115 research outputs found

    Proefproject rietmaaien Friese boezem

    No full text
    Wetterskip Fryslan is voornemens vanaf 2008 de rietkragen langs de hoofdwatergangen van de Friese boezem te gaan maaien. Daarbij wil het waterschap maximaal de eerste vijf meter vanaf de landzijde onderhouden. Om alvast ervaring op te doen met dit rietmaaien is in de winter van 2005/2006 een proefproject opgestart, waarbij op experimentele basis een 12-tal proeftrajecten met verschillend materieel en over een totale lengte van ca. 14 km zijn gemaaid. Doel van dit proefproject is inzicht te krijgen in de uitvoeringstechnische mogelijkheden en de kosten van het rietmaaien toegespitst op de verschillende oevertypen en veldsituaties

    Ceratina (Euceratina) moricei Friese 1899

    No full text
    Ceratina (Euceratina) moricei Friese, 1899 Distribution: WEST PALAEARCTIC: Scattered in northern and eastern Mediterranean and Iran (Terzo & Rasmont 2011, Ascher & Pickering 2021). Literature. Friese (1899): Listed under the description of a variety; Ceratina laevifrons var. moricei Mount Lebanon, Brumana, 30.IV.1899, 1♂, det. Friese H., leg. Morice F. Material examined. BDFGM material. ZSM: Mount Lebanon, Brumana, 7.VIII.1899, 1♂. Author material. N. Lebanon: Arz Tannourine, Tannourine Forest Reserve Outskirts, 1792 m, 13. VII.2017, 1♀, leg. Boustani M.; Hadath El Jebbeh, Border of the Cedar Forest, 1681 m, 22. VIII.2018, 1♀, leg. Boustani M., Jabbour J., all coll. MBOU. Flower record. Apiaceae: Eryngium glomeratum; Plumbaginaceae: Acantholimon libanoticum.Published as part of Boustani, Mira, Rasmont, Pierre, Dathe, Holger H., Ghisbain, Guillaume, Kasparek, Max, Michez, Denis, Müller, Andreas, Pauly, Alain, Risch, Stefan, Straka, Jakub, Terzo, Michael, Achter, Xavier Van, Wood, Thomas J. & Nemer, Nabil, 2021, The bees of Lebanon (Hymenoptera: Apoidea: Anthophila), pp. 1-146 in Zootaxa 4976 (1) on page 84, DOI: 10.11646/zootaxa.4976.1.1, http://zenodo.org/record/481901

    Le temps-discours, les temps-images. Pluralisation et ouverture de l'organisation temporelle de la vie quotidienne

    No full text
    «The Time-Discourse, the Time-Images. Pluralization and Opening of the Temporal Organization of the Everyday Life». Heidrun Friese [39-64]. The question of time takes up a main place in the social theory. The author examines particularly the place of the construction of time in the theories of action in the work of Bourdieu and Giddens. Pointing out their deficiencies, the author describes the multiplicity of strategies in the construction of a splited temporality in the ordinary person everyday acts (the article relies on an ethnographie survey in Sicily). She pleads for the integration in a renewed sociology of time of this irreducible plurality of time (biographical time, historical local time, historical universal time), which characterizes all the local practices.«Le temps-discours, les temps-images. Pluralisation et ouverture de l'organisation temporelle de la vie quotidienne». Heidrun Friese [39-64]. La question du temps occupe une place centrale dans la théorie sociale. L'auteur examine en particulier la place de la construction du temps dans les théories de l'action de Bourdieu et de Giddens. Pointant leurs insuffisances, l'auteur - en s'appuyant sur une enquête ethnographique menée en Sicile (dont elle a par ailleurs tiré un ouvrage) - décrit les multiples stratégies de construction d'une temporalité éclatée à l'œuvre dans l'agir quotidien des personnes et plaide pour l'intégration de cette pluralité irréductible (temps biographique, temps historique local, temps historique universel), qui caractérise toute pratique locale, dans une théorie sociologique du temps renouvelée.Friese Heidrun. Le temps-discours, les temps-images. Pluralisation et ouverture de l'organisation temporelle de la vie quotidienne. In: Politix, vol. 10, n°39, Troisième trimestre 1997. Se référer au passé, sous la direction de Jean-Philippe Heurtin et Danny Trom. pp. 39-64

    Beschrijving van de natuurrandvoorwaarden, van belang voor een probabilistisch ontwerp van een waterkering aan het Friese wad

    No full text
    Het doel van de beschouwingen in dit rapport is het vastleggen van de natuurrandvoorwaarden ten behoeve van het ontwerp van een zanddam ter plaatse van het Friese Wad, op een zodanige wijze, dat een probabilistische benadering mcgelijk is. Getracht is, de relevante invloeden op een probabilistische wijze tebeschrijven. Helaas was het in veel gevallen niet mogelijk verder te komen dan een gemiddeld verband. Voor zover mogelijk is dan uit het meetmateriaal een spreiding geschat.VloeistofmechanicaHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience

    FIGURES 3–10 in Heinrich Friese (1860-1948): Names proposed and notes on a pioneer melittologist (Hymenoptera, Anthophila)

    No full text
    FIGURES 3–10. Examples of labels used by Friese. 3. Centris versicolor rufiventris. Syntype (ZMHB). Red Type label suggest a type; locality and specimen correspond to original description. 4. Epicharis rustica var. flava. Syntype (subsequently designated lectotype) (ZMHB). No type label from Friese, but locality, collection date, and specimen correspond with the original publication. Determination label indicates that this is a new taxon described by Friese (variously handwritten "n.var.", "n.sp.", or just "n" on other specimens). 5. Trigona keyensis. Probable syntype (AMNH). No type label on this specimen, but locality, collection date, and specimen correspond with the original publication. Determination label only indicates that Friese is the author and determiner of the species, but not that this is a new taxon. 6. Trigona flaviventris. Not a type (AMNH). Orange "Typus" label suggest a type, but specimen collected after the description of the species. 7. Megacilissa tomentosa. Syntype (ZMHB). Early orange Type label. 8. Callosphecodes ralunensis. Holotype (ZMHB). Alternative red framed Type label. Additional label indicate that this specimen was part of Friese's personal collection. 9. Trigona mellipes. Probable syntype (ZMHB). No type label on this specimen, but locality, collection date, and specimen corresponds with the original publication. Determination label only indicates that Friese is the author and determiner of the species, but not that this is a new taxon. Additional label indicate that this specimen was part of Friese's personal collection and is now deposited in ZMHB. 10. Trigona handlirschi. Probable holotype (ZMHB). Orange Typus label. T. handlirschi was described based on a single worker from "Brasilia" (here =Amