1,024 research outputs found
33 Tips to Maximize Articles’ Citation Frequency
The number of citations contributes to over 30% in the university rankings. Therefore, most of the scientists are looking for an effective method to increase their citation record. On the other hand, increase research visibility in the academic world in order to receive comments and citations from fellow researchers across the globe, is essential.
Publishing a high quality paper in scientific journals is only the mid point towards receiving citation in the future. The balance of the journey is completed by disseminating the publications by using the proper “Research Tools”. This presentation provides 33 different tips for increasing the citation frequencies.Cite as: Nader Ale Ebrahim. "33 Tips to Maximize Articles’ Citation Frequency" Equitable Society Research Cluster (ESRC)-Research Seminar 2014. Eastin Hotel, Petaling Jaya, Malaysia. Jun. 2014. Available at: http://works.bepress.com/aleebrahim/8
Ralph Nader
Ralph Nader (born February 27, 1934) is an American political activist of Lebanese origin, as well as an author, lecturer, and attorney. Areas of particular concern to Nader include consumer protection,humanitarianism, environmentalism, and democratic government.
(Bio taken from Wikipedia, accessed 11/12/2014)https://nsuworks.nova.edu/nsudigital_forums/1034/thumbnail.jp
Durability of Oilwell Cement in CO2-rich Environments
The anthropogenic emissions of carbon dioxide (CO2) into the atmosphere is considered as one of the main reasons for global warming. The injection of CO2 into underground formations is an immediate to mid-term option to decrease the level of this gas in the atmosphere. Depleted oil and gas reservoirs are among the best candidates for the carbon capture and storage projects (CCS). The reason for this is based on the well-characterised structure of these type of underground formations through the different periods of their life. One of the most concerned problems associated with CCS projects is CO2 leakage through well cements. Oilwell cements exposed to CO2-bearing fluids undergo geomechanical and geochemical changes which may endanger their integrity. This paper aims at providing a framework to predict the lifespan of a cement exposed to CO2-bearing fluid using numerical modelling based on coupling geochemical and geomechanical processes. The main processes of the radial compaction and the radial cracking are investigated. It was shown that the radial cracking process leads to a definite lifespan of the cement matrix after being exposed to CO2–bearing fluids, while the radial compaction process can increase the durability of the cement matrix. Generally, this process becomes more effective with increasing the radial stress on the cement sheath from the surrounding rocks
Durability of Oilwell Cement in CO2-rich Environments
The anthropogenic emissions of carbon dioxide (CO2) into the atmosphere is considered as one of the main reasons for global warming. The injection of CO2 into underground formations is an immediate to mid-term option to decrease the level of this gas in the atmosphere. Depleted oil and gas reservoirs are among the best candidates for the carbon capture and storage projects (CCS). The reason for this is based on the well-characterised structure of these type of underground formations through the different periods of their life. One of the most concerned problems associated with CCS projects is CO2 leakage through well cements. Oilwell cements exposed to CO2-bearing fluids undergo geomechanical and geochemical changes which may endanger their integrity. This paper aims at providing a framework to predict the lifespan of a cement exposed to CO2-bearing fluid using numerical modelling based on coupling geochemical and geomechanical processes. The main processes of the radial compaction and the radial cracking are investigated. It was shown that the radial cracking process leads to a definite lifespan of the cement matrix after being exposed to CO2–bearing fluids, while the radial compaction process can increase the durability of the cement matrix. Generally, this process becomes more effective with increasing the radial stress on the cement sheath from the surrounding rocks
