1,721,207 research outputs found
De ontwikkeling van de houding tegenover bètawetenschappen onder leerlingen op de middelbare school
Dit onderzoek richt zich op de vraag wat leerlingen op de middelbare school motiveert om voor een bètastudie te kiezen. Hiervoor zijn verschillende factoren geanalyseerd zoals intrinsieke en extrinsieke motivatiebronnen, verwachtingen van leerlingen en de huidige beeldvorming. De leerlingen zijn onderverdeeld in vier typen bèta's zoals voorgesteld door Boots en de Graaf (2010). Daarnaast zijn de veranderingen van de hierboven genoemde factoren gedurende de leerjaren in kaart gebracht. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek waren: dat bèta als moeilijk ervaren wordt, dat meisjes een negatiever beeld hebben dan jongens (voornamelijk in de onderbouw), dat kennis van bèta de attitude positief kan beïnvloeden en dat leraren in de onderbouw meer kunnen doen om het beeld te verbeteren. Het advies dat uit dit onderzoek volgt is dat er meer aandacht besteed moet worden aan bèta op school. Mocht hier geen tijd voor zijn dan is het belangrijk dat leerlingen in een vroeg stadium in de breedte worden geïnformeerd over beroeps- en inhoudelijke mogelijkheden van bètawetenschap. Hierdoor kan de instroom van leerlingen in een technisch profiel verhoogd worden waardoor meer leerlingen voor een technische studie zullen kiezen. Dit onderzoek richt zich op de vraag wat leerlingen op de middelbare school motiveert om voor een bètastudie te kiezen. Hiervoor zijn verschillende factoren geanalyseerd zoals intrinsieke en extrinsieke motivatiebronnen, verwachtingen van leerlingen en de huidige beeldvorming. De leerlingen zijn onderverdeeld in vier typen bèta's zoals voorgesteld door Boots en de Graaf (2010). Daarnaast zijn de veranderingen van de hierboven genoemde factoren gedurende de leerjaren in kaart gebracht. De belangrijkste conclusies van dit onderzoek waren: dat bèta als moeilijk ervaren wordt, dat meisjes een negatiever beeld hebben dan jongens (voornamelijk in de onderbouw), dat kennis van bèta de attitude positief kan beïnvloeden en dat leraren in de onderbouw meer kunnen doen om het beeld te verbeteren. Het advies dat uit dit onderzoek volgt is dat er meer aandacht besteed moet worden aan bèta op school. Mocht hier geen tijd voor zijn dan is het belangrijk dat leerlingen in een vroeg stadium in de breedte worden geïnformeerd over beroeps- en inhoudelijke mogelijkheden van bètawetenschap. Hierdoor kan de instroom van leerlingen in een technisch profiel verhoogd worden waardoor meer leerlingen voor een technische studie zullen kiezen
Nieuwsgierigheid in het natuurkundeondewijs:de rol van de docent
In dit onderzoek is aan de hand van een literatuurstudie en interviews met vijf respondenten onderzocht wat nieuwsgierigheid is en hoe belangrijk het is om nieuwsgierigheid te bevorderen in het onderwijs. Daarnaast is onderzocht welke technieken gebruikt kunnen worden om nieuwsgierigheid te bevorderen bij leerlingen. Hierbij is de focus gelegd op de rol van de (natuurkunde)docent. Uit het onderzoek volgde dat nieuwsgierigheid vooral is het ergens meer van willen weten en jezelf afvragen hoe iets zit, met als belangrijke kernvraag: "Hè, hoe zit dit eigenlijk?" Nieuwsgierigheid bevorderen in het onderwijs is van groot belang, omdat het de motivatie van leerlingen vergroot en het denk- en leerproces kan verbeteren. Nieuwsgierigheid kan herkend worden bij leerlingen onder andere aan het soort vragen dat ze stellen, zoals "hoe zit dat"-vragen, en de handelingen die ze uitvoeren. Verschillen in nieuwsgierigheid zijn aanwezig, zoals door geslacht, leeftijd of schoolniveau, maar nieuwsgierigheid lijkt niet alleen een tijdelijke staat, maar een houding die bij elke leerling gestimuleerd kan worden. Er zijn vervolgens zeven basistechnieken vastgesteld om nieuwsgierigheid te bevorderen, namelijk vragen stellen stimuleren, praktische voorbeelden gebruiken, onderzoeksgedrag stimuleren, omgaan met onzekerheid, nadruk op begrip leggen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, en een algemene houdingsverandering bewerkstelligen. Tot slot is er geconcludeerd dat de twee belangrijkste technieken hiervan zijn het vragen stellen stimuleren en de nadruk leggen op begrip, en de overige technieken meer als middelen (zoals praktische voorbeelden kiezen) of als randvoorwaarden (zoals omgaan met onzekerheid) ingezet kunnen worden. In dit onderzoek is aan de hand van een literatuurstudie en interviews met vijf respondenten onderzocht wat nieuwsgierigheid is en hoe belangrijk het is om nieuwsgierigheid te bevorderen in het onderwijs. Daarnaast is onderzocht welke technieken gebruikt kunnen worden om nieuwsgierigheid te bevorderen bij leerlingen. Hierbij is de focus gelegd op de rol