18,812 research outputs found

    Van de grond af opgebouwd

    No full text
    Bundeling van de lezingen ter gelegenheid van de 80e verjaardag van prof. Agema, naast de lezingen staan er twee interviews met prof. Agema in deze publicatie. De bijdragen van de overige sprekers zijn: Rijkswaterstaat: de (te) grote opdrachtgever in de GWW (Struik), De fundamenten onder het ontwerp (vd Meer), Buitenland en waterbouw (Zanetti), Uitvoeren met verstand (Beerda), Techniek en grote projecten (Korf)Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg

    No full text
    Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868

    Taluds van losgestorte materialen: Golfneerloop op statisch stabiele stortsteen taluds onder golfaanval

    No full text
    In dit verslag worden neerloopmetingen gepresenteerd en geanalyseerd welke zijn verkregen uit onderzoeken naar de statische stabiliteit van stortsteen taluds onder golfaanval. De analyse van deze proeven heeft geleid tot de relatie voor de relatieve neerloop die door 2% van de neerlopen wordt overschreden. Deze empirische relatie wordt beschreven aan de hand van dimensieloze parameters, welke zijn afgeleid van de in de onderzoeken gevarieerde grootheden. De relatieve neerloop wordt belnvloed door de volgende dimensieloze parameters : \u95 golfsteilheid (sm) \u95 taludhelling (cot alpha) \u95 doorlatendheid van de constructie (P) \u95 spectrumvorm (K) \u95 relatieve waterdiepte (h/Hs)Applied Geophysics and PetrophysicsHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Upscaling methane emissions from rice paddies: problems and possibilities.

    No full text
    Global methane emission estimates depend highly on the models, techniques, and databases used. Since emissions cannot be measured directly at large scales, it is impossible to judge which estimate is more realistic. In this paper, different aspects of uncertainty in upscaling methane emissions from rice paddies are discussed. These aspects are visualized by a case study on the spatial upscaling of methane emissions from the island of Java, Indonesia. The first aspect concerns process information. An approach to incorporate this information in a simplified but process-based way in predictive models is discussed. Sources of uncertainty include the methane emissions measurements, processes quantification, process simplification, and the use of data transfer functions. Data availability of input parameters, the second aspect, is uncertain because of differences between different data sources, the use of data sources for purposes not originally planned for, and the scale at which data are available. Data interpolation in combination with nonlinear model responses introduces scaling errors, the third aspect. Data accuracy introduced the highest uncertainties in emission estimates but is rarely accounted for in the estimation of global emissions

    Toelichting tot de geomorphologische kaart van IJsselmonde

    No full text
    Beschrijving van de genese van IJsselmonde, specifiek in relatie tot te ligging van het veenpakket. Bevat een bodemkaart, polderkaart en profiele

    Stabiliteit van taludbekleding met Hillblocks bij golfaanval

    No full text
    Hillblock is een nieuw, innovatief type taludbekleding voor toepassing als toplaag op waterbouwkundige construclies zoals dijken, kribben en oevers. Om de stabiliteit bij golfaanval van het bekledingssysteem te bepalen is er groolschalig onderzoek uitgevoerd in de Deltagoot. Hierbij is de goot in twee secties verdeeld: op één sectie de variant Basisblock en op de andere sectie de variant Slimblock. De schaal van dit onderzoek was 1 :2. De Hillblocks hadden een dikte van 20 cm. De constructie was voorzien van een filterlaag met een dikte van 7 cm (Df15 = 12 mm), een geotextiel en een laag cementstabilisatie. De constructie is beproefd met drie proevenseries. De eerste twee series bestonden uit korteduurproeven met in iedere serie een gelijkblijvende brekerparameter. De derde serie bestond uit in totaal 29 uur aan langeduurproeven met gelijkblijvende belasting. Na iedere proef is de vervorming en eventuele schade aan het talud geregistreerd. Uit de Deltagootproeven is gebleken dat de bekleding bestaande uit een Basisblock of een Slimblock een stabiliteit heeft die voldoet aan de stabiliteitseis van zuilen zoals berekend met STEENTOETS. Daarbij wordt als dikte van de toplaag de afstand aangehouden tussen het bovenvlak en het ondervlak van de steenzetting. Het onderzoek is voor 50% gefinancierd door Hill Innovations BV en voor 50 % door het Innovatie Test Centrum van Rijkswaterstaat.Steenzettinge

    Changes in the structure of the 1:2 complex of N-ethyl-N-methylmorpholinium and 7,7,8,8-tetra­cyano-p-quinodi­methane, MEM(TCNQ)2, above room temperature: I. Determination of the structures at 294 and 323 K

