1,721,163 research outputs found

    Post-operative incidence of lymphedema after RARP with or without extended pelvic lymph node dissection in a cohort study

    No full text
    Objectives: Lymphedema of the lower limbs and pubic area is a potential complication following extended pelvic lymph node dissection (ePLND) during robot-assisted radical prostatectomy (RARP). The incidence of lymphedema after ePLND has not been systematically reported in the literature. This study aimed to determine the incidence of lymphedema, describe its clinical characteristics and identify specific risk factors in patients undergoing RARP with or without ePLND. Methods: A retrospective cohort study was conducted at a tertiary referral centre between April 2016 and July 2020. Structured electronic case report forms (eCRFs) integrated into the electronic health record system were used to document intraoperative, perioperative and postoperative data. The primary endpoint was the incidence of lymphedema. Secondary endpoints included risk factors for and localization of the postoperative lymphedema. Results: A total of 500 patients who underwent RARP were included, with 301 patients undergoing ePLND and 199 patients without any form of PLND. Median follow-up period was 18 (range 3-49) months. Seventy-eight out of 301 (26%) of patients who underwent ePLND developed lymphedema, compared to only 2 out of 199 (1%) patients without ePLND. In most patients (49/301, 16%), lymphedema was mild (grade 1), whereas 29 patients (10%) developed grade 2 lymphedema. Twenty-six patients (9%) received decongestive lymphatic therapy. The most frequent site of lymphedema occurrence were the lower (54%) and the upper legs (40%). The number of nodes removed during RARP was identified as a risk factor for post-operative lymphedema (OR 1.04; p < 0.05). Conclusions: In this cohort study, approximately one in four patients undergoing RARP with ePLND developed lower limb and/or midline oedema, whereas one in ten patients started decongestive lymphatic therapy for symptomatic lymphedema. These findings provide valuable information for patient counselling about the potential benefits and risks of ePLND.Fonds Wetenschappelijk Onderzoek, Grant/Award Number: 1804625

    Problemen ter hoogte van het bovenste lidmaat na de behandeling van borstkanker - Evaluatie en behandeling van myofasciale dysfuncties

    No full text
    Breast cancer patients may receive different radical treatments, such as breast surgery, axillary lymph node dissections and radiotherapy of the breast or thorax. These treatments have a profound effect on the deep myofascial level of the shoulder, thorax and axilla and they create a vicious circle of adhesions, lack of mobility and pain in muscles, fasciaeand joints around the shoulder. The effectiveness of myofascial techniques on the prevention and treatment of these dysfunctions of the upper limb related to the treatment of breast cancer have never been investigated. Therefore, one randomised controlled trial will investigate the preventive effect of myofascial techniques, additional to the traditional physical therapy, on dysfunctions of the upper limb, applied onbreast cancer patients with an axillary lymph node dissection. Another randomised controlled trial will investigate the treatment effect of myofascial techniques applied on breast cancer patients with chronic pain of the upper limb. The third aim is to investigate the patient-related, breast cancer- related and treatment- related factors for the change of shoulder dysfunctions after breast cancer treatment.status: Publishe

    Effectiviteit van fluoroscopie-gestuurde manuele lymfedrainage ter behandeling van borstkanker-gerelateerd lymfoedeem

    No full text
    Currently, almost all patients with breast cancer-related lymphedema (BCRL) receive manual lymph drainage (MLD) to treat the edema. Despite this worldwide application of MLD, different systematic reviews and meta-analyses conclude that there is no strong evidence about the effectiveness of lymph drainage to treat BCRL. Belgrado and colleagues developed a new and more efficient method of lymph drainage to improve lymph transport, i.e. fluoroscopy-guided MLD. Belgrado has already shown that MLD with relatively high pressure (vs lower pressure) is more effective to improve lymph transport, as well as gliding (vs no gliding). In this study, only the physiological effect after one session of fluoroscopy-guided MLD was investigated. Whether the application of different sessions of fluoroscopy-guided MLD as part of the intensive phase of Decongestive Lymphatic Therapy is clinically effective, has never been examined. Therefore, a randomised controlled trial will investigate the effect of fluoroscopy-guided MLD versus traditional MLD vs placebo MLD on several clinical parameters (primary: change in arm/hand volume and change in accumulation of fluid at level of the shoulder/trunk, and secondary: change in quality of life (QoL) and change in lymphedema-related functioning) in patients with BCRL. Other research objectives of this doctoral project are: 1) To compare five volumetric measurement methods in terms of reliability, time-efficiency, and clinical feasibility for assessing excessive arm volume in patients with BCRL: traditional volumetry with overflow, volumetry without overflow, inversed volumetry, opto-electronic volumetry and calculated volume based on circumferences. 2) To investigate and compare reliability of the MoistureMeterD® Compact device and the pitting test as clinical assessment tools for evaluating the water content and composition of edema, in patients BCRL. 3) To assess the clinimetric properties (validity, reliability and responsiveness) of the Dutch Lymph-ICF-UL questionnaire in patients with BCRL. Additionally, to translate the Dutch version of the Lymph-ICF-UL questionnaire into French, and to assess its clinimetric properties (validity and reliability) accordingly, in a cohort of French-speaking patients with BCRL. 4) To make a systematic review on the financial impact of BCRL treatment. Furthermore, to make a financial analysis of the direct costs related to BCRL and its sequelae, in a European setting. These five research aims will be investigated through nine different studies representing nine chapters.status: Publishe

    Breast cancer-related lymphoedema: mechanism, prevention and treatment

    No full text
    status: Publishe

    Lymfoedeem na borstkanker: mechanisme, preventie en behandeling

    No full text
    status: Publishe

    Complications after breast cancer treatment. Measurement, treatment and prevention of arm lymphoedema.

