1,735,914 research outputs found

    Syllabus Hoogwater 1995, voordrachten Symposium Hoogwater

    No full text
    Door de CUR en TAW georganiseerd symposium naar aanleiding van het rivierhoogwater van 1995 en de maatregelen die toen getroffen zijn, alsmede het wetsvoorstel voor aanpassing van de Wet op de Waterkering. Onderdelen zijn: "WAS HET HOOGWATER HOOG?" - VOORLOPIGE ANALYSE HOOGWATERPERIODE JANUARI-FEBRUARI 1995 - HOOGWATER IN WATERSCHAP ROER EN OVERMAAS - GEDRAG VAN NOODVOORZIENINGEN TIJDENS HET HOOGWATER - BOERTIEN TEGEN HET LICHT VAN HET HOOGWATER 1995 - FALEN VAN DIJKEN - INTEGRALE BENADERING VAN HET RIVIERENGEBIED - ELFSTEDENTOCHT EN DELTAPLAN GROTE RIVIEREN - VERSNELDE AANPAK IN DE PRAKTIJK - Wetsvoorstel "Deltawet grote riviere

    Cementbetonnen plaatbekledingen op oevers en dijken, bundeling van artikelen uit de vakpers 1990-1991

    No full text
    CUR; Proefproject: Open colloidaal beton a/s dijkbekleding; PT civiele techniek, april 1990. Burger, A.M., Eversdijk, P.J. en Hendriksma, A.M.; Open cementbeton toegepast a/s bekleding voor dijken; Zeewering Breskens, proefproject voor colloidaal beton; Land + Water, mei 1990. Burger, A.M., Eversdijk, P.J. en Hendriksma, A.M.; Colloidaal beton weerstaat zware storm en hoge golven; De praktijk van open cementbeton a/s Plaatbekleding; Land + Water, juni 1990. CUR; Cementbetonnen plaatbekledingen op dijken; Proefprojecten CUR; Civiele Techniek, No4, 1990. Vrieze, C.G. de; Betonnen dijken, groen a/s gras; Proeven met colloidaal beton voor begroeide rivierdijken; Land + Water No.6, juni 1991. Eversdijk, P.J. en Fase, A.G.; Breuksteen met colloidaal beton pakt rivierdijken goed in; Proefproject Opijnen in Julianakanaal; Land + Water No. 7/8, augustus 1991. Rijke, W.G. de en Burger, A.M.; Cementbetonnen plaatbekledingen op dijken en oevers; Praktische ontwerpmethode (1); Civiele Techniek, jaargang 46, No.3, 1991. Rijke, W.G. de en Burger, A.M.; Cementbetonnen plaatbekledingen op dijken en oevers theoretisch waterdicht; Praktische ontwerpmethode (2); Civiele Techniek, jaargang 46, No.4, 1991. CUR; oemonstratieproject open colloidaal beton Noordoostpolder; Civiele Techniek, No.3, 1991

    Methode voor de sterktebeoordeling van dijken

    No full text
    Uiteenzetting voor de CUR over de resultaten van de werkgroepen A27 en A28 over onderhoud van oevers en waterkeringen. Opzet van een methodiek voor systematisch en rationeel onderhoud van dijken

    5FU-CUR-PIP-HSA-NPs characterization.

    No full text
    (A) SEM image and (B) particle size distribution of 5FU-CUR-PIP-HSA-NPs. (C) DSC thermograms of 5FU, PIP, CUR, HSA, and 5FU-CUR-PIP-HSA-NPs. (D) In vitro release patterns of the three drugs from 5FU-CUR-PIP-HSA-NPs in different buffers at 37°C. Each point represents the average of three independent experiments, and error bars show the SD.</p

    Toepassing van alternatieve materialen in de waterbouw: Economisch model

    No full text
    Een inzicht in de achtergronden van de economische "markt" is gegeven door het mechanisme van vraag en aanbod te beschrijven en een overzicht te geven van de verschillende markttypen: - De markt is het resultaat van de ontmoeting tussen de vraag van de consument en het aanbod van de producenten. De mogelijke veranderingen i de vraag- en aanbodcurve, en de daarmee samenhangende veranderingen van het marktevenwicht, zijn in dit rapport met behulp van figuren uitgelegd. Daarbij is ook de prijselasticiteit, de gevoeligheid van de vraag en/of het aanbod voor marktprijsveranderingen behandeld. - Bij de marktvormen is een onderscheid gemaakt tussen de ideaaltypen volledig vrije mededinging en zuiver monopolie en de meer realistische marktvormen monopolistische concurrentie en oligopolie. Het is mogelijk gebleken de hiervoor beschreven inzichten van de markt te vertalen naar de bouwmaterialenmarkt met het aanbod van conventionele bouwmaterialen en alternatieve materialen. Daartoe is in eerste instantie het produktieproces beschouwd dat een produkt en een reststof oplevert. Daarbij is vastgesteld dat de produktie van de reststoffen in een vaste verhouding met de produktie van het primaire produkt ontstaan, d.w.z. een volledig in-elastisch aanbod. De vraag naar de reststof bepaalt de prijs ervan: geen vraag betekent opslag met kosten, veel vraag betekent afzet met opbrengst. Opslagkosten verhogen de kostprijs van het primaire produkt en kunnen daarmee het marktevenwicht van het primaire produktieproces (en daarmee ook weer de hoeveelheid reststof) beïnvloeden. Het is voor de producent van het primaire produktieproces interessant een afzet voor de reststof te vinden, omdat deze de kostprijs van het primaire produkt verlaagt. Dit proces kan worden beïnvloed door de reststof te bewerken, waardoor het als alternatief materiaal op de markt kan worden afgezet. Onder het alternatieve materiaal wordt verstaan de al of niet bewerkte reststof, die kan worden toegepast ter vervanging van de conventioneel toegepaste bouwmaterialen. Het verschil tussen de negatieve prijs voor opslag of lozing en de positieve waarde in de (alternatieve) materialenmarkt staat volkomen ter beschikking van de producent voor het afzetten van het materiaal op de markt (kosten voor onderzoek, bewerking, extra transport e.d.). Dit wordt veroorzaakt door de volkomen in-elasticiteit van de reststof. Voor de producent kan het interessant zijn om op basis van de gunstige eigenschappen een differentiatie aan te brengen tussen het alternatieve en het klassieke materiaal (lager volumiek gewicht, specifieke chemische samenstelling). Aan de hand van een voorbeeld wordt duidelijk gemaakt dat het afzetten van een alternatief materiaal in een gedifferentieerd marktsegment (met een elastische vraagcurve) kwetsbaar is als gevolg van het niet te regelen aanbod. Een veiliger situatie wordt verkregen door het aanbod te verspreiden over meerdere gedifferentieerde marktsegmenten of zelfs een deel van het aanbod af te zetten op de markt van volledig vrije mededinging, waar overschotten kunnen worden verwerkt zonder dat deze invloed op de prijs hebben. Aan de hand van een aantal voorbeelden wordt ingegaan op het belang van de transportkosten. Deze worden beïnvloed door de transportafstand, het transportmiddel, de kostprijs van het materiaal dat kan worden toegepast en wie het transport in handen heeft. Op de vraag waar de winst terechtkomt in het geval de bewerking van de reststof en de verwerking van het alternatieve materiaal een economische waarde krijgt, wordt geconcludeerd dat een succesvolle toepassing na verloop van tijd kan leiden tot een situatie waarin de "vervuiler" verdient. De "vervuiler" staat hierbij tussen "quotes", omdat door de bewerking van de reststof een alternatief (bouw)materiaal is verkregen en er voor dat bewerkte deel van het reststoffenproces geen "vervuiler" meer aanwezig is. Om de economische markt te beïnvloeden, heeft de overheid in het algemeen twee mogelijkheden, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ingrepen c.q. beïnvloeding aan de zijde van de alternatieve materialen en aan de zijde van de conventioneel toegepaste materialen

    Beheer en onderhoud van waterkeringen en oevers - gedrag onder gebruiksbelastingen