van de (natuurkunde)docent. Uit het onderzoek volgde dat nieuwsgierigheid vooral is het ergens meer van willen weten en jezelf afvragen hoe iets zit, met als belangrijke kernvraag: "Hè, hoe zit dit eigenlijk?" Nieuwsgierigheid bevorderen in het onderwijs is van groot belang, omdat het de motivatie van leerlingen vergroot en het denk- en leerproces kan verbeteren. Nieuwsgierigheid kan herkend worden bij leerlingen onder andere aan het soort vragen dat ze stellen, zoals "hoe zit dat"-vragen, en de handelingen die ze uitvoeren. Verschillen in nieuwsgierigheid zijn aanwezig, zoals door geslacht, leeftijd of schoolniveau, maar nieuwsgierigheid lijkt niet alleen een tijdelijke staat, maar een houding die bij elke leerling gestimuleerd kan worden. Er zijn vervolgens zeven basistechnieken vastgesteld om nieuwsgierigheid te bevorderen, namelijk vragen stellen stimuleren, praktische voorbeelden gebruiken, onderzoeksgedrag stimuleren, omgaan met onzekerheid, nadruk op begrip leggen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, en een algemene houdingsverandering bewerkstelligen. Tot slot is er geconcludeerd dat de twee belangrijkste technieken hiervan zijn het vragen stellen stimuleren en de nadruk leggen op begrip, en de overige technieken meer als middelen (zoals praktische voorbeelden kiezen) of als randvoorwaarden (zoals omgaan met onzekerheid) ingezet kunnen worden
Wetenschapsoriëntatie:toepassing van vernieuwend onderwijs binnen het dr.-Knippenbergcollege
Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen en evalueren van (nieuw) lesmateriaal voor het nieuwe vak Wetenschapsoriëntatie op het dr.-Knippenbergcollege. Het lesmateriaal moet geschikt zijn voor alle leerjaren van het vak wetenschapsoriëntatie en voor alle onderzoeksrichtingen. Daarvoor is een complete leerlijn met leerdoelen ontworpen binnen dit onderzoek. De doelstelling is om met behulp\u3cbr/\u3evan lesmateriaal de docenten te ondersteunen in het onderwijzen van onderzoek doen. De lessencyclus bestaat uit de curriculumonderdelen leerdoelen, leeractiviteiten, een uitwerking van de rol van de docent, voorbeeld lesmateriaal en toetsingsmateriaal.\u3cbr/\u3eOm tot de uiteindelijke lessencyclus te komen zijn ontwerpeisen opgesteld aan de hand van visiedocumenten en mondeling overleg met de schoolleiding en betrokken docenten. Vanuit deze ontwerpeisen zijn leeractiviteiten en een didactische methode gekozen met daarbij ook passende toetsingsmethodes. Met deze achtergrond informatie is een lessencyclus geformuleerd met handvatten die de docent kunnen helpen om vorm te geven aan het onderwijs binnen het vak Wetenschapsoriëntatie. De materialen in dit document zijn bedoeld als inspiratie en hulpmiddelen om uiteindelijk een eigen lessenreeks te ontwerpen.\u3cbr/\u3eMet behulp van een interview procedure is geëvalueerd hoe de ontworpen lessencyclus functioneert binnen de lessen wetenschapsoriëntatie. Vanuit de betrokken docenten wordt de lessencyclus op dit moment beschreven als goed aansluitend bij de visie op het vak en de behoeftes van de docenten.\u3cbr/\u3eVerder evaluatie nodig gezien de korte tijd en beperkte mate waarin de lessencyclus is gebruikt. De aanbeveling is om daarnaast het curriculum verder uit te breiden door leerlijnen te formuleren voor leerinhoud, toetsing, leeromgeving. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de kennis die binnen de organisatie aanwezig is, zoals ook in dit onderzoek gebeurd is.\u3cbr/\u3
Klassikale frontale uitleg versus flipping-the-classroom:het verschil in leeropbrengst en vakbeleving bij 4VWO scheikunde leerlingen
Effectiviteit van gastles Speciale relativiteitstheorie als outreach-activiteit
Met een enquete onder de deelnemers is onderzoek gedaan naar de effectiviteit als outreach-activiteit van een gastles over de Speciale Relativiteitstheorie voor het VO. Op grond van de Self-determination Theory zijn zeven aspecten geselecteerd. Daarnaast is apart naar de motivatie (vier vormen) en de attitude (twee vormen) tegenover STEM gevraagd.\u3cbr/\u3eDe enquete blijkt betrouwbaar: voor 11 van de 13 aspecten ligt Cronbachs α tussen 0,71 en 0,92, voor de andere twee is α 0,64, resp. 0,66. De gastles ondersteunt het doel van outreach, het verbeteren van de attitude, goed. \u3cbr/\u3eDeelnemers waren veel meer intrinsiek dan extrinsiek voor de gastles gemotiveerd.\u3cbr/\u3eDe gastles is bijna drie jaar geleden herzien. De toevoeging van een animatie met quiz heeft tot een verbetering in de effectiviteit geleid.\u3cbr/\u3
Uitdagingen van de allochtone docent in Nederland met betrekking tot het beheersen van de Nederlandse taal in het voortgezet onderwijs
Using video in teacher education and professional development activities to stimulate teaching for active learning in Cambodia
- …