    No full text
    Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Gelukkig overleven meer en meer vrouwen deze kanker. Dit betekent dat de levenskwaliteit na de behandeling voor borstkanker des te belangrijker wordt. De mate van het fysiek actief zijn op korte en lange termijn na de operatie en de aanwezigheid van arm morbiditeit hebben een grote invloed op deze levenskwaliteit.In HOOFDSTUK I van dit doctoraal onderzoek worden deze fysieke complicaties onderzocht. Tweehonderd zevenenzestig borstkankerpatiënten hebben een vragenlijst ingevuld (the Flemish Physical Activity Computerised Questionnaire) om zo de beroeps-, sport- en huishoudelijke activiteiten van borstkankerpatiënten te kennen. De vragenlijst werd voor de operatie ingevuld en 1, 3, 6 en 12 maanden na de operatie. Het activiteiten niveau werd uitgedrukt in MET-uren per week. Het totale fysieke activiteiten niveau van de patiënten was de eerste maand na de operatie significant gedaald en herstelde traag na de operatie. De fysieke activiteiten niveaus gerelateerd aan beroep, sport en huishouden kenden hetzelfde postoperatieve verloop. Eén jaar na de operatie was het totale activiteiten niveau (in vergelijking met preoperatief) significant gedaald met 5%. Het beroepsactiviteiten niveau van de patiënten die voor de operatie werkten was gedaald met 85%, het sportactiviteiten niveau van de patiënten die voor de operatie sportten was gedaald met 61% en het activiteitenniveau gerelateerd aan het huishouden met 17%. In de tweede studie van dit hoofdstuk werd de arm morbiditeit geëvalueerd en dit 3.4 jaar na de okseluitruiming voor borstkanker. Eenendertig procent van de patiënten hadden nog steeds een beperkte schouder beweeglijkheid, 79% van de patiënten ondervond pijn en discomfort ter hoogte van het bovenste lidmaat, 51% vermeldde beperkingen van hun dagelijkse activiteiten en 18% van de patiënten had lymfoedeem.In HOOFDSTUK II werd de betrouwbaarheid en validiteit van onze zelfontworpen perimeter onderzocht. Dit meettoestel bepaalt om de 4 cm de armomtrek. Het elimineert de nadelen verbonden aan de klassieke manier van omtreksmetingen, zoals het verschil in trekspanning op het meetlint wanneer de metingen door verschillende personen uitgevoerd worden, de moeilijkheid om de referentiepunten steeds op de zelfde plaats te zetten en de tijd die besteed wordt aan de omtreksmetingen. Honderdentwaalf patiënten namen deel aan dit onderzoek. Om de betrouwbaarheid van onze perimeter na te gaan, werden de metingen twee maal na elkaar uitgevoerd met een tijdspanne van slechts enkele dagen ertussen. Om de validiteit na te gaan hebben we eveneens het armvolume met de volumeter gemeten. Afhankelijk van de plaats van de omtreksmeting, varieerde de Intraclass Correlation Coefficient tussen 0.94 en 0.99. Dit betekent een uitstekende test-retest betrouwbaarheid. De meetfout ter hoogte van de verschillende meetplaatsen (uitgezonderd 20 cm boven de elleboog) was laag en varieerde tussen 0.2 cm en 0.5 cm en een toename van de armomtrek van 1.0 cm of meer was klinisch relevant. De validiteit van onze perimeter was niet goed. De armvolumes berekend uit de armomtrekken en de armvolumes gemeten met een volumeter weken teveel van elkaar af.Bij lymfoedeem patiënten is het niet alleen noodzakelijk de armzwelling te meten, ook de andere stoornissen in functie, beperkingen in activiteiten en participatieproblemen die verband houden met het arm lymfoedeem moeten geëvalueerd worden. In de wetenschappelijke literatuur hebben we verschillende vragenlijsten gevonden die de functioneringsproblemen gerelateerd aan lymfoedeem meten. Geen van deze vragenlijsten waren echter betrouwbaar en valide en waren gebaseerd op de terminologie van de Internationale Classificatie van het menselijke Functioneren. Daarom hebben we zelf een vragenlijst ontwikkeld, de Lymfoedeem Stoornis, Beperking, Participatieprobleem (Lymf-ICF) vragenlijst (HOOFDSTUK IV). We hebben deze getest op betrouwbaarheid en validiteit op 60 borstkankerpatiënten met (objectief of subjectief) lymfoedeem en 30 borstkankerpatiënten zonder lymfoedeem. Test-retest betrouwbaarheid en interne consistentie waren goed tot uitstekend. Er waren geen systematische wijzigingen van de scores op de vragenlijsten tussen beide tijdstippen. De meetfout was klein, waardoor de bovengrens en ondergrens voor klinisch relevante wijzigingen aanvaardbaar waren. De inhoudsvaliditeit en constructvaliditeit waren eveneens goed.In HOOFDSTUK IV hebben we een systematische literatuurstudie uitgevoerd over de evidence-based kinesitherapeutische behandeling van lymfoedeem, ontwikkeld na de borstkankerbehandeling. Enkel (pseudo-) gerandomiseerde en gecontroleerde studies, en niet-gerandomiseerde experimentele studies werden in deze review opgenomen. We kunnen met enige voorzichtigheid stellen dat Combined Physical Therapy een effectieve behandeling is voor arm lymfoedeem. Wanneer we het effect beoordeelden van zijn verschillende onderdelen, bleek dat enkel de bandage een effectieve behandeling is voor lymfoedeem (dit is wel onderzocht op een heterogene groep met lymfoedeem van het bovenste of onderste lidmaat). De effectiviteit van huidzorg, oefeningen, een steunmouw en hoogstand is nog nooit onderzocht aan de hand van een controleerde studie en over het effect van MLD ter behandeling van lymfoedeem bestaat geen consensus. Pneumatische compressietherapie is effectief, maar wanneer de behandeling gestopt wordt, neemt het lymfoedeem onmiddellijk toe. In het laatste hoofdstuk (HOOFDSTUK V) hebben we het preventieve effect van MLD onderzocht op het ontwikkelen van arm lymfoedeem. De experimentele groep kreeg richtlijnen ter preventie van lymfoedeem, oefeningen en MLD en de controlegroep kreeg enkel richtlijnen en oefeningen. Dit 20-weken durend programma werd door 160 borstkankerpatiënten uitgevoerd en werd ongeveer 3 weken na de okseluitruiming gestart. Alle patiënten werden voor de operatie gemeten en 1, 3, 6 en 12 maanden na de operatie. Lymfoedeem werd gedefinieerd als minstens 2.0 cm toename van minstens twee naast elkaar gelegen armomtrekken en dit in vergelijking met de preoperatieve meting. De incidentie was vergelijkbaar tussen de experimentele groep en de controlegroep op 6 maanden (12% versus 10%, p=0.69) en op 12 maanden (23% versus 18%, p=0.54) na de operatie. Naast deze definitie werd lymfoedeem eveneens gedefinieerd als minstens 200 ml toename van het armvolume in vergelijking met preoperatief. Ook voor deze definitie was de incidentie van lymfoedeem op elk tijdstip vergelijkbaar tussen beide groepen. De experimentele groep en controlegroep waren eveneens vergelijkbaar wat betreft de prevalentie van lymfoedeem, de tijd tot het ontwikkelen van het lymfoedeem, de wijziging van het armvolume, de levenskwaliteit van de patiënt en de functioneringsproblemen die verband houden met het ontwikkelen van een lymfoedeem. Hieruit kunnen we besluiten dat MLD geen preventief effect heeft op het ontwikkelen van lymfoedeem.status: Publishe

    Physical activity levels after low anterior resection for rectal cancer: one-year follow-up

    No full text
    BACKGROUND: Overall survival rates after rectal cancer have increased. Therefore, functional outcomes rightly deserve more interest. The aims of this study were to assess progression in total, sports, occupational and household physical activity levels of rectal cancer survivors, from preoperatively to 12 months after surgery/stoma closure and to explore predictive factors. METHODS: Multi-center prospective study with 125 patients who underwent low anterior resection for rectal cancer. The Flemish Physical Activity Computerized Questionnaire was completed concerning all physical activity levels at baseline (past preoperative year) and at 1, 4, 6 and 12 months after surgery/stoma closure. At these timepoints, questionnaires (LARS-/ COREFO-questionnaire) regarding bowel symptoms were also filled out. Results were analyzed using linear mixed models for repeated measures. RESULTS: Total physical activity levels up to 12 months remained significantly lower than preoperative. Occupational and sports physical activity levels remained significantly lower until 6 and 4 months postoperative, respectively. Predictive factors for decreased physical activity levels at a specific timepoint were: younger age and no stoma (total physical activity, 1 month), low/mid rectal tumor, no stoma, non-employed status (total, 4 months), higher COREFO-scores (occupational, 4 months) and non-employed status (total, 12 months). At all timepoints, lower COREFO-scores were associated with higher total physical activity levels; male gender and lower educational levels with higher occupational levels; younger age, normal BMI, employed status and adjuvant therapy with higher sports levels; and female gender, lower educational level and unemployed status with higher household levels. CONCLUSIONS: One year after rectal cancer treatment, total physical activity levels were still not recovered. Rectal cancer patients, especially those at risk for decreased physical activity levels and with major bowel complaints, should be identified and guided to increase their activities. TRIAL REGISTRATION: This trial has been registered at Netherlands Trial Register ( NTR6383 , 23/01/2017).sponsorship: This clinical trial is supported by a grant of the Research Foundation -Flanders (FWO-TBM) (T000216N). Fonds Wetenschappelijk Onderzoek -Vlaanderen, Egmontstraat 5, 1000 Brussel. The funder of the study had no role in study design, data collection, data analysis, data interpretation, or writing of the report. (Research Foundation -Flanders (FWO-TBM)|T000216N, Fonds Wetenschappelijk Onderzoek -Vlaanderen, Brussel)status: Publishe

    Preventieve aanpak van lymfoedeem

    No full text
    status: Publishe
    corecore