1,721,004 research outputs found
Een regeling voor personenschade door rampen
Uit eerder onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om personenschade op te nemen in de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) (Personenschade en de Wet tegemoetkoming schade bij rampen, SEO Economisch Onderzoek / INTERVICT, Amsterdam, 2013). Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met één forfaitair bedrag en een andere mogelijkheid is een systeem gebaseerd op werkelijk geleden schade en gemaakte kosten. Er zijn echter ook tussenvormen denkbaar, zoals een eerste forfaitair bedrag en daarna voor de bijzondere gevallen een mogelijkheid om additionele tegemoetkomingen te verstrekken. Een andere vorm is om met meerdere forfaitaire bedragen te werken en afhankelijk van de categorieën van de schade en kosten forfaitaire bedragen bij elkaar op te tellen. Ook kan voor een categorie een oplopende schaal van forfaitaire bedragen vergoed worden. De centrale vraag van dit rapport is hoe de eventuele uitbreiding van de Wts naar onverzekerbare personenschade kan worden geregeld. Uiteraard rekening houdend met dit specifieke karakter van de Wts. Deze vraag laat zich omzetten naar twee onderzoekpijlers: welke gedupeerden kunnen een tegemoetkoming krijgen en voor welke schades én hoe zou de schade moeten worden gewaardeerd
Aansprakelijkstellingen in de semipublieke sector en de afstemming met het regime voor overheidsaansprakelijkheid
In deze bijdrage staat centraal de vraag welke mogelijkheden het aansprakelijkheidsrecht, naar huidig recht alsmede ingevolge de (ontwerp) Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen, biedt voor de aansprakelijkstelling van semipublieke organisaties en/of hun bestuurders en/of toezichthouders als het gaat om verwijten die zien. Hoe is de rechtspositie van gedupeerden die de organisatie zelf, respectievelijk van bestuurders en/of commissarissen, aansprakelijk stellen? Betoogd wordt dat bij de beoordeling van de vraag naar buitencontractuele aansprakelijkheid van semipublieke organisaties parallellen kunnen worden getrokken met de beoordeling van de vraag naar overheidsaansprakelijkheid
More room for non pecuniary damages in cases of personal harm in the absence of mental harm
Uit twee recente arresten over art. 6:106 sub b, slot BW kan worden afgeleid dat ernstige normschendingen of activiteiten met ernstige persoonlijke gevolgen, recht kunnen geven op smartengeld – óók als geen sprake is van geestelijk letsel of van een fundamentele rechtsinbreuk. Dit opent mogelijkheden in geval van bijvoorbeeld pesten, blootstelling aan ernstige risico’s, vernieling, bedreiging en hinder. Maar begrensd: de Hoge Raad laat zich niet ertoe verleiden om indien wèl sprake is van een fundamentele rechtsinbreuk, dat gegeven als een persoonsaantasting aan te merken. Dit haalt een streep door het concept integriteitsschade. De Hoge Raad houdt voorts vast aan concrete schadewaardering; dit maakt nadere ontwikkeling van zgn. angstschade relevant
De aangesproken lidstaat:De internationale aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid van de staat als lid van een internationale organisatie
- …
