5,713 research outputs found

    Zeven principes voor werken aan gezonde gebiedsontwikkeling

    No full text
    Gebiedsontwikkeling die uitgaat van een gezond leven raakt aan de kern van ons bestaan. Als begrip is gezonde gebiedsontwikkeling in opkomst, maar er zijn nog weinig handvatten voorhanden voor gebiedsontwikkelaars, in denken en doen. Daarom formuleren adviseur en onderzoeker Wouter Jan Verheul en collega’s zeven principes voor het werken aan gezonde gebiedsontwikkeling.Urban Development Managemen

    Gemeentelijke strategieën voor private bijdragen aan publieke voorzieningen

    No full text
    Bestaande gebieden transformeren vereist fysieke ingrepen met hoge kosten. Denk aan bodemsanering, sloop van verouderde gebouwen, de aanleg van riolering en nutswerken, de aanleg van pleinen, wegen en parkeerplaatsen, enzovoorts. Hoe kun je deze publieke voorzieningen financieren en private partijen laten meebetalen als zij daar voordeel aan hebben? Welke strategieën hebben gemeenten daartoe? En welke beperkingen gelden daarbij?Building La

    Pak energiearmoede gericht aan

    No full text
    De verduurzaming van onze woningvoorraad is naast een technische operatie ook een verdelingsvraagstuk. Huishoudens met lage inkomens in slechte woningen moeten prioriteit krijgen bij het renovatiebeleid. En totdat iedereen in een duurzaam huis woont, moeten huishoudens die in de knel komen door hoge energieprijzen, worden gecompenseerd.Green Open Access added to TU Delft Institutional Repository 'You share, we take care!' - Taverne project https://www.openaccess.nl/en/you-share-we-take-care Otherwise as indicated in the copyright section: the publisher is the copyright holder of this work and the author uses the Dutch legislation to make this work public.Urban Development Managemen

    Woorden geven aan het landschap

    No full text
    Review of the 180th issue of the literary magazine De Gids. Literair tijdschrift De Gids viert haar 180ste verjaardag met een nummer gewijd aan het Nederlandse landschap. Een grotendeels zelf gemaakt landschap, waardoor de behoefte aan verhalen en betekenissen misschien wel des te sterker is.OLD Methods & Analysi

    Wat (big) tech-bedrijven bijdragen aan onze steden

    No full text
    Om mee te doen in de nieuwe economie zetten steeds meer steden in op innovatiedistricten. Het afgelopen decennium heeft een nieuw fenomeen zijn intrede gedaan, dat we kunnen duiden als ‘het stedelijk innovatiecomplex’. Om steden economisch te versterken, worden high tech-bedrijven aangetrokken die een economisch cluster moeten vormen, nieuwe banen moeten creëren en ruimtelijke ontwikkeling moeten aanjagen. De sleutelbegrippen in het stedelijk innovatiediscours, dat ook in Nederland vol zit met Engelse woorden, zijn onder meer de ecosystems waarin startups en scale-ups in de nabijheid van anchor instititions vanuit incubators en hacketons werken aan high tech innovations. Indien kansrijk worden innovaties opgeschaald met financiële injecties van venture capitalists. Ruimtelijk gezien bevindt de innovatiesector zich niet meer uitsluitend in bedrijvenparken buiten de stad, maar in gemixte, levendige stedelijke gebieden. Denk in Amerika aan New York of San Francisco, of in Europa aan Londen, Barcelona, Amsterdam, Eindhoven of Rotterdam. Dit proces van bedrijfsurbanisatie wordt ook wel ‘from sicilon valley to sillicon alley’ genoemd. Binnenstedelijke gebieden voorzien kenniswerkers van een prettige mix aan voorzieningen en bieden fysieke en sociale nabijheid om elkaar te ontmoeten en aan nieuwe innovaties samen te werken. De innovatiesector bevindt zich dus in het hart van de stad.Stadsbestuurders in Rotterdam en Den Haag laten zich al enkele jaren inspireren door het werk van stadsgoeroe Bruce Katz, die in zijn boeken de Metropolitan Revolution en The Rise of Urban Innovation Districts, lovend spreekt over steden die door succesvolle samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen hun oude wegkwijnende economieën hadden omgevormd tot vruchtbare broedplaatsen van innovatie en high tech-bedrijvigheid. Het afgelopen jaar verscheen ook een kritischer beschouwing: The Innovation Complex, geschreven door de beroemde Amerikaanse sociologe Sharon Zukin. In haar stad New York ontdekte Zukin dat zich een nieuwe economie ontwikkelde met bekende tech-reuzen, zoals Google, Microsoft, Intel, Facebook, LinkedIn, Instagram, Spotify, Leap en Ebay, met daaromheen honderden startups en scale-ups. Deze nieuwe economie is niet altijd direct waarneembaar. De high tech-bedrijven zitten achter dezelfde spiegelende façades van Wall Street of andere populaire kantorenlocaties in Manhattan. Maar de oplettende kijker ziet dat ook in waterfrontgebieden zoals in Brooklyn en Queens oude pakhuizen worden getransformeerd tot nieuwe broedplaatsen en werklocaties voor de digitale technologiesector. Welke gevolgen heeft de vestiging van het innovatiecomplex voor New York en andere steden

