1,721,064 research outputs found
Advies aan Faunafonds inzake heropening jacht op kolgans, grauwe gans en smient
Ter onderbouwing van het door het Faunafonds aan de minister van LNV uit te brengen advies betreffende het heropenen van jachtmogelijkheden op de kolgans, grauwe gans en smient is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten van de voorgestelde maatregelen. Dit betreffen effecten op de aantallen en verspreiding van deze drie vogelsoorten in een internationale context en te verwachten effecten op de kosten die binnen Nederland gemaakt moeten worden voor ganzenopvang en vergoeding van landbouwschade. Deze analyse is gemaakt met gebruikmaking van bestaande gegevens, waarbij geput is uit de gepubliceerde literatuur, de populatieschattingen uit de databank van Wetlands International, ongepubliceerde gegevens van het ringonderzoek aan kolganzen door Alterra, en de door het Faunafonds geleverde gegevens over de wildschade sinds 1990. Er is aangegeven aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden om te voorkomen dat de aantallen ganzen opnieuw gedecimeerd worden, zoals voor 1970 het geval was. Na 1970 heeft het twintig jaar geduurd voordat de aantallen ganzen zich weer hersteld hadden. Inmiddels zijn de meeste populaties vertienvoudigd. Gezien de lange tijdsduur van dit herstel is de nodige voorzichtigheid geboden bij heropening van de jachtmogelijkheden. Regulering van de aantallen ganzen en smienten en hun verspreiding door jacht is bij de huidige populatieniveaus een mogelijkheid om toename van de overheidskosten om landbouwschade te beperken die deze populaties niet in hun voortbestaan bedreigd. Door de decentralisatie van het jachtbeleid rust op de provincies de zware taak de internationale verplichtingen ter bescherming van trekvogels die Nederland is aangegaan (African Eurasian Waterbird Agreement) concreet vorm te geven
Ganzenvangen voor de wetenschap; ringonderzoek aan wilde ganzen
In de winter van 1954-55 startte het ITBON het ringonderzoek aan wilde ganzen in Nederland. Sindsdien zijn ruim 50 000 ganzen geringd met metalen ringen van het Vogeltrekstation Arnhem. Het verzamelen van deze gegevens is voortgezet door RIN, IBN, en nu Alterra. De ganzen worden gevangen door ganzenvangers op traditionele wijze met slagnetten en goed getrainde lokganzen. Terugmeldingen van de geringde ganzen zijn van belang voor het overheidsbeleid op het gebied van deze trekvogels, waarvoor Nederland door het ondertekenen van internationale verdragen zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Nadere analyse van deze langetermijngegevensreeks is gewenst. Sinds 1998-99 werkt Alterra met dit vangprogramma mee aan een onderzoeksproject van de universiteit van Osnabrück, waarbij tot nu toe ruim 1900 kolganzen met halsbanden zijn gemerkt
Lemmings, predators and brent geese - an international research project on the Taimyr peninsula, Russia
Het begin van het ganzenonderzoek op Schiermonnikoog; van voedselonderzoek aan anonieme ganzen naar het volgen van individuen met kleurringen
Evaluatie Opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten. Deelrapport 4. Invloed opvangbeleid op de internationale verspreiding van overwinterende ganzen in NW-Europa
De wijze waarop het nieuwe Beleidskader Faunabeheer in 2005 is ingevoerd heeft geen effect gehad op de internationale verspreiding van ganzen in NW-Europa. De vier (Kolgans, Kleine Rietgans, Grauwe Gans en Brandgans) in dit rapport onderzochte ganzenpopulaties vertonen over de winters 2005-2006 t/m 2007-2008 hetzelfde internationale verspreidingspatroon als daarvoor. De koude in januari 2006 in landen ten oosten van Nederland gaf in de winter 2005-2006 een lichte verschuiving van ganzen naar Nederland te zien. Alle populaties nemen nog steeds in aantal toe, maar verschillen in groeisnelheid. De waarschijnlijk het zwaarst bejaagde populatie (Kolgans) groeit het langzaamst. Het is onvoldoende duidelijk welke rol jacht speelt of kan spelen bij het reguleren van de aantallen ganze
Ganzenflappen voor de wetenschap - vangen van wilde ganzen voor het agrarisch natuurbeheer
Kan de geplande herinrichting van de Leipolder leiden tot verminderde aantallen Dwergganzen in het Natura 2000 gebied De Abtskolk en De Putten?
Vanwege de aanwezigheid van de zeer zeldzame Dwerggans is het gebied Abtskolk en De Putten (in totaal 612 ha) aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Voor de Leipolder, onderdeel van het gebied, zijn inrichtingsmaatregelen gepland om zoete graslandvegetatie om te vormen tot brakke vegetatie. Hiertoe is DLG begonnen met het afplaggen van een aantal percelen. De Raad van State heeft bepaald dat deze werkzaamheden moeten worden opgeschort tot gebleken is, of dit effect heeft op pleisterende dwergganzen. Dit rapport geeft daar antwoord o
- …
