. Doel / Streefbeeld; 7. Maatregelen; 8. Beheer; 9. Monitoring; 10. Resultaat; 11. Discussie; 12. Conclusie; 13. Aanbevelingen; 14. Contactpersonen; 15. Literatuur.WONS*BRA
    corecore