    Meer woningbouw? Wijs niet meer locaties aan, maar ontwikkel de bestaande sneller

    No full text
    Het is een vaak terugkerende claim: de woningnood kan verholpen door meer bouwlocaties aan te wijzen. Hoogleraar Willem Korthals Altes rekent voor dat daar helemaal geen gebrek aan is. Waar het stokt, is de ontwikkeling van die gebieden. “Richt de schaarse ambtelijke capaciteit van gemeenten op de locaties die nu al in beeld zijn. Als je alle kanten op rent, kom je niet vooruit.

    Werken aan perspectief voor nieuwe generaties op het platteland

    No full text
    Je zult maar jong zijn op het platteland. Is er dan nog een perspectief voor de toekomst, nu we ons in het oog van de storm van talloze crises bevinden? Tijdens een studiemiddag van de TU Delft kwamen de dromen van de nieuwe generaties aan bod, evenals de praktische wetten en bezwaren. Willem Korthals Altes rapporteert.Urban Development Managemen

    Het elektrisch gedrag van een lood-zwavelzuuraccu in een elektrisch voertuig

    No full text
    Een mathematisch model is ontwikkeld om de ontladingsduur van een lood-zwavelzuuraccu te kunnen berekenen voor een gegeven patroon van ontlaad- en laadstromen. De gegevens van metingen aan de ontlaadtijd van een accu voor tractiedoeleinden, fabrikaat Chloride type 6ILF7, zijn gebruikt om het model te verifiëren. Het verloop van de inwendige weerstand van de accu bij ontladen en laden is aan de hand van de meetgegevens bepaald. Hiermee zijn de interne verliezen bij ontladen berekend. Daarna is het energierendement gerelateerd aan de standaardontlading bepaald voor continue en intermitterende ontlading.Electrical Engineering, Mathematics and Computer ScienceVakgroep Automatische Verkeerssysteme

    Golfoplooponderzoek aan de afsluitdijk

    No full text
    Bij de bepaling van de ontwerphoogte van een waterkering is naast de ontwerpwaterstand de golfoploophoogte een belangrijk gegeven. Met betrekking tot de golfoploophoogte zijn in het verleden vele onderzoekingen gedaan aan de hand van modellen. Deze modelproeven werden uitgevoerd met regelmatige golven, bij gebrek aan geschikte golfopwekkers. Pas de laatste tijd is men in staat m.b.v. geprogrammeerde golfschotten een natuurlijke zeegang na te bootsen. Sinds dit mogelijk is zijn er laboratoriummetingen verricht m.b.t. de oploop van onregelmatige golven. (o.a. van Oorschot en d' Angremond, 1968). Naast deze metingen, aan de hand van modellen, zijn enige natuurmetingen verricht, o.a. in 1943 en 1944 aan de dijk van de Noord-Oost Polder en in 1947-1954 aan de Westkapelse zeedijk. Deze natuurmetingen waren gebaseerd op visuele waarnemingen aan de hand van op het dijktalud geschilderde hoogtemarkeringen. Het bezwaar van de op deze wijze verrichte metingen is, dat zij enige subjectiviteit in zich droegen van degene, die de waarnemingen deed. Bovendien kwamen de omstandigheden, waaronder waargenomen moest worden, n.l. bij storm en vaak 's nachts, de nauwkeurigheid niet ten goede. Om deze bezwaren op te heffen en tevens de oploopregistratie gedeeltelijk te kunnen automatiseren, is in het begin van de jaren zeventig een door de Technisch Physische Dienst te Delft ontwikkelde electronische oploopbaak in het talud van de Afsluitdijk gemonteerd, ter hoogte van dijkpaal 14.5 bij Breezanddijk Waddenzeezijde (zie overzichtskaartje op bijlage 2). Met behulp van deze oploopbaak zijn vanaf oktober 1970 metingen verricht. De gegevens, welke hierdoor beschikbaar kwamen zijn gebruikt om een tweetal bestaande formules voor golfoploop te toetsen. De resultaten daarvan zullen in dit verslag gegeven worden.VloeistofmechanicaHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Duinvoetverdediging Bergen aan Zee

