102 research outputs found

    Over de architectonische constructie van een hof: De hof in Nieuw Kralingen van Hans van der Heijden Architecten

    No full text
    This article offers a close architectural reading of the courtyard building in Nieuw Kralingen designed by Hans van der Heijden Architects. Through a detailed analysis of form, proportion, materialisation and spatial order, the author investigates how the courtyard operates as a coherent architectural construct rather than merely a residential typology. Central to the argument is the notion of the courtyard as a “folded façade,” in which classical architectural systems—columns, openings, rhythm and repetition—are redeployed to structure both space and experience. The article examines how ordinary building materials are precisely dimensioned and assembled to produce decorum, atmosphere and identity without reliance on spectacle or costly detailing. Elements such as masonry columns, arched windows and roof articulation gain architectural meaning through repetition and proportional relationships. Particular attention is paid to the contrast between the open, articulated lower façade and the restrained upper order, which together frame the courtyard as a calm, enclosed interior world. By situating the project within a broader classical tradition of order, proportion and decorum, the article demonstrates how contemporary housing architecture can achieve richness and coherence through disciplined design rooted in constructional logic. The courtyard is presented as an architectural structure that fosters communal life while affirming the craft and authority of the architectural discipline.Dit artikel analyseert de hof in Nieuw Kralingen van Hans van der Heijden Architecten vanuit een architectonisch-constructief perspectief. Aan de hand van een nauwkeurige lezing van vorm, maatvoering, materialisatie en ordening onderzoekt de auteur hoe de hof functioneert als een samenhangend architectonisch geheel, en niet louter als woningtypologie. Centraal staat het idee van de hof als een ‘omgevouwen gevel’, waarin klassieke systemen van architectuur – kolommen, openingen, ritme en herhaling – de ruimte structureren en betekenis geven. Het artikel laat zien hoe alledaagse bouwmaterialen door precieze maatvoering en detaillering worden ingezet om decorum, sfeer en identiteit te creëren, zonder terug te vallen op spektakel of kostbare middelen. Architectonische elementen zoals gemetselde kolommen, getoogde vensters en de dakopbouw krijgen hun betekenis door herhaling en proportionele samenhang. De tegenstelling tussen de open, gelaagde gevelorde beneden en de meer gesloten orde boven bepaalt in hoge mate het karakter van de hofruimte. Door het ontwerp te verbinden met klassieke noties van orde, proportie en decorum toont het artikel hoe hedendaagse woningbouw architectonische rijkdom kan voortbrengen vanuit constructieve logica en vakmanschap. De hof wordt gepresenteerd als een architectonisch kader dat het dagelijks leven draagt en activeert

    Architectuur van projecten op basis van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)

    No full text
    For years the bulk of housing in the Netherlands was produced through large-scale development of entire areas in public/private partnerships (PPPs) between local governments, housing corporations and major market players. This way of working largely ceased after 2008. PPPs were dismantled, building and development firms had to drastically revise their business models, and housing corporations became subject to strict controls. In the wake of the building crisis, a new practice gradually emerged. Projects became smaller, to reduce risk, and initiators became more diverse. Not only major market players but also small investors, local building firms and individuals (or groups of them) sought to invest in cities by developing and building small-scale housing projects. Local authorities looked favourably on this broadening of initiative, for it enabled at least some housing production.  Now that the building and property market has moved from depression into a manic phase, the fledgling practice based on diverse, small-scale projects seems to be getting smothered by the rhetoric of large-scale production. The motto is ‘back to normal’. Yet the city would do well to continue encouraging small-scale development as well as major projects. Jarenlang kwam het leeuwendeel van de woningproductie in Nederland tot stand via grootschalige gebiedsontwikkeling met PPS (Publiek-Private Samenwerking)-constructies tussen gemeente, woningcorporaties en grote marktpartijen. Deze manier van werken kwam na 2008 grotendeels tot stilstand. PPS-constructies werden ontmanteld, bouw- en ontwikkelbedrijven hebben hun bedrijfsmodellen ingrijpend moeten aanpassen en woningcorporaties zijn sterk aan banden gelegd.  In de luwte van de crisis ontstond langzamerhand een andere praktijk. Projecten werden kleiner om risico’s te beperken. De diversiteit aan initiatiefnemers nam toe. Naast grote marktpartijen wilden ook kleine beleggers, lokale bouwbedrijven en (groepen) particulieren investeren in de stad door de ontwikkeling en bouw van kleinschalige woonprojecten. Gemeentelijke diensten en stadsbesturen keken welwillend naar deze verbreding van initiatief, omdat daarmee toch nog enige productie viel te realiseren.  Nu de bouw- en vastgoedmarkt na de depressie in een manische periode is beland, lijkt de prille praktijk van diverse, kleinschalige projecten te worden gesmoord in de retoriek van grootschalige productie. Het devies is ‘terug naar normaal’. Toch zou de stad erbij gebaat zijn als ze naast grote projecten ook kleinschalige ontwikkeling blijft stimuleren.&nbsp

