47 research outputs found

    Isolatieplan vol kieren; kennis en maatwerk ontbreken in nationaal project voor energiebesparing

    No full text
    Het nationaal energiebesparingsplan Meer met Minder heeft als doel tot 2020 2,4 miljoen bestaande gebouwen 30 % zuiniger te maken. Ir. Bram Entrop en pro.fdr.ir. Jos Brouwers vrezen dat dit initiatief van overheid, energieleveranciers, bouw- en installatiebedrijven niet meer is dan een papieren tijger. Zo ontbreekt het aan financiële prikkels om te zorgen dat gebouweigenaren daadwerkelijk energiebesparende maatregelen nemen

    Ik schreef een kinderboek voor mijn drie dochters om ze iets te leren over zuinig watergebruik

    No full text
    Interview door Anne Hurenkamp over achtergrond en werkzaamheden betreffende docent/onderzoeker Bram Entro

    The road to circularity: a framework for and experiences in collecting road data in a circular renovation process

    No full text
    The construction and transport sectors both have a substantial impact on the environment. The construction, maintaining and renovating of roads involves both these sectors and the environmental impact of this work can be reduced. The basic principle of a circular economy is to close material loops and so retain the highest utility, quality and value of products, components and materials as possible. An important question in this respect is how to qualify and quantify material flows. Material and project passports seem to be part of the solution to improve insights and sharing information on quantities and qualities of materials used in construction projects. This paper has used a literature study on material passports and has taken into account current project management software used by a municipality, in order to share a framework for organising and collecting road construction data. Furthermore, various scanning equipment and procedures were employed onsite in an experiment in collecting actual road data. This resulted in a large amount of different data files that have been interpreted and incorporated into the existing database structure of the municipality. The insights gained may help other researchers, principals and contractors in the road construction industry in collecting and storing reliable data necessary to renovate roads circularly

    Assessing energy techniques and measures in residential buildings: a multidisciplinary perspective

    No full text
    Many Energy Techniques and Measures (ETMs) are available to reduce the fossil energy use of residential buildings. However, the rate at which these ETMs are implemented is relatively low. Bram Entrop (1980) addresses, in this design-oriented research, the influence that ETMs have on the energy performance of dwellings, what financial impact they have, how decisions regarding their implementation are taken in residential building projects, and what is required for a new ETM to be implemented in such projects. It was found that although an ETM has an effect on the actual energy use of a dwelling and its residents, this is not necessarily shown through an improved theoretical energy performance, or vice versa. It was also found that although the energy use of a dwelling and its residents is reduced by implementing an ETM, the residents do not necessarily benefit financially from its implementation. This thesis offers developers and manufacturers of ETMs an assessment framework that makes it possible to assess the implementation potential of an ETM by means of its effects on actual energy use and on the theoretical EPI, its financial impact on investment costs and annual cash flows, and its compliance with the interests of the stakeholders involved. Furthermore, the insight is offered that it is almost impossible for a novel ETM to be implemented in residential building projects due to at least five barriers. These barriers are the complexity of how the energy use of dwellings and their residents is constituted and influenced, the required government-stipulated minimum energy performance, that incentives are split among stakeholders, the composition of energy costs, and that the underlying mechanisms of the preceding four barriers are frequently changed. To improve the implementation of ETMs, efforts by all stakeholders are needed. More data are needed on what effects ETMs will have when applied in a specific dwelling with all its characteristics. In order to achieve this in the construction industry, it is recommended that the government initiates and stimulates pilot projects

    Historical overview of energy efficiency standards: related policies for buildings in the Netherlands

    No full text
    Presentation for the Anton de Kom University of Suriname. Residential real estate in the Netherland

    Oog in oog met Rottumeroog

    No full text
    In het eerste kwartiel wordt de cursus Duurzaam Bouwen aangeboden. Elk jaar schrijven circa dertig CME-,CEM- en SET masterstudenten zich voor dit vak in. Er wordt aandacht besteed aan bouwfysica, duurzaamheid in ontwerp- en bouwprocessen. Om te toetsen of alle leerdoelen worden behaald, wordt naast een tentamen ook de invulling van een groepsopdracht verlangd. Dit studiejaar lag er een unieke opgave klaar als groepsopdracht

    Handreikingen ter verbetering van het adoptiepotentieel van Roofclix

    No full text
    Sustainable Durable Systems timmert al enige jaren aan de weg met de door haar aangeboden Roofclix. Dit is een modulair systeem voor op platdakconstructies voor nieuwe en bestaande gebouwen om te komen tot een zogenaamd dubbeldak-constructie, waardoor met name in bestaande gebouwen de binnentemperatuur in de zomer- en winterdag behaaglijker blijft. Dit product kan zich meer en meer verheugen op een bredere belangstelling om bewoners en werknemers een beter binnenklimaat te bieden bij een lager energiegebruik. Om het adoptiepotentieel van energietechnieken en –maatregelen in het algemeen, en dus ook van Roofclix, verder te vergroten is het, conform het raamwerk van Entrop (2013), wenselijk om aan te sluiten bij datgeen dat gebruikelijk is aan productinformatie en productspecificaties in de bouwsector. De verschillende partijen betrokken bij bouwprojecten, waarin Roofclix haar waarde kan laten gelden, hebben behoefte aan specifieke informatie. Met betrekking tot Roofclix ontbreekt nog een deel van deze informatie. De doelstelling is daarom om aan Sustainable Durable Systems informatie over Roofclix op een zodanige manier aan te reiken wat betreft bestek, tekeningen en impact energieprestatie, zodat opdrachtgevers, architecten en aannemers het product gemakkelijker kunnen opnemen in het ontwerp- en uitvoeringsproces. Deze doelstelling wordt in dit onderzoek in drie stappen bereikt

    Luchtdoorlatendheid van woningen (deel 2)

    No full text
    Het zogenaamde luchtdicht bouwen krijgt steeds meer aandacht. Er zijn in het verleden door het toenmalige SenterNovem in het kader van het E’novatie programma al veel luchtdichtheidsmetingen uitgevoerd. Na circa twee decennia zijn het nu steeds vaker de opdrachtgevende en uitvoerende partijen zelf die om de zogenaamde ‘blower-door-tests’ vragen om de luchtdoorlatendheid van gebouwen te testen. De 3TU.Bouw heeft financiering toegekend aan het onderzoeksvoorstel ‘Impenetrable Infiltration’; een onderzoek naar de stand van zaken van de luchtdoorlatendheid van Nederlandse woningen

    Luchtdoorlatendheid van woningen (deel 1)

    No full text
    Het zogenaamde luchtdicht bouwen krijgt steeds meer aandacht. Er zijn in het verleden door het toenmalige SenterNovem in kader van het E’novatie programma al veel luchtdichtheidsmetingen uitgevoerd. Na circa twee decennia zijn het nu steeds vaker de opdrachtgevende en uitvoerende partijen zelf die om de zogenaamde ‘blower door tests’ vragen om de luchtdichtheid van gebouwen te testen. De 3TU.Bouw heeft financiering toegekend aan het onderzoeksvoorstel ‘Impenetrable Infiltration’: een onderzoek naar de stand van zaken van de luchtdoorlatendheid van Nederlandse woninge

    Verbeteren Duurzaamheid Aveleijn: Managementsamenvatting

    No full text
     1. InleidingAveleijn is een Twentse zorgorganisatie die mensen met een verstandelijke beperking of een lage sociale redzaamheid ondersteunt. Met haar hoofdkantoor in Borne biedt ze al meer dan 50 jaar zorg, ondersteuning, behandeling en advies aan kinderen, jongeren, volwassenen en senioren met een verstandelijke beperking in Twente en de gemeente Berkelland. Er wordt gewerkt vanuit de kernwaarden ‘ontmoeten’, ‘ontwikkelen’ en ‘ondersteunen’ met oog voor de mogelijkheden en talenten van haar klanten, maar ook aandacht voor hun beperkingen en kwetsbaarheid.De zorgsector heeft in oktober 2018 een Green Deal “Duurzame Zorg voor een Gezonde Toekomst” ondertekend. Aveleijn heeft zich ook aan de aandachtspunten in deze Green Deal gecommitteerd. Er worden punten op het gebied van 1) CO2 reductie, 2) circulair werken, 3) reductie van medicijnresten in water en 4) een gezond makende leef- en verblijfsomgeving onderscheiden. Weliswaar zijn gelijkwaardigheid, inclusie en duurzaamheid belangrijke thema’s binnen de organisatie, maar om te voldoen aan de aandachtspunten in de Green Deal is extra kennis nodig omtrent het meetbaar maken en monitoren van duurzaamheid, activering en onderwijs en de mogelijkheden om technische innovaties toe te passen in de gebouwde omgeving. Aveleijn is zich er namelijk bewust van dat technologische innovaties de organisatie en de klanten kunnen ondersteunen bij het houden van de eigen regie, effectieve communicatie en vitaliteit.Op 8 oktober 2018 heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden, welke op 21 november werd opgevolgd met een gesprek over concretere mogelijkheden qua samenwerking tussen Aveleijn en Saxion. Uit deze gesprekken is naar voren gekomen dat Aveleijn een goed beeld heeft van het energiegebruik van haar gebouwen, maar dat de volgende vraag leeft: Hoe kan de mate van duurzaamheid van Aveleijn effectief en efficiënt worden verbeterd?Aveleijn gaf aan graag een team van studenten de mogelijkheid te bieden om tot een sluitend plan te komen met daarin een gestructureerde aanpak om Aveleijn te verduurzamen. Belangrijke invalshoeken hierbij zijn 1) de gebouwen van Aveleijn, 2) het gebruik van deze gebouwen voor diensten en door klanten van Aveleijn en 3) het bezien van de gebouwen in hun omgeving. Het onderzoek van de studenten is vooraf gegaan door een bijeenkomst om intern zelf projecten van de grond te krijgen die het comfort van bewoners verbeteren, het energie- of watergebruik verlagen danwel op een andere manier de milieu-impact van de gebouwen, diensten, medewerkers en klanten van Aveleijn verlagen.Deze bijeenkomst heeft in de vorm van een workshop plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn vastgelegd in het verslag ‘Verslaglegging workshop Aveleijn 20 juni 2019’. Tijdens de workshop zijn een paar thema’s naar voren gekomen, te weten:    verduurzaming gebouwen met o.a. hun verlichting, sedum dak, douches, thermostaten en (niet aangesloten) PV-systemen;    verbeteren groen rondom en in de gebouwen met o.a. verticale tuinen, minder tegels, schaduwwerking, waterhergebruik, kamerplanten en regentonnen;    verduurzaming mobiliteit voor medewerkers en cliënten met o.a. elektrische bussen, auto’s en fietsen en het samen gebruiken en dus delen ervan;    verduurzaming voedselvoorziening met lagere vleesconsumptie en minder verspilling vanuit ongelukkige regelgeving, maar ook door het gebruik van een foodshare kasten en zelfs door een eigen voedselproductie;    gedragsbeïnvloeding door het delen van positieve ontwikkelingen en het bewust zijn van eigen gedrag, het verleden en afvalproductie.Deze thema’s en voorbeelden van interventies zijn in het kader van het Saxion Smar
    corecore