    No full text
    In de zeereep bij Bergen aan Zee bevindt zich lokaal bebouwing waarvan de faalkans begin februari 1990 werd ingeschat op 1/20 à 1/50 per jaar. De Directie Noord Holland van Rijkswaterstaat is momenteel bezig met een vergelijkende studie van een aantal alternatieven om deze faalkans te verlagen tot 1/500 per jaar. De in behandeling zijnde alternatieven zijn: a) Uitvoeren van een lokale zandsuppletie op het strand voor de beschouwde objecten (lengte ca. 500 m). Hierbij wordt veel erosie aan de uiteinden van de suppletie verwacht (kopeffecten). b) Integratie van bovengenoemde suppletie in een grotere suppletie (van Petten tot Egmond) in het kader van het toekomstige beleid van kustlijnhandhaving. De kopeffecten zijn in deze situatie geringer dan onder a) c) Aanleg van een duinvoetverdediging voor de beschouwde objecten over een lengte van ca. 500 m. Door de Directie Noord-holland zijn aan de Dienst Weg- en Waterbouwkunde m.b.t. alternatief c) concreet de volgende vragen gesteld: 1. Welke globale liggingsdimensies dient een duinvoetverdediging in de situatie voor Bergen aan Zee te hebben, gegeven een faalkans van de objecten in de zeereep van 1/500 per jaar? 2. Welke materialen en constructietypen komen in aanmerking om in de duinvoetverdediging toe te passen? Aan bod dienen te komen: - materiaal en dikte-indikatie van de toplaag en van de evt. funderingslaag - constructieve beperkingen; ervaringen met bestaande constructies - kostenindikatie M.b.t. deze vragen wordt het volgende geconcludeerd: 1. Het ontgrondingsniveau wordt marginaal beïnvloed door de helling van het onderste deel van de constructie. Het model DUINVOET legt het niveau van de teen op niet lager dan NAP -5.0 m en DUROSTA legt dat niveau op NAP -2.0 m. De oploop wordt m.n. bepaald door de helling van het bovenste gedeelte. In de drie beschouwde gevallen treedt geen afslag meer op met de top op NAP + 12m. Als enige afslag geaccepteerd wordt kan dit niveau enige meters lager komen te liggen (bv. 5m afslag; top op NAP +9m). Uit economische overwegingen is een helling van 1:2 over de totale hoogte aan te bevelen. 2. Uit de kostenraming blijkt dat de meeste alternatieven in het interval f 100 a f 150 per m2 vallen. Uitschieter naar boven zijn de gezette betonzuilen; uitschieter naar onder is het zandzakken-alternatief. Bij dit laatste alternatief moet worden opgemerkt dat de ervaringen niet al te best zijn; tevens is het materiaal vandalisme- gevoelig. Kostenbesparend m.b.t. grondverzet kan zijn het toepassen van een damwandconstructie. Aan de randen van de verdediging (in langsrichting gezien) treedt bij afslag van de naastgelegen duinen een minder diepe ontgrondingskuil op dan in het midden van de verdediging. De lengte van dit invloedsgebied ligt in de orde van 100 a 150 meter
    corecore