182 research outputs found

    Vriendschappelijkheid als vruchtbare houding in langdurig onderzoek en zorg!?

    No full text
    Twaalf jaar geleden ontmoette Gustaaf Bos een bijzondere, creatieve, ondernemende man van 75 jaar met een verstandelijke beperking. De vriendschap die tussen hen ontstond leverde een heleboel stof tot nadenken op over vriendschap

    Vriendschappelijkheid als vruchtbare houding in langdurig onderzoek en zorg!?

    No full text
    Twaalf jaar geleden ontmoette Gustaaf Bos een bijzondere, creatieve, ondernemende man van 75 jaar met een verstandelijke beperking. De vriendschap die tussen hen ontstond leverde een heleboel stof tot nadenken op over vriendschap

    Otherness as a Tension-Filled Relationship:The Potential of Experimental-Relational Spaces of Encounter

    No full text
    Sinds 2010 ben ik betrokken bij een mix van etnografisch, narratief en fenomenologisch onderzoek, voornamelijk gericht op complexe zorgpraktijken rondom mensen met een ernstige verstandelijke beperking. In deze samenwerkingsprojecten proberen we – in alle bescheidenheid – meer ruimte te creëren voor interpersoonlijke uitwisseling en verbondenheid, om zo de levenskwaliteit van alle betrokkenen te verhogen. We besteden altijd veel tijd op microniveau, omdat dit ons helpt een rijke, gelaagde kijk te krijgen op de geleefde ervaring en op wat er op het spel staat voor iedereen die betrokken is. Door dit te doen proberen we inzichten en lessen te destilleren voor de voortdurende dialoog tussen belanghebbenden uit beleid, praktijk en onderzoek – uitgaande van de leefwerelden van mensen die vaak het minst gehoord en erkend worden. De afgelopen 14 jaar hebben we verschillende ontwerpen en strategieën ontwikkeld en toegepast, die ik graag vat onder de noemer ‘experimenteel-relationele ontmoetingsruimte’ (Bos & Abma 2021).In deze tekst deel ik enkele van de belangrijkste lessen die ik onderweg heb geleerd. Eerst zal ik reflecteren op een paar opvallende voorbeelden uit mijn promotieonderzoek naar ontmoetingen tussen mensen met en mensen zonder ernstige verstandelijke beperking in omgekeerde-integratiesettingen. Ik doe dit voornamelijk om te illustreren hoe ik me bewust werd van de noodzaak van een meer ontvankelijke, responsieve, reflectieve en avontuurlijke benadering van interacties met mensen met een ernstige verstandelijke beperking, en waarom ik vastbesloten werd om daaraan bij te dragen in mijn onderzoek.Vervolgens zal ik uitleggen wat ik bedoel met ‘experimenteel-relationele ontmoetingsruimte’ en hoe de onderliggende waarden inspiratie kunnen bieden voor het dagelijks leven in zorg- en onderzoekspraktijken. Ten slotte zal ik kort enkele inzichten uit recente projecten delen om het veelbelovende potentieel van een expliciete betrokkenheid bij experimenteel-relationele ontmoetingsruimtes te illustreren

    Otherness as a Tension-Filled Relationship:The Potential of Experimental-Relational Spaces of Encounter

    No full text
    Sinds 2010 ben ik betrokken bij een mix van etnografisch, narratief en fenomenologisch onderzoek, voornamelijk gericht op complexe zorgpraktijken rondom mensen met een ernstige verstandelijke beperking. In deze samenwerkingsprojecten proberen we – in alle bescheidenheid – meer ruimte te creëren voor interpersoonlijke uitwisseling en verbondenheid, om zo de levenskwaliteit van alle betrokkenen te verhogen. We besteden altijd veel tijd op microniveau, omdat dit ons helpt een rijke, gelaagde kijk te krijgen op de geleefde ervaring en op wat er op het spel staat voor iedereen die betrokken is. Door dit te doen proberen we inzichten en lessen te destilleren voor de voortdurende dialoog tussen belanghebbenden uit beleid, praktijk en onderzoek – uitgaande van de leefwerelden van mensen die vaak het minst gehoord en erkend worden. De afgelopen 14 jaar hebben we verschillende ontwerpen en strategieën ontwikkeld en toegepast, die ik graag vat onder de noemer ‘experimenteel-relationele ontmoetingsruimte’ (Bos & Abma 2021).In deze tekst deel ik enkele van de belangrijkste lessen die ik onderweg heb geleerd. Eerst zal ik reflecteren op een paar opvallende voorbeelden uit mijn promotieonderzoek naar ontmoetingen tussen mensen met en mensen zonder ernstige verstandelijke beperking in omgekeerde-integratiesettingen. Ik doe dit voornamelijk om te illustreren hoe ik me bewust werd van de noodzaak van een meer ontvankelijke, responsieve, reflectieve en avontuurlijke benadering van interacties met mensen met een ernstige verstandelijke beperking, en waarom ik vastbesloten werd om daaraan bij te dragen in mijn onderzoek.Vervolgens zal ik uitleggen wat ik bedoel met ‘experimenteel-relationele ontmoetingsruimte’ en hoe de onderliggende waarden inspiratie kunnen bieden voor het dagelijks leven in zorg- en onderzoekspraktijken. Ten slotte zal ik kort enkele inzichten uit recente projecten delen om het veelbelovende potentieel van een expliciete betrokkenheid bij experimenteel-relationele ontmoetingsruimtes te illustreren

    Collaboratief onderzoek in het spanningsveld tussen verbaliteit, cognitie en lijfelijkheid:Grensverkenningen van academische kennisproductie

    No full text
    Wij zijn beide werkzaam als responsieve onderzoeker1 binnen de langdurige zorg en worden hierbij in onze dagelijkse onderzoekspraktijk geconfronteerd met diverse epistemologische en ethische kwesties (zie de bijdrage van Abma eerder in dit nummer). We hebben elkaar de afgelopen jaren vooral gevonden in onze twijfels en onzekerheid over de rol van verbaliteit en cognitie in onderzoek met mensen met een verstandelijke beperking of afasie, die niet (voor zichzelf ) kunnen spreken. In de gesprekken die we voerden t.b.v. het schrijven van deze tekst, werden we ons bewust dat de bovengenoemde twijfels – hoewel deels verschillend van aard – samenhingen met een gedeelde overtuiging over onze (machts)positie als responsief onderzoeker. We staan als onderzoeker niet neutraal langs de zijlijn, maar zijn zelf betrokken en verwikkeld in de onderzoekspraktijk. Beiden zien we het als onze primaire verantwoordelijkheid om alle relevante partijen bij een onderzoekspraktijk bij elkaar te brengen en bij elkaar te houden, om zo in een gezamenlijk proces van ‘kennis-maken’ (Bos, 2016, p. 36 ev.) tot uitkomsten te komen die recht doen aan alle betrokkenen én die die praktijk verder kunnen helpen. Hierbij hebben we speciale aandacht voor personen en partijen die in het alledaagse leven in de onderzoekspraktijk het minst gezien of gehoord worden; we willen vooral meer inzicht krijgen in wat er voor hen toe doet. In deze bijdrage gaan we met elkaar in dialoog om de grenzen te verkennen van academische kennisproductie en het belang te stellen van het non-verbale en emoties, als we bij die productie van kennis tenminste willen voorkomen dat bepaalde mensen en groepen (onbewust en onbedoeld) worden uitgesloten. We verkennen waar dit schuurt met de academische context waarin juist gedachten- en woordenuitwisseling centraal staan in het verwerven van kennis. We doen dit aan de hand van kwesties die ons in ons onderzoekswerk al langere tijd bezighouden. Deze kwesties bespreken we met behulp van vijf kernthema’s

    Collaboratief onderzoek in het spanningsveld tussen verbaliteit, cognitie en lijfelijkheid:Grensverkenningen van academische kennisproductie

    No full text
    Wij zijn beide werkzaam als responsieve onderzoeker1 binnen de langdurige zorg en worden hierbij in onze dagelijkse onderzoekspraktijk geconfronteerd met diverse epistemologische en ethische kwesties (zie de bijdrage van Abma eerder in dit nummer). We hebben elkaar de afgelopen jaren vooral gevonden in onze twijfels en onzekerheid over de rol van verbaliteit en cognitie in onderzoek met mensen met een verstandelijke beperking of afasie, die niet (voor zichzelf ) kunnen spreken. In de gesprekken die we voerden t.b.v. het schrijven van deze tekst, werden we ons bewust dat de bovengenoemde twijfels – hoewel deels verschillend van aard – samenhingen met een gedeelde overtuiging over onze (machts)positie als responsief onderzoeker. We staan als onderzoeker niet neutraal langs de zijlijn, maar zijn zelf betrokken en verwikkeld in de onderzoekspraktijk. Beiden zien we het als onze primaire verantwoordelijkheid om alle relevante partijen bij een onderzoekspraktijk bij elkaar te brengen en bij elkaar te houden, om zo in een gezamenlijk proces van ‘kennis-maken’ (Bos, 2016, p. 36 ev.) tot uitkomsten te komen die recht doen aan alle betrokkenen én die die praktijk verder kunnen helpen. Hierbij hebben we speciale aandacht voor personen en partijen die in het alledaagse leven in de onderzoekspraktijk het minst gezien of gehoord worden; we willen vooral meer inzicht krijgen in wat er voor hen toe doet. In deze bijdrage gaan we met elkaar in dialoog om de grenzen te verkennen van academische kennisproductie en het belang te stellen van het non-verbale en emoties, als we bij die productie van kennis tenminste willen voorkomen dat bepaalde mensen en groepen (onbewust en onbedoeld) worden uitgesloten. We verkennen waar dit schuurt met de academische context waarin juist gedachten- en woordenuitwisseling centraal staan in het verwerven van kennis. We doen dit aan de hand van kwesties die ons in ons onderzoekswerk al langere tijd bezighouden. Deze kwesties bespreken we met behulp van vijf kernthema’s

    The Necessity of Unsettling Encounters in Collaborative Research: Reflections of Two Researchers without Experiential Expertise

    No full text
    Background: Maintaining collaborative research relations is challenging, as shown by a range of personal accounts of researchers with experiential expertise, emerging from reflected lived experiences within medical or social care institutions. Objective: In contrast, there is a shortage of narratives of researchers without experiential expertise, rendering their specific perspectives largely unaccounted for – a gap that is addressed in this paper. Methods: The interpretative method of “interactive interviewing” is used to systematically reflect on how two researchers without experiential expertise perceived personal and emotional unsettlement in collaborative projects in the fields of Mental Health (MH) and Intellectual and Developmental Disability (IDD). Results: Four cases are presented to illustrate and advocate the value of unsettling encounters in collaborative research. Underlying is the ethical and methodological position that collaborative research is primarily characterized by its potential to unsettle the relations between the people and parties involved. This position derives from the critical autobiography of the disability studies scholar Kathryn Church, and contrasts to the widely held assumption that collaborative research is largely characterized by a set of distinct methods or techniques. Discussion: Some of the epistemic and methodological gains and challenges of approaching collaborative research as a means to facilitate and reflect on unsettling encounters are presented and discussed in relation to overarching theoretical and normative-ethical arguments. Community Contribution: This paper purposefully lacks any form of involvement, explicitly focussing on the perspectives and experiences of researchers without experiential expertise in the context of collaborative research relationships

    Outsider-onderzoek WAVE

    No full text
    • In de context van beschermde zorgsettingen is het soms lastig om vanuit 'kaleidoscopisch' perspectief te kijken naar situaties van moeilijk verstaanbaar gedrag, die geregeld vastlopen. • Met Project WAVE hebben we 2,5 jaar geprobeerd hier ruimte voor te creëren, door mensen van buiten de zorg langdurig mee te laten kijken. In totaal liepen er twaalf trajecten bij zes deelnemende zorgorganisaties. • Logischerwijs waren de bevindingen per traject sterk situationeel en (inter)persoonlijk gekleurd, maar we zagen wel drie rode draden: 1. Balanceren in contact tussen professionals en familieleden, 2. Niet alleen formele kennis maar ook persoonlijke talenten benutten, en 3. Meer ruimte voor pieken en dalen. • Voor alle betrokkenen was het gedurende het hele traject zoeken naar hoe met elkaar op te blijven trekken, maar het bleek zeker te kunnen leiden tot een verrijking van kijken, denken en handelen in situaties van moeilijk verstaanbaar gedrag
    corecore