190 research outputs found
The Action of Cytomegalovirus (CMV) Promoter on Expression of Genetically Engineered Insulin in Rat Hepatocytes
Waalsprong Nijmegen – Veur Lent: het wonder aan de Waal
In de GO Zomertour vertellen experts en liefhebbers over hun favoriete gebiedsontwikkeling. In deel 9 verhaalt hoogleraar Co Verdaas over het wonderlijke en ongrijpbare proces waarin Nijmegen de Waal is gaan omarmen. “Een wonder dat we eigenhandig hebben gecreëerd, zonder dat iemand de sleutel in handen heeft gehad en dus kan zeggen dat ie voor God heeft gespeeld.”Practice Chair Urban Area Developmen
Hedendaagse ruimtelijke ordening
Column - Bij het onlangs rigoureus opruimen van mijn vakbibliotheek moesten soms harde beslissingen worden genomen. Maar hoe doe je dat? Bij twijfel stelde ik mij telkens twee vragen. Heeft dit boek ooit voor mij betekenis gehad? Ga ik dit boek ooit nog eens gebruiken? En zo moesten, door gebrek aan ruimte, meters boeken het veld ruimen. Het voelde eigenlijk best goed.Spatial Planning and Strateg
Elektrisch of waterstof?
Maatregelen tegen klimaatverandering, luchtverontreiniging en terugdringing van fossiele brandstoffen hebben tot gevolg dat de auto met verbrandingsmotor zijn langste tijd heeft gehad. Alternatieven voor de toekomst zijn enerzijds (volledig) elektrische auto’s, en anderzijds waterstofauto’s. Dit artikel laat licht schijnen op de vraag wat de toekomst van beide opties is, en wat dit betekent voor het parkeren van dergelijke auto’s.Transport and Logistic
Evaluatieonderzoek Schelpdiervisserij 2e Fase (EVA II), Deelonderzoek E: Heeft mechanische kokkelvisserij invloed gehad op de ontwikkeling van zeegras in de Nederlandse Waddenzee?
In dit rapport wordt een antwoord gegeven op de vraag of kokkelvisserij in de jaren tussen 1998 en 2002 invloed heeft gehad op de ontwikkeling van zeegras in de Nederlandse Waddenzee. Hiertoe is gebruik gemaakt van de jaarlijkse gegevens die in het kader van het bestaande biologisch monitoringprogramma van Rijkswaterstaat (MWTL) zijn ingewonnen, en verder van extra karteringen en waarnemingen ten zuiden van de eilanden Ameland, Schiermonnikoog en Rottumeroog. De ontwikkeling van zeegras in alle gebieden waar zeegras werd aangetroffen is vergeleken met de aan- of afwezigheid van kokkelvisserij, zoals geregistreerd middels een aan boord van de vissersvaartuigen geïnstalleerde \u91black box\u92. Onder de waddeneilanden is Klein zeegras in 2000-2002 constant gebleven onder Terschelling (tussen Hoorn en Oosterend). Er zijn nieuwe vestigingen geweest in 2001 (onder Ameland) en in 2002 (onder Rottumeroog). Het Klein zeegras onder Ameland (twee pollen van enkele m2) heeft het niet langer dan één seizoen volgehouden. In 2002 was het weer verdwenen. Vlak bij één van de twee pollen is in 2001 wel gevist, maar de pol is door de kokkelvissers tijdens het vissen op kokkels bewust ontzien. Ten westen van Noordpolderzijl (in het gebied tussen het midden van de Linthorst Homanpolder en Noordpolderzijl) ontstond tussen 1996 en 1999 een flinke uitbreiding van Klein zeegras tot op circa 350 meter buiten de rijsdammen van de kwelderwerken. In die periode werd in dit gebied niet op kokkels gevist. In de jaren 1999-2002 verdween het Klein zeegras hier weer, samenvallend met een steeds dichter bij de rijsdammen plaatshebbende bevissing op kokkels waarbij werd gevist op plekken waar kort daarvoor nog Klein zeegras was aangetroffen. Elders langs de Groninger kust handhaafde het Klein zeegras zich goed. Ten oosten van Noordpolderzijl (gesloten voor de kokkelvisserij) was er zowel binnen (achter Uithuizen) als buiten de rijsdammen (nabij de Eemshaven) in 2001 een uitbreiding van voorkomen van Klein zeegras, die zich in 2002 handhaafde. Groot zeegras is onder Terschelling sterk achteruitgegaan, maar het heeft zich in 2000 nieuw ontwikkeld onder Schiermonnikoog (nabij de jachthaven) en onder Rottumerplaat, en bleef daar in 2001 en 2002 aanwezig. Bij Schiermonnikoog vond in 2001 kokkelvisserij plaats tot vlak bij de meest zuidelijke rand van het zeegrasgebied nabij de jachthaven. De daar aanwezige pol werd in 2002 niet meer aangetroffen, maar in dezelfde periode verdwenen ook enkele andere, verder weg gelegen pollen zonder dat daar sprake was van bevissing. Waarschijnlijk is dus ook de meest zuidelijke pol verdwenen door andere oorzaken dan kokkelvisserij. Langs de noordkust van Groningen kwam Groot zeegras op het buiten de kwelderwerken gelegen wad slechts beperkt voor. In 2001 was er ten westen van Noordpolderzijl (opengesteld voor kokkelvisserij) slechts één kleine groeiplaats. Ten oosten van Noordpolderzijl (gesloten voor kokkelvisserij) ontwikkelde zich in 2001 in de nabijheid van de Eemshaven een significant voorkomen. In 2002 werden hier slechts losse plantenslierten aangetroffen, die mogelijk van elders waren aangespoeld. Deze spaarzame voorkomens bieden geen mogelijkheid een verband te leggen met aan- of afwezigheid van kokkelvisserij. Voor wat betreft de mogelijkheid van hervestiging van zeegrassen in de Nederlandse Waddenzee wordt geconcludeerd dat op een aantal plaatsen zeegras nieuw tot ontwikkeling kan komen, mits voldoende tijd gegeven wordt en aan diverse voorwaarden is voldaan. De meeste van de nu waargenomen nieuwe vestigingen vonden plaats in gebieden of in de buurt van gebieden die volgens een habitatgeschiktheidskaart van het RIKZ als kansrijk worden aangeduid. Daarnaast maken de waarnemingen ten westen van Noordpolderzijl en onder Terschelling nog eens duidelijk dat kokkelvisserij schadelijk is voor bestaande zeegrasvoorkomens. Een groeiplaats van Klein zeegras langs de Groningse kust was niet bij de kokkelvissers bekend. Dit heeft er toe geleid dat in dit areaal is gevist.. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is verantwoordelijk voor een adequate bescherming van groeiplaatsen van zeegras in de Nederlandse Waddenzee. Aanbevolen wordt daarom dat er een duidelijker communicatie over het voorkomen van (nieuwe) zeegrasbestanden plaats vindt.. Enerzijds tussen het ministerie van LNV en het Rijksinstituut voor Kust en Zee als verantwoordelijke voor de jaarlijkse kartering van zeegrasbestanden in het kader van het MWTL-programma. Anderzijds tussen het ministerie van LNV in het kader van de jaarlijkse vergunningverlening ingevolge de Natuurbeschermingswet en de Producentenorganisatie Nederlandse Kokkelvisserij. Als basis hiervan kan een goed opgezet informatiesysteem dienen. Tevens wordt aanbevolen direct buiten de rijsdamvakken tussen Noordpolderzijl en de dijk van het Lauwersmeer (Groningse kust) een strook ter breedte van 400 meter ook te sluiten voor mechanische kokkelvisserij vanwege de hoge potentie van dit gebied voor de ontwikkeling van Klein zeegras. Deze twee aanbevelingen zijn van belang om de specifieke bepalingen in de huidige aan de P.O. Kokkelvisserij verleende Nb-wet vergunning, bedoeld om bestaande en potentiële zeegrasvoorkomens te beschermen, effectief te maken.EVA I
Effects of Gallic Acid on Testicular Dysfunction Induced by Topiramate in Rats
Topiramate (TPM), a widely used anticonvulsant, has been documented to induce testicular dysfunction through its pro-oxidant properties, leading to cellular damage and hormonal abnormalities in the testes. This damage is characterized by increased malondialdehyde (MDA) levels and decreased activity of antioxidant enzymes such as catalase (CAT) and superoxide dismutase (SOD), which are essential for reducing oxidative stress. This study aimed to evaluate the effects of TPM and Gallic Acid (GA) on reproductive health in male rats. Forty mature Sprague-Dawley rats, aged 16 to 18 weeks and weighing between 180 and 200 g, were divided into four experimental groups (10 rats each): a control group, a TPM-treated group, a TPM + GA-treated group, and a GA-only group. The rats received TPM (18 mg/kg) orally for 60 days, with or without GA (50 mg/kg) administered orally for the same period. Testicular tissues were examined for oxidative stress markers (MDA, SOD, CAT), sperm motility, hormonal concentrations (Testosterone, gonadotropin-releasing hormone [GnRH], and 17β-hydroxysteroid dehydrogenase type 3 [17β-HSD3]), and histological changes. The results showed that TPM significantly increased MDA levels while decreasing CAT and SOD activity, indicating oxidative stress compared to the control group. Sperm motility was also impaired in the TPM-treated group. However, GA treatment led to a notable reduction in MDA levels and restored antioxidant enzyme activity toward normal levels. Hormonal analysis revealed that TPM affected testosterone and GnRH levels, although GA partially mitigated these changes. Immunohistochemical and histological assessments demonstrated considerable testicular damage in the TPM group, whereas the GA-treated group showed slight improvements in testicular histopathology and reduced cellular death. In conclusion, GA (50 mg/kg) exhibited a protective effect against TPM-induced testicular dysfunction
