59,703 research outputs found

    Bibliographie Leo Perutz : Stand: 26. April 2010

    No full text
    In den gut eineinhalb Jahrzehnten, die seit der Bibliographie von Hans-Harald Müller und Wilhelm Schernus (Nr. 140) vergangen sind, hat sich die Perutz-Forschung etabliert. Dies zeigt schon ein flüchtiger quantitativer Vergleich. Der Abschnitt "Wissenschaftliche Untersuchungen" bestand damals aus einer Handvoll Magisterarbeiten und Dissertationen; in der vorliegenden Bibliographie nimmt die Sekundärliteratur mehr als die Hälfte des Raums ein. Die Rechtfertigung einer neuen Perutz-Bibliographie liegt denn auch vor allem darin, ein aktuelles, möglichst vollständiges Verzeichnis der wissenschaftlichen Literatur zu Leo Perutz (unter Einschluß der vor 1990 erschienenen Titel) vorzulegen. Der Abschnitt "Primärliteratur" schließt dagegen chronologisch an Müller und Schernus an

    Leo de Berardinis, artista-teorico

    No full text
    L'intento del saggio è quello di valorizzare - più di quanto non si faccia di solito - il contributo teorico fornito da Leo de Berardinis alla discussione contemporanea sul teatro e i suoi problemi, mediante scritti, per lo più d'occasione, prodotti nel corso della sua straordinaria carriera di attore-regista, o meglio di artista teatrale, e in particolare nella lunga, conclusiva stagione bolognese

    Lizia De Leo

    No full text
    Video interview with Lizia De Leo as part of the Italian Cinema Audiences projec

    Letter from Simeon Leo to his father

    No full text
    Letter from Simeon Leo, Esq. to his father on paper torn from a notebook. Written in broken English.Digital imag

    De laatsten zullen de eerste zijn (1): Over prioriteiten bij herstructurering

    No full text
    De idee dat de wettelijke en contractuele rangorde bij insolventieprocedures wordt gerespecteerd, is bij de huidige Belgische reorganisatieprocedure door collectief akkoord eerder een mythe dan realiteit. De achtergestelde aandeelhouders behou-den structureel hun positie in het kapitaal terwijl de niet-gesecureerde schuldeisers afschrijvingen ondergaan. Het systematisch niet-respecteren van een ex ante overeen-gekomen rang bij een herstructurering is niet alleen vreemd vanuit juridisch oogpunt, maar heeft ook verstrekkende economische implicaties die inefficiënt zijn. De implementatie van de Europese Herstructureringsrichtlijn, die de lidstaten oplegt om bij de richtlijnconforme herstructureringsprocedures de relative priority rule (RPR) of de absolute priority rule (APR) te introduceren, stemt tot nadenken. Op basis van rechtsvergelijkende en rechtseconomische inzichten bepleiten we de introductie van een gerelativeerde APR. De gerelativeerde APR heeft, net zoals de (gewone) APR, als uitgangspunt de wettelijke en contractuele rangorde bij faillissement. Afwijken kan enkel mits de klasse wiens pre-akkoordrechten niet worden gerespecteerd daarmee instemt. De gerelativeerde APR verduidelijkt dat (i) de gesecureerde schuldeisers enkel een bevoorrechte aanspraak hebben op de liquidatiewaarde van hun onderpand (gewaardeerd in een stuksgewijze verkoop of in een verkoop in continuïteit), en niet op de reorganisatiewaarde (d.i. gewaardeerd in de situatie dat het akkoord tot stand komt, bv. via een discounted cash flow methode) (bifurcatie), en dat (ii) aandeelhouders (een deel van) hun belang kunnen aanhouden als zij in ruil nieuwe waarde (financiering) inbrengen in de onderneming of als zij daadwerkelijk cruciaal zijn voor de onder-neming en gedurende een redelijke termijn verbonden blijven met de onderneming (te vergelijken met een inbreng in geld of in natura)-een gelijkaardige redenering kan worden gemaakt voor strategische schuldeisers. Tot slot argumenteren we dat de 20%-regel die we vandaag naar Belgisch recht kennen eigenlijk niets meer is dan een verdelingsregel die resoluut afwijkt van de door ons verdedigde (gerelativeerde) APR en botst met de gekende rechtseconomisch inzichten. (1) Vrij naar Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 en Lukas 13, 30. * Dr. Frederik De Leo is advocaat aan de balie van Brussel, vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Handels-en Insolventierecht (KU Leuven), en gedurende academiejaar 2021-2022 gastdocent Insolventierecht aan de UHasselt. Dr. Simon Landuyt is jurist en gastdocent Vennootschappen en financieel recht (master in het vennootschaps-recht) aan de KU Leuven. De delen II tot en met IV zijn hoofdzakelijk geschreven door Simon Landuyt en de delen V en VI door Frederik De Leo. De theorie van de delen V en VI (zij het zonder een specifieke focus op aandeelhouders en zonder het cijfervoorbeeld) kan men ook terugvinden in het doctoraal proefschrift van Frederik De Leo. De finale versie van deze bijdrage werd ingeleverd op 7 november 2021

    De laatsten zullen de eerste zijn (1): Over prioriteiten bij herstructurering

    No full text
    De idee dat de wettelijke en contractuele rangorde bij insolventieprocedures wordt gerespecteerd, is bij de huidige Belgische reorganisatieprocedure door collectief akkoord eerder een mythe dan realiteit. De achtergestelde aandeelhouders behou-den structureel hun positie in het kapitaal terwijl de niet-gesecureerde schuldeisers afschrijvingen ondergaan. Het systematisch niet-respecteren van een ex ante overeen-gekomen rang bij een herstructurering is niet alleen vreemd vanuit juridisch oogpunt, maar heeft ook verstrekkende economische implicaties die inefficiënt zijn. De implementatie van de Europese Herstructureringsrichtlijn, die de lidstaten oplegt om bij de richtlijnconforme herstructureringsprocedures de relative priority rule (RPR) of de absolute priority rule (APR) te introduceren, stemt tot nadenken. Op basis van rechtsvergelijkende en rechtseconomische inzichten bepleiten we de introductie van een gerelativeerde APR. De gerelativeerde APR heeft, net zoals de (gewone) APR, als uitgangspunt de wettelijke en contractuele rangorde bij faillissement. Afwijken kan enkel mits de klasse wiens pre-akkoordrechten niet worden gerespecteerd daarmee instemt. De gerelativeerde APR verduidelijkt dat (i) de gesecureerde schuldeisers enkel een bevoorrechte aanspraak hebben op de liquidatiewaarde van hun onderpand (gewaardeerd in een stuksgewijze verkoop of in een verkoop in continuïteit), en niet op de reorganisatiewaarde (d.i. gewaardeerd in de situatie dat het akkoord tot stand komt, bv. via een discounted cash flow methode) (bifurcatie), en dat (ii) aandeelhouders (een deel van) hun belang kunnen aanhouden als zij in ruil nieuwe waarde (financiering) inbrengen in de onderneming of als zij daadwerkelijk cruciaal zijn voor de onder-neming en gedurende een redelijke termijn verbonden blijven met de onderneming (te vergelijken met een inbreng in geld of in natura)-een gelijkaardige redenering kan worden gemaakt voor strategische schuldeisers. Tot slot argumenteren we dat de 20%-regel die we vandaag naar Belgisch recht kennen eigenlijk niets meer is dan een verdelingsregel die resoluut afwijkt van de door ons verdedigde (gerelativeerde) APR en botst met de gekende rechtseconomisch inzichten. (1) Vrij naar Matteüs 19, 30; Marcus 10, 31 en Lukas 13, 30. * Dr. Frederik De Leo is advocaat aan de balie van Brussel, vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Handels-en Insolventierecht (KU Leuven), en gedurende academiejaar 2021-2022 gastdocent Insolventierecht aan de UHasselt. Dr. Simon Landuyt is jurist en gastdocent Vennootschappen en financieel recht (master in het vennootschaps-recht) aan de KU Leuven. De delen II tot en met IV zijn hoofdzakelijk geschreven door Simon Landuyt en de delen V en VI door Frederik De Leo. De theorie van de delen V en VI (zij het zonder een specifieke focus op aandeelhouders en zonder het cijfervoorbeeld) kan men ook terugvinden in het doctoraal proefschrift van Frederik De Leo. De finale versie van deze bijdrage werd ingeleverd op 7 november 2021

    Carta de Leo Brouwer a Alicia Alonso.

    No full text
    Carta de Leo Brouwer a Alicia Alonso expresándole su profundo respeto y admiración

    [photograph] Portret van Leo Van De Walle.

    No full text
    Op achterzijde foto staat: handgeschreven nota: 'Leo Van De Walle (1899-1972). Dienstjongen, klerk, opsteller (1926-1964)'.Bijzondere collectie

    Reimagining planning. Indirizzi di lavoro per urbanisti e formatori di urbanisti

    No full text
    La ricerca sulle pratiche dei planner italiani (De Leo, Forester, INU Edizioni, 2018) e quella sui prof(ass)essori (De Leo, FrancoAngeli, 2017), dedicata all’esperienza di tredici docenti universitari che hanno svolto il ruolo di assessore all’urbanistica/al governo del territorio, hanno puntato ad avviare una discussione ampia sul complesso delle nostre attività, di urbanisti e formatori di urbanisti, sollecitando una riflessione, da più parti ritenuta essenziale, sulla ridefinizione critica dei nostri campi di azione e della relativa formazione universitaria che “eroghiamo” . Le recenti iniziative di presentazione nazionale di entrambe i lavori – a maggio a Milano e poi a luglio a Roma – hanno confermato l’utilità di un confronto serio e approfondito sui molti modi di praticare e insegnare il “fare urbanistico”, oltre che sulla necessità di superare steccati e antinomie al fine di rendere: a) maggiormente sensato il nostro lavoro di ricerca, b) più efficaci le nostre pratiche, c) più appropriata l’articolazione e il focus dei nostri insegnamenti

    Reimagining planning. Indirizzi di lavoro per urbanisti e formatori di urbanisti

    No full text
    La ricerca sulle pratiche dei planner italiani (De Leo, Forester, INU Edizioni, 2018) e quella sui prof(ass)essori (De Leo, FrancoAngeli, 2017), dedicata all’esperienza di tredici docenti universitari che hanno svolto il ruolo di assessore all’urbanistica/al governo del territorio, hanno puntato ad avviare una discussione ampia sul complesso delle nostre attività, di urbanisti e formatori di urbanisti, sollecitando una riflessione, da più parti ritenuta essenziale, sulla ridefinizione critica dei nostri campi di azione e della relativa formazione universitaria che “eroghiamo” . Le recenti iniziative di presentazione nazionale di entrambe i lavori – a maggio a Milano e poi a luglio a Roma – hanno confermato l’utilità di un confronto serio e approfondito sui molti modi di praticare e insegnare il “fare urbanistico”, oltre che sulla necessità di superare steccati e antinomie al fine di rendere: a) maggiormente sensato il nostro lavoro di ricerca, b) più efficaci le nostre pratiche, c) più appropriata l’articolazione e il focus dei nostri insegnamenti
    corecore