Grondwaterverontreiniging Sliedrechtse Biesbosch: Nader Onderzoek Waterbodem
In het kader van het Nader Onderzoek van de verontreinigde waterbodem van de Sliedrechtse Biesbosch is AKWA-RIZA door RWS directie Zuid-Holland verzocht een inschatting te doen van het actueel risico van verspreiding van de verontreinigingen via het grondwater. De bepaling van het actueel risico is gefaseerd uitgevoerd conform de Richtlijn nader onderzoek voor waterbodems (van Elswijk et al., 2001). De 1e fase is uitgevoerd in de periode 2001-2002 en hierin is aangetoond dat er in grote delen van de Sliedrechtse Biesbosch sprake is van mogelijk actueel risico van verspreiding van verontreinigingen naar het grondwater (Schmidt et al., 2002 ). De berekeningen in de 1e fase zijn gedaan aan de hand van beschikbare veldinformatie uit het vooronderzoek, aangevuld met worstcase aannames. De 2e fase van het nader onderzoek is beschreven in het voorliggende rapport. Deze 2e fase omvat een uitgebreide risicobeoordeling van de deellocaties waar sprake is van mogelijk actueel risico. Om de verspreiding van de verontreinigingen te kunnen bepalen, is het onderzoek opgesplitst in een geohydrologisch en een milieu chemisch deelonderzoek. In het geohydrologisch deelonderzoek zijn de grondwatersnelheden en -stromingspatronen gedetailleerd bepaald, waarbij gebruik is gemaakt van veldonderzoek naar de sliblaagdikteverdeling hiervoor uitgevoerd in september 2003. In het milieuchemisch deelonderzoek is het gedrag van de risicovolle (meest mobiele) verontreinigingen onderzocht. De deelonderzoeken tezamen leveren de informatie voor het vaststellen van het al dan niet optreden van actueel risico van verspreiding van verontreinigingen uit de verontreinigde waterbodem via het grondwater. Veldonderzoek is uitgevoerd op een locatie in de Helsloot grenzend aan de Zuilespolder en een locatie in de Kikvorschkil grenzend aan de Otterpolder. omdat deze op basis van de eerste inschatting (Schmidt et al., 2002) gezien werden als het meest risicovol. Voor de risicobeoordeling van verspreiding van stoffen uit de waterbodem via het grondwater naar de omliggende polders is gebruik gemaakt van twee verschillende toetsingskaders: De richtlijn Nader Onderzoek (2002) en de Handreiking vaststellen noodzaak, tijdstip en doelstelling voor saneren van waterbodems (versie 2005). Het criterium voor actueel risico van verspreiding via het grondwater bestaat uit de volgende stappen: Conform de Richtlijn Nader Onderzoek (van Elswijk et al., 2001) is sprake van actueel risico indien: (1) een stof met een poriewaterconcentratie boven het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) zich (2) verplaatst met een snelheid van meer dan 3 meter in 30 jaar. Conform de Handreiking treedt onaanvaardbaar risico op indien: (1) een stof met een poriewater- dan wel grondwaterconcentratie boven de streefwaarde voor ondiep grondwater zich (2) verplaatst met een snelheid van meer dan 3 meter in 30 jaar. Bovendien dient in geschat te worden of (3) het ontvangende oppervlaktewater (bedreigd object) dusdanig wordt beïnvloed dat de concentraties boven het MTRoppervlaktewater zullen komen. De resultaten van de uitgebreide risicobeoordeling zijn als volgt: \u95 In het kader van de Richtlijn Nader Onderzoek is geconcludeerd dat op beide locaties sprake is van actueel risico van verspreiding via het grondwater voor arseen. \u95 In het kader van nieuwe Wet bodembescherming, die waarschijnlijk in het najaar van 2005 / begin van 2006 van kracht wordt, is ook geconcludeerd dat er alleen sprake is van actueel risico van verspreiding van arseen via het grondwater, omdat alleen arseen zich in de eerste zandlaag verplaatst met een concentratie vrij opgelost boven de streefwaarde voor ondiep grondwater en boven het MTR_oppervlaktewater;opgelost en sneller dan 3 m in 30 jaar, nl. met een snelheid van ca. 4,4 m in 30 jaar. Deze snelheid is berekend met de laagst gemeten retardatiefactor. Bij de eerstvolgende gemeten retardatiefactor, verplaatst arseen zich met een snelheid van ca 3,3 m in 30 jaar. Bij de in de vier andere bodemmonsters bepaalde retardatiefactoren wordt het snelheidscriterium voor arseen niet overschreden. \u95 De in het grondwater geconstateerde overschrijding van de norm voor enkel arseen is slechts zeer gering en lokaal en daarom onvoldoende basis voor een aanpassing van de gekozen saneringsaanpak. In de andere watergangen van de Sliedrechtse Biesbosch is de stroomsnelheid van het grondwater lager, vanwege het kleinere stijghoogteverschil. Hierdoor zal het snelheidscriterium door arseen daar niet worden overschreden.Nader Onderzoek Waterbode
Beheer Oosterscheldekering nader bekeken
Begin 2012 is in het kader van de vergunningverlening van een getijcentrale in de Oosterscheldekering geconstateerd dat als gevolg van de doorgaande verdieping van de ontgrondingskuilen op diverse plaatsen langs de rand van de ontgrondingskuilen zettingsvloeiingen en afschuivingen zijn opgetreden. Het meest urgente gevolg hiervan is dat de standzekerheid van de primaire waterkering op de Noord-Bevelandse oever niet meer gewaarborgd was. Daarnaast zijn er beschadigingen als gevolg van vloeiingen aan de bodembescherming en ook is de oorspronkelijke rand bodembescherming (randbalk) niet overal meer intact. Deze (externe) signalen hebben geleid tot het instellen van een operationeel Bodembeschermingsteam (BBT) en een projectteam Ontgrondingen Oosterscheldekering (OOS). Het BBT heeft een herstelplan gemaakt waarvan een deel in 2012 is uitgevoerd en een deel in 2013 gepland staat. Het projectteam OOS heeft als opdracht te adviseren of de ontwerpuitgangspunten nog van toepassing zijn op de huidige situatie, welke beheerstrategie en beheermaatregelen bij de huidige situatie passen en welke organisatie daarbij hoort. Ter onderbouwing van dit advies is aan Deltares opdracht gegeven een studie uit te voeren naar de opgetreden instabiliteiten, de te verwachten ontgrondingen en grootschalige morfologie in het estuarium en rond de kering. In de huidige situatie zijn er zeven min of meer geprononceerde ontgrondingskuilen (in elk sluitgat één, in de Roompot-Oost twee). De huidige maximale kuildiepte bedraagt 21 tot 34 meter. De voorspelling uit de Deltares studie is dat deze kan doorgroeien tot dieptes van 25 tot 75 meter in 2050. Of deze dieptes bereikt worden, hangt onder andere af van de erosiebestendigheid van de aanwezige kleilagen. De beoordeling van de veiligheid tegen overstromen laat zien dat: • Hoewel de bodembescherming op diverse plaatsen is gezakt en beschadigd als gevolg van instabiliteiten is de standzekerheid van de Oosterscheldekering niet in het geding geweest. Hiervoor zijn namelijk meerdere grote zettingsvloeiingen in de richting van de as van de kering nodig. • Voor de primaire waterkering op de Noord-Bevelandse oever ligt dit anders: de situatie van vóór de reparatiebestortingen van 2012 was zonder meer niet aanvaardbaar, de standzekerheid was in het geding. Door de reparatiebestorting is de kans op een instabiliteit hier teruggebracht tot het gewenste niveau en is nu vergelijkbaar met de overige waterkeringen langs de Oosteren Westerschelde. • Voor de overige zijkanten van de ontgrondingskuil geldt dat de veiligheid tegen overstroming niet in het geding is geweest. Wel hebben instabiliteiten van zowel zijhellingen, havendammen als aanzethellingen tot schade aan de bodembescherming geleid en is de stabiliteit van de havendammen. De belangrijkste aanleiding voor de onveilige situatie langs de Noord-Bevelandse oever en de schade aan de blokkenmatten is niet de ontwikkeling van de ontgrondingskuilen, maar de ontwikkeling van de organisatie. Op operationeel niveau zijn verkeerde keuzes gemaakt en op tactisch niveau zijn deze keuzes niet gecorrigeerd. Op basis van een analyse van de organisatieontwikkeling en de gebeurtenissen in Oosterschelde concludeert de projectgroep een gebrek aan waterbouwkundige kennis op operationeel niveau, onvoldoende functionerende escalatielijnen bij de beheerorganisatie en een onvoldoende betrokkenheid van landelijke diensten bij het beheer van de bodembescherming. De projectgroep OOS adviseert om het jaar 2013, naast de uitvoering van het inhaalprogramma aan bestortingen, te benutten voor: 1. Het inrichten van de beheerorganisatie (tactisch en operationeel) zodat deze in 2014 van start kan gaan, 2. Het maken van een herontwerp van de rand bodembescherming op basis van een herijkte faalkansanalyse voor Oosterscheldekering en NoordBevelandse oever en het nader uitwerken van de beheerstrategie, 3. Het formuleren en laten uitvoeren van nader onderzoek. Concreet voorstel is om in 2013 een Implementatieteam bovenstaande acties uit te laten voeren. Het meest praktisch is om (een deel van de) projectleden uit het BBT en de projectgroep OOS dit team te laten vormen.Ontgrondingen Oosterscheldekerin
First person – Nancy Nader
ABSTRACT
First Person is a series of interviews with the first authors of a selection of papers published in Journal of Cell Science, helping early-career researchers promote themselves alongside their papers. Nancy Nader is the first author on ‘The VLDL receptor regulates membrane progesterone receptor trafficking and non-genomic signaling’, published in Journal of Cell Science. Nancy is a research associate in the lab of Khaled Machaca at Weill Cornell Medical College in Qatar, Doha, Qatar, working on the characterisation of non-classical membrane progesterone receptors and the study of their pathways in different animal and tissue models.</jats:p
Ceci tuera cela...¡El texto matará la exposición!
Coal mining, along with road building and asphalting, has been issues for Nader Koochaki’s attention since 2012 when he collaborated in the exhibition Castillete. Retablo Minero by Carme Nogueira in the MUSAC. The extraction and consumption of fossil fuels have transformed the space and time of our lives. From the urban configuration of Tehran to the mining protests that occurred in León and Asturias, Nader explores remains and traces that have been inscribed in the territory from the particularity of the matter. From thinking about the practice of exposition as an editorial exercise, the author explores other forms of editing and publication. This text reviews some of the operations linked to a line of work that is characterized by being formed as a sequence of a continuous editorial exercise.La minería de carbón, junto con la construcción y el asfaltado de las carreteras, son aspectos a los que Nader Koochaki ha atendido desde que en 2012 colaborara en la exposición Castillete. Retablo Minero de Carme Nogueira en el MUSAC. La extracción y el consumo de los combustibles fósiles han transformado el espacio y el tiempo de nuestras vidas. Desde la configuración urbana de Teherán a las protestas mineras acaecidas en León y Asturias, Nader explora restos y rastros que han quedado inscritos en el territorio desde la particularidad de la materia. A partir de pensar la práctica expositiva como ejercicio editorial, el autor explora otras formas de edición y publicación. En este texto se repasan algunas de las operaciones vinculadas a una línea de trabajo que se caracteriza por estar formándose como secuencia de un ejercicio editorial continuado
Book Review: Liefde voor Israël nader bekeken: Voor het Evangelie zijn alle volken gelijk
Book Title: Liefde voor Israël nader bekeken: Voor het Evangelie zijn alle volken gelijkBook Author: S. PaasKampen: Brevier, 2015, pp 207. Prys onbekend, ISBN 978-9-49158-372-8 (Sagteband
- …