175 jaar TU Delft: Erfgoed in 33 verhalen
Histechnica heeft dit boek samengesteld ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de opleiding van de Technische Universiteit Delft (1842 – 2017).Histechnica wil met dit lustrumboek uw aandacht en interesse wekken voor de TUD erfgoedcollectie. De hier gepresenteerde selectie van erfgoedobjecten heeft een belangrijke rol gespeeld bij het onderwijs en/of het onderzoek aan de TUD en heeft een functie gehad die dienstbaar was aan het maatschappelijk belang. En elk van de hier voor u liggende artikelen draagt duidelijk een persoonlijke signatuur – hetgeen naar wij hopen de interesse van de lezer nog meer ten goede zal komen.Physical CollectionsLibrary Research ServicesDiscrete Mathematics and OptimizationComputational Design and Mechanic
Samenwerken aan maatwerk: Een slimme combinatie van proces en inhoud
Ruimte voor de Rivier, het grootste Nederlandse waterbouwproject sinds de Deltawerken, is in de uitvoeringsfase gekomen. Het programma is in 2007 van start gegaan en alle 34 projecten zijn nu in uitvoering. Deze brochure laat zien hoe het management van het programma zich heeft ontwikkeld en vooral welke factoren een rol in het succes hebben gehad. Daarnaast geven 3 wetenschappers, prof. dr. Jurian Edelenbos (Erasmus Universiteit Rotterdam), prof. mr. dr. Ernst ten Heuvelhof (Technische Universiteit Delft) en dr. ir. Michiel Kort (Erasmus Universiteit Rotterdam/Technische Universiteit Delft) hun persoonlijke kijk op het bijzondere karakter van het programma Ruimte voor de Rivier. Ze gaan in op de centrale plek voor de bestuurlijke samenwerking bij de opzet en uitvoering van het programma.Ruimte voor de Rivie
De Steeg: een onderzoek naar de geschiedenis en toekomst van Amsterdamse stegen
Stegen hebben voor lange tijd een negatief imago gehad, dit is nu echter aan het veranderen. In deze scriptie zal onderzoek gedaan worden naar wat de invloed van stegen op de leefomgeving van steden is geweest en hoe deze zich zal ontwikkelen. Hoe stegen in Amsterdam zijn ontstaan verschilt per steeg, maar vooral per periode. De eerste stegen waren paden omhoog langs de dijken naar de Amstel. Later ontstonden stegen vooral als dwarswegen op de grote wegen voor een betere ontsluiting. Toen de grachtengordel werd gebouwd, was het bouwen van stegen verboden, maar bij de aanleg van de Jordaan hielden de bewoners zich daar niet meer aan. Stegen werden steeds meer verwaarloosd en aan het eind van de 20e eeuw werden stegen in Amsterdam hierom dichtgezet. De steeg heeft over het algemeen geen positief imago gehad, maar er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van de verbetering van stegen. Wereldwijd worden boeken en wetenschappelijke artikelen geschreven over de potentie van stegen. Er wordt onderzoek gedaan naar hoe de steeg optimaal benut kan worden zodat deze een positieve invloed kunnen hebben op de leefomgeving van de stad en de kansen die stegen een stad kunnen bieden worden steeds meer erkent.AR2A011Architecture, Urbanism and Building Science
Deskresearch onderzoeken naar (alternatieve) financiering woningbouw en gebiedsontwikkeling
De afgelopen tijd zijn er veel rapportages verschenen, waarin alternatieve oplossingen voor woningbouw en gebiedsontwikkeling worden gepresenteerd. Deze rapportages zijn genalyseerd op conclusies en aanbevelingen richting gemeenten. Het geheel overziende, blijkt dat de gesignaleerde oplossingen voor de problematiek van gebiedsontwikkeling en woningbouw niet altijd gelijkluidend zijn; soms zijn ze zelfs tegengesteld. De opgave om snel oplossingen voor de crisis te formuleren lijkt een grote prioriteit te hebben gehad bij het opstellen van de rapportages. De beschrijving van de achtergronden van de voorgestelde oplossingen is in veel gevallen beknopt in deze rapportages.OTB Research Institute for the Built Environmen
- …