    No full text
    De opzet van onderhavig rapport is gebaseerd op een directe behandeling van de schadebeelden (dat wil zeggen de schadecatalogus en de bijbehorende schadeontwikkeling) voor de vier concrete dijkvakken. In hoofdstuk 2 wordt de hiervoor gevolgde methodiek beschreven. Vervolgens worden de schadebeelden voor de verschillende dijkvakken in de hoofdstukken 3 tot en met 6 behandeld. Dit zijn achtereenvolgens: - de dijk Nieuw Lekkerland Oost voor een benedenrivierdijk; - de Hondsbossche Zeewering voor het type zeedijk; - de Noorder Nederrijndijk als bovenrivierdijk; - de dijk Oostelijk Flevoland voor het type meerdijk. Voor elk dijkvak is tevens een bijlage opgenomen (bijlagen 3 t/m 6), met een beschrijving van de constructie, de belastingen, het huidig beheer en onderhoud, en voor de belangrijkste toestandskenmerken een beschrijving van de verouderingsmechanismen. In hoofdstuk 7 komen tenslotte de conclusies van fase 3 aan de orde. Ter informatie is voor een aantal belangrijke elementen van de dijk een algemene bijlage opgenomen (bijlagen 7 t/m 10), waarin onder andere achtergrondinformatie is opgenomen over de relevante verouderingsmechanismen.TAW/EN

    Blik op de toekomst: Zandwinputten en oeverinscharing. CUR-commissie C130 'Zandwinputten en taludstabiliteit'

    No full text
    In ‘Aanbeveling 130 – Oeverstabiliteit bij zandwinputten’ formuleert CUR-commissie C130 de adviespraktijk die thans het meest aanbevelingswaardig is. Het is de verwachting dat de adviespraktijk de komende jaren aangepast moet worden in verband met de ontwikkeling van nieuwe kennis en nieuwe technieken. De ontwikkeling van nieuwe kennis en technieken hangt nauw samen met algemene ontwikkelingen in de komende 10 tot 20 jaar. Het is goed om daar bij stil te staan

    Dichte plaatbekleding, breuksteen gepenetreerd met colloïdaal beton, proefproject Opijnen

    No full text
    In september 1989 is een proefvak aangelegd op een zeedijk in het Waterschap het Vrije van Sluis nabij Breskens. Het betrof hier een plaatbekleding van open colloidaal beton. In 1990 is voorts een proefvak aangelegd op het talud van een winterdijk in het rivierengebied. In dit vak, op de Waalbandijk te Ochten in het Polderdistrict Betuwe, wordt de be- en doorgroeiing van een open plaatbekleding door natuurlijke vegetatie onderzocht. In 1990 zijn bovendien proeven uitgevoerd naar het onder water penetreren van breuksteen met colloïdaal beton ten behoeve van een mogelijke toepassing als waterdichte onderwater-taludbekleding in een kanaal. In 1991 zijn in dit verband nog aanvullende proeven uitgevoerd ter optimalisatie van de betonmengsels in relatie met het type breuksteen. Tenslotte is medio 1991 een proefvak aangelegd langs het IJsselmeer

    Plaatbekleding van open colloidaal beton, proefproject IJsselmeerdijk Noordoostpolder

    No full text
    In september 1989 is een proefvak aangelegd op een zeedijk in het Waterschap het Vrije van Sluis nabij Breskens. Het betrof hier een plaatbekleding van open collo"idaal beton. In 1990 is voorts een proefvak aangelegd op het talud van een winterdijk in het rivierengebied. In dit vak, op de Waalbandijk te Ochten in het Polderdistrict Betuwe, wordt de be- en doorgroeiing van een open plaatbekleding door natuurlijke vegetatie onderzocht. In 1990 zijn bovendien proeven uitgevoerd naar het onder water penetreren van breuksteen met collo'idaal beton ten behoeve van een mogelijke toepassing als waterdichte onderwater- taludbekleding in een kanaal. In 1991 zijn in dit verband nog aanvullende proeven uitgevoerd ter optimalisatie van de betonmengsels in relatie met het type breuksteen. Tenslotte is medio 1991 een proefvak aangelegd langs het IJsselmeer

    Leidraad cementbetonnen dijkbekledingen (inclusief achtergrondrapport)

    No full text
    Ontwerpleidraad voor dijkbekledingen bestaande uit losse betonblokken. Bepaling van de overdrukken onder de blokken. (isbn 90.212.6062.X). Gezamenlijke uitgave CUR en TAW.TAW/EN
    corecore