    Ontwikkeling van een systeem voor opslag, een doorgifte van energiemetingen: Een onderdeel van het EnerBox energiemonitoring systeem

    No full text
    Deze thesis is geschreven in het kader van de ontwikkeling van de EnerBox. De EnerBox is een systeem dat energieverbruik in huishoudens kan monitoren en inzichtelijk kan maken voor de gebruiker. Het systeem bestaat uit drie onderdelen, te weten de EnerPlug, de EnerStation en EnerView. De EnerPlug is de sensor waarmee energieverbruik gemeten wordt. EnerView is software voor een PC, waarmee de gebruiker het gemeten energieverbruik kan analyseren. Het hoofddoel van dit onderzoek is het ontwerpen van de EnerStation, het onderdeel dat de overige twee delen aan elkaar koppelt. De functies van de EnerStation zijn de volgende: 1. meetgegevens van de EnerPlugs verzamelen; 2. verzamelde meetgegevens bufferen; 3. een tijd- en datumreferentie bijhouden, die gekoppeld wordt aan de meetgegevens; 4. de gebufferde meetgegevens doorsturen naar EnerView. Er is onderzocht hoe aan deze functionaliteiten voldaan kan worden. Uit dit onderzoek zijn een aantal implementaties naar voren gekomen, die vervolgens ook daadwerkelijk uitgevoerd zijn. Als centrale deel van het systeem is gekozen voor een 8051 compatible microcontroller. Doordat dit onderdeel meerdere functionaliteiten bezit, konden beide communicatiefuncties (1 en 4) hier direct mee gelementeerd worden. Voor de communicatie met de EnerPlug is gekozen voor een zelf ontworpen dataprotocol, dat gebruik maakt van pulsbreedtemodulatie. De communicatie met de PC met daarop EnerView verloopt via een veelgebruikt protocol, RS-232[14]. In de microcontroller is hier specifieke functionaliteit voor ingebouwd. De buffer-functionaliteit (2) is ingevuld met een aparte geheugenmodule. Als tijdreferentie (3) is gekozen voor een externe zogenaamde Real Time Clock, een onderdeel dat speciaal ontworpen is om de tijdreferentie te bieden. Het geheel wordt door dezelfde microcontroller aan elkaar gekoppeld.Electrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    Gedenkboek van de watersnood in Oost-Zuid-Beveland, 1953

    No full text
    Gedenkboek met veel foto's en een vijftal verhalen over verschillende locaties aan de oostkant van Zuid-Beveland; bevat een lijst met slachtoffers. Het eerste hoofdstuk beschrijft de geschiedenis van deze streek

    Zachte waarden hard maken: Problemen rond de lokale MKBA en het waarderen van cultureel erfgoed

    No full text
    In dit afstudeeronderzoek wordt antwoord gegeven op de vraag ' Welke invulling krijgt een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA), ingezet als beleidsinstrument bij binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, en op welke wijze kan de waarde van cultureel erfgoed daarin opgenomen worden?' In het theoretisch kader is de huidige literatuur uiteen gezet en is er een vertaalstal gemaakt van een de MKBA van nationaal naar lokaal niveau en van infrastructuur naar binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. De uitkomsten hiervan zijn samengevat in een stappenplan, dat vervolgens is getoetst aan een praktisch kader van 2 cases, De Nieuwe Mark in Breda en De Vereeniging in Hengelo. De belangrijkste conclusies zijn dat het goed mogelijk is de MKBA toe te passen bij binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, maar dat er nog veel moet gebeuren alvorens het geïntegreerd zal worden in de lokale besluitvorming. Deze moet van kosten gericht naar opbrengstgericht. Het is niet gelukt cultureel erfgoed in geld uit te drukken, het onderzoek heeft aangetoond dat dit niet de beste manier is om cultureel erfgoed te waarderen. Daarom wordt is het in het herziende stappenplan een post 'aanvullende informatie' opgenomen waarin de waarde uiteen gezet kan worden.Real Estate & HousingArchitectur

    From hindsight to insight: retrospective analysis of language written by a renowned Alzheimer's patient

    No full text
    Among the early symptoms of Alzheimer's disease is a gradual decline of language skills. Longitudinal studies are a useful way to study the development of linguistic abilities in the course of a person's lifetime; subjects producing sufficient language output to allow a study spanning decades are rare but can provide valuable information. In this study, we analysed lexical diversity in three books by Gerard Reve (1923-2006), an acclaimed Dutch literary author who wrote his last novel not long before diagnosed with Alzheimer's disease. The data show a clear-cut decline in lexical diversity, coinciding with a reported 'forgetfulness' starting halfway during the creative process of writing this last novel. The findings match those of Garrard et al. (2005) in their study of Iris Murdoch

    Energiemeting in huishoudens met de EnerPlug: Onderdeel van het EnerBox meetsysteem

    No full text
    EnerSense is bezig met het ontwikkelen van de EnerBox. Dat is een meetsysteem dat bestaat uit de EnerPlug, het EnerStation en EnerView. EnerPlug is een stekker die tussen een apparaat en een stopcontact geplaatst wordt om zo het energieverbruik te meten. De EnerPlug verstuurt de meetgegevens naar het EnerStation die deze bewaart. De gebruiker kan met de EnerView software de meetgegevens ophalen van het EnerStation. Omdat natuurlijke bronnen steeds sneller uitgeput raken is het noodzakelijk dat consumenten zich bewust zijn van onder andere hun energieverbruik. Dit is meestal niet zo en vaak komt de jaarlijkse energierekening dan ook als een onaangename verrassing. EnerSense wil consumenten helpen om zich bewust te worden en ontwikkelt daarom het EnerBox meetsysteem. Deze thesis heeft in de eerste plaats tot doel om de ontwikkeling en de werking van de EnerPlug uiteen te zetten. Voor een uiteenzetting over de andere onderdelen van de EnerBox wordt de lezer verwezen naar de twee andere thesissen van onze werkgroep, (Jabri, 2008) en (Hosseini, 2008). De belangrijkste functie van de EnerPlug is het meten van het energieverbruik van het op de plug aangesloten apparaat. Voor het meten van het energieverbruik van een apparaat is het nodig om de stroom en de spanning te meten. Met deze twee meetgegevens wordt door middel van enkele berekeningen het energieverbruik van het aangesloten apparaat bepaald. Deze berekeningen worden met een microcontroller gedaan. Een microcontroller kan dit nauwkeurigheid, is flexibel, betrouwbaar en instelbaar. Verder beperkt het gebruik van een microcontroller het aantal onderdelen en de kostprijs. De informatie wordt verzonden worden naar het EnerStation. Hiervoor wordt een signaal via het lichtnet verstuurd, wat het EnerStation kan ontvangen. Dit kost weinig energie, heeft voldoende bereik en bespaart op de installatie- en aanschafkosten. De informatie wordt eens per minuut naar het EnerStation verstuurd. Zo kan het energieverbruik van een apparaat snel genoeg gevolgd worden, terwijl toch binnen de beperkte beschikbare bandbreedte van het signaal op het lichtnet wordt gebleven. Zodoende kunnen er 250 EnerPlugs tegelijkertijd op een EnerStation worden aangesloten.Electrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc

    Tussen traditie en vernieuwing, een ensemble in Le Havre

    No full text
    I recall a photo of an entrance portico during construction. Soberly black-and-white. The limpid Le Havre light streams through the facade openings. The hall behind is filled with workmen enveloped in clouds of Gitanes and dust, busily bush hammering the top layer of the cast-in-situ concrete on walls and ceiling. It is one of the entrance porticos in the ensemble of buildings that line the south side of Place de l’Hotel de Ville, designed immediately after the war by the architect Auguste Perret. If you enter the building via one of these entrances today and walk into the adjacent stairwell, you will notice that the bushhammered surfaces are enclosed by narrow concrete borders. These smooth borders have been carefully excluded from the violence of the pneumatic hammers. They frame the gravelly substance that the workmen brought to the surface. The treated and untreated concrete together frame the panelling: small precast concrete panels with a reddish aggregate for the hall and mahogany panelling and doors around the apartment entrances in the stairwell. The hall and stairwell are consummately articulated: you notice lines, divisions, the proportions. But this is more than a geometric order. The materiality, too, is overwhelming. The tone-on-tone of the different materials, all employed au naturel, evokes a particular atmosphere in the hall and stairwell. A melancholy atmosphere perhaps, with echoes of the rich furnishing of bourgeois town houses. The classical references serve to deflect attention from the actual date of construction. Before the war? After the war? Let’s step back for a moment.Ik herinner me een foto van een entreeportaal tijdens de bouw. Stemmig zwart-wit. Het heldere licht van Le Havre straalt door de gevelopeningen. De hal is vol met werklieden in wolken van Gitanes en stof, druk doende de toplaag van het in het werk gestorte beton op wanden en plafond af te hameren. Het is een van de entreeportalen in het ensemble van gebouwen dat de zuidkant van de Place de l’Hôtel de Ville begrenst, vlak na de oorlog ontworpen door architect Auguste Perret. Als je nu bij zo’n hal naar binnen gaat en het aangrenzende trappenhuis inloopt, zie je dat de gehamerde vlakken binnen smalle betonnen randen liggen. Deze gladde randen zijn zorgvuldig uitgespaard in het geweld van de pneumatische hamers. Ze vormen lijsten voor de grinderige substantie die door de werklieden aan het oppervlak is gebracht. Dat bewerkte en onbewerkte beton vormt weer lijsten voor bekledingen: kleine geprefabriceerde betonpanelen met een roodachtige toeslag voor de wanden van de hal en mahoniehouten betimmeringen met deuren bij de woningtoegangen in het trappenhuis. De hal en het trappenhuis zijn door en door geleed. Je ziet de lijnen, de verdelingen, de verhoudingen. Maar het is niet alleen een grafische orde. De materialiteit is overweldigend. Het ton sur ton van de verschillende materialen, ‘naturel’ toegepast, brengt de hal en het trappenhuis op sfeer. Een melancholische sfeer misschien, met herinneringen aan de rijke uitrusting van burgerlijke stadshuizen. De klassieke reminiscenties zorgen ervoor dat de datering van de bouwperiode telkens aan je ontglipt. Voor de oorlog? Na de oorlog? Laten we een moment naar achter stappen

    De Gebiedsgenerator voor kantoorlocaties

    No full text
    De ontwikkeling van een tool die de betrokken partijen ondersteunt in het proces van initiatief tot aanpak van monofunctionele kantoorlocaties.Real Estate ManagementReal Estate & HousingArchitectur

    De morfologische effecten van de baggergeulen in de Zandmaas

    No full text
    Naar aanleiding van de hoogwatergolf op de Maas in 1993 werd door de Minister van Verkeer en Waterstaat de Commissie Boertien 11 ingesteld, met als opdracht te adviseren op welke wijze de hoogwateroverlast in het Maasdal in de toekomst beperkt kan worden. Het advies luidde in hoofdzaak een verbreding van de Grensmaas en een verdieping van de Zandmaas. De verdieping van de Zandmaas zou ongeveer drie meter moeten bedragen over het traject Linne(km 68)-Megen(km191). Omdat er in Nederland geen ervaring is met rivierverdiepingen op dergelijke schaal, heeft men in eerste instantie twee proefbaggergeulen op het traject Gennep(km 155)-Grave(km 175) gecreeerd. Bij deze geulen voert men een monitoringsonderzoek uit. Geul 1 loopt van km 155-km 164 en geul 2 loopt van km 166-km 174. Bij Mook (km 165) is een spoorbrug aanwezig en lopen veelleidingen onder de rivier. Omdat men wilde voorkomen dat deze constructies gevaar zouden lopen, heeft men de rivier onverdiept gelaten van km 164 tot km 166. Bij het monitoren kwam naar voren dat bij km 156 veel erosie optrad als gevolg van het blootleggen van een fijne laag. Zijn functie als rivierbeheerder brengt voor RWS o.a. de plicht met zich mee de hoogwateroverlast te beperken. Hiervoor is inzicht nodig in de toekomstige veranderingen in een rivier en inzicht in extreme situaties die zich in de rivier voordoen. Voor het debiet bij maatgevend hoogwater geldt QMHW = 3826 m3/s. Door de rivierverdieping is een waterstandsdaling bewerkstelligd. Als gevolg van de ingreep treden morfologische veranderingen op, zoals de sterke erosie bij de blootgelegde fijne laag. Door de morfologische veranderingen, warden de waterstanden be'invloed. Met het oog op het beperken van de hoogwateroverlast is het van belang te weten hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt. Verder is het, LV.m. de veiligheid van de aanwezige spoorbrug en de onder de rivier lopende leidingen bij km 165 van belang te weten wat voor bodemveranderingen optreden. T.a.v. de spoorbrug had men de eis van een toelaatbare erosie van nul meter gesteld. In het afstudeerwerk is aandacht besteedt aan het verwerven van inzicht in de optredende morfologische veranderingen met het oog op de veiligheid van de constructies en de gevolgen van deze veranderingen op de waterstand bij QMHW. Gekeken is aan de hand van het 1D-programma SOBEK, met een versie die rekent met uniform sediment, hoe de situatie verandert in de periode 1997-2017. De gevoeligheid van het model is ook onderzocht. Alvorens het model kon worden gecreeerd, moesten eerst de monitoringsgegevens worden geanalyseerd om de benodigde parameters en de optredende bodemveranderingen te bepalen. Onderscheid is daarom gemaakt in een deel monitoringsgegevens en modeliering van het gebied.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
    corecore