    No full text
    Crystals of MEM(TCNQ) 2 are triclinic, space group P1, with a = 7.773 (8), b = 15.292(15), c = 6.960 (7)A, a = 112.34 (6), fl = 74.59 (6), y = 111.85 (6) °, U = 702 A 3 at 294 K, and a = 7.775 (8), b= 15.290 (15), c = 6.979 (7)A, a = 112.01 (6),fl= 75.00 (6),)'= 111.77 (6) ° , U= 707 A 3 at 323 K, Z= 1. Intensities were collected with Zr-filtered Mo radiation on an automatic Nonius CAD-3 diffractometer. Anisotropic least-squares refinements decreased Rw(F) to 0.077 for 2471 reflections at 294 K, and to 0.089 for 1877 reflections at 323 K. The reported structures are compared with the structure at 113 K [Bosch & van Bodegom (1977). Acta Cryst. B33, 3013-3021]. The individual TCNQ group, as well as the types of overlap between successive TCNQ molecules in the dimerized TCNQ stack, hardly changes between l l3 and 323 K; both separationsbetween the TCNQ units increase by 0.07 A. The major change is the increasing disorder of the MEM group with increasing temperature. With the assumption of two preferred orientations the 100% occupancy of the orientation observed at 113 K decreases to 84% at 294 K and 63% at 323 K. This increase in disorder is used to explain the results of electrical-conductivity measurements

    Uitwisselbaarheid van BIM: Handvat voor de uitwisseling van BIM-modellen

    No full text
    Een veelbelovende innovatie in de bouw is Building Information Modelling (BIM). De ontwikkeling van BIM gaat snel in Nederland en daarbuiten. Meerdere organisaties houden zich bezig met de implementatie of promotie van BIM. Strukton is één van de voorlopers in Nederland die BIM wil toepassen. Theoretisch is BIM deels mogelijk, maar de praktijk blijft achter. De invoering van BIM verloopt moeizaam. De versnippering en projectgestuurde aanpak in een bouwproject maken informatieoverdracht tussen de projectpartners van essentieel belang. In de huidige situatie wordt informatie vastgelegd in 2D technische tekeningen en overgedragen op (digitaal) papier. De traditionele informatieoverdracht is inefficiënt, foutgevoelig en leidt tot waardeverlies. Een betere informatieoverdracht kan worden verkregen door BIM. BIM is het proces van informatie toevoegen aan een digitale objectgeoriënteerde representatie van een bouwproject. Centraal in BIM is het BIM-model waaraan in een ideaal geval alle projectpartners tegelijk werken zodat de partners over de juiste en up-to-date informatie beschikken. Consequenties van wijzigingen zijn dan direct zichtbaar voor alle partners. Het principe van BIM is niet nieuw, maar afgekeken van andere industrieën, zoals de automobiel- en vliegtuigindustrie. Hoewel de bouwsector wezenlijk anders is, kan de technologie uit de meer procesgerichte sectoren ook in de bouw voor verbeteringen zorgen. De implementatie van BIM in de bouw wordt onder andere gestimuleerd door de ontwikkeling van meerdere BIM-software. Met BIM-software is het mogelijk een deel van het BIM-model te modelleren. In de versnipperde bouw zijn voor de diverse projectpartners verschillende BIM-software beschikbaar. De software ondersteunt slechts een deel van het gehele BIM-model. Noodzakelijk is het uitwisselen van gedeeltelijke BIM-modellen tussen de projectpartners. In de praktijk is nauwelijks ervaring met het uitwisselen van gedeeltelijke BIMmodellen. Ook richtlijnen ontbreken. De probleemstelling van het afstudeerproject is: Op welke wijze kunnen (delen van) BIM-modellen worden uitgewisseld tussen projectpartners met verschillende BIM-software? De gedeeltelijke BIM-modellen komen overeen met de nformatiestromen tussen de projectpartners. Op basis van meerdere interviews zijn de taken van vier projectpartners in geïntegreerde samenwerkingsvormen bepaald. De bijbehorende informatiestromen kunnen worden uitgedrukt in bouwobjecten en eigenschappen.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience

    Hydrodynamica en morfodynamica van de monding van het Haringvliet

    No full text
    Onder de rook van het Rotterdamse havengebied ligt het Haringvliet. Het Haringvliet is het bovenste estuarium van de Nederlandse rivierendelta en is in 1970 met een dam afgesloten. Deze Haringvlietdam is uitgevoerd met spuisluizen. Het gebied aan de zeezijde van de dam, de monding van het Haringvliet, is door deze ingreep sterk veranderd en is een interessant natuurgebied geworden. Door de steeds wisselende waterbewegingen is een dynamisch kustgebied ontstaan met geulen, platen, slikken en schorren. Tevens is het gebied een veel bezocht recreatiegebied. Duinen en strand langs de kust van Goeree, Rockanje en Voome dienen zowel voor recreatie, natuur als primaire waterkering. Door het Slijkgat en NoordPampus loopt de vaargeul waardoor de haven van Stellendam bereikbaar is. Met het huidige spuibeheer van de Haringvlietsluizen (LPH84) wordt tijdens laagwater zoet rivierwater in de monding van het Haringvliet geloosd. Momenteel worden plannen ontwikkeld om de Haringvlietsluizen voor een deel voortdurend open te zetten. De morfodynamische ontwikkelingen, die ten gevolge van het openen van de Haringvlietsluizen in de monding van het Haringvliet zullen plaatsvinden, zijn onderzocht met behulp van een computermodel. Met behulp van DELFT2D-MOR, dat door het Waterloopkundig Laboratorium ter beschikking is gesteld, is een 2D-morfodynamisch model van de monding van het Haringvliet ontwikkeld. Het Haringvliet-model heeft een voldoende toegesneden resolutie, zodat de processen in het gebied goed kunnen worden gesimuleerd. Hierbij zijn de handelingen, die nodig zijn bij de ontwikkeling van een model, als aanvulling op bestaande handleidingen, uitgebreid vastgelegd. Ten einde inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden en de beperkingen van de modellering van een intergetijdebekken met DELFT2D-MOR, is het model kwalitatief aan een validatie en gevoeligheidsanalyse onderworpen. Hierbij zijn diverse variabelen zoals de korrelgrootte, de windopzet, het getijverschil en verschillende vormen van golf-stroominteractie onderzocht. Met name de korrelgrootte, die in het model uniform is verdeeld, en de golfstroominteractie bepalen de nauwkeurigheid van het resultaat. Met het ontwikkelde model zijn berekeningen met het huidige spuibeheer en het GETEMD GETIJ spuibeheer uitgevoerd. De berekeningen zijn getoetst aan metingen, aan een conceptueel model en aan de resultaten van het gevoeligheidsonderzoek. Het model laat onder gemiddelde omstandigheden een brede varieteit aan in de natuur geobserveerde bodemveranderingen zien. In de Bijker-transport formule, die in deze studie is toegepast, wordt dwarstransport van sediment door golfasymmetrie niet berekend. Het ontbreken van dwarstransport door golfasymmetrie en de uniform verdeelde korrelgrootte verklaren de grote verschillen met de metingen. Met behulp van de resultaten van de berekeningen en het validatie- en gevoeligheidsonderzoek zijn voorspellingen gedaan met betrekking tot de ontwikkeling van de monding van het Haringvliet onder invloed van het GETEMD GETIJ spuibeheer. Door het openen van de sluizen treedt er een verruiming van de geulen en een uitbouw van de Haringvlietdelta op. De veranderingen strekken zich tot de NAP -7.5 meter dieptelijn.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    Bureaustudie overgangen met gras in primaire waterkeringen: Voorstudie ten behoeve van fysiek model onderzoek

    No full text
    In het kader van het KPP (Kennis Primaire Processen) project \u91Versterking Onderzoek Waterveiligheid wordt onderzoek uitgevoerd naar overgangen met gras in primaire waterkeringen. Dit rapport beschrijft de bureaustudie welke is uitgevoerd voorafgaande aan de uitvoering van in de toekomst geplande testen. Het doel van dit rapport is viervoudig: \u95 Het categoriseren van overgangen in grasbekledingen (Hoofdstuk 2) \u95 Overzicht creëren van al eerder geteste overgangen (Hoofdstuk 3) \u95 Aandragen van oplossingsrichtingen (Hoofdstuk 4) \u95 Discussie aantoonbaarheid van een oplossingsrichting (Hoofdstuk 5) Om een ordenend principe in de grote verscheidenheid aan soorten overgangen aan te brengen is er een categorisering opgesteld. In het verleden zijn er, met de golfklapgenerator, golfoverslagsimulator, golfoploopsimulator en Deltagoot, vele testen uitgevoerd in relatie tot overgangen. Al deze testen zijn in een database ingevoerd en geordend conform de opgestelde categorisering. Verschillende oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt en de toepasbaarheid voor alle typen overgangen is ingeschat. Tot slot is de aantoonbaarheid van een oplossingsrichting beschreven. Er blijkt een grote verscheidenheid aan typen overgangsconstructies en oplossingsrichtingen te zijn. Deze zijn overzichtelijk in beeld gebracht. De volgende stap is het prioriteren van de verschillende oplossingsrichtingen en typen overgangen. Hiertoe wordt aanbevolen om een stakeholdersanalyse uit te voeren.Grasbekledin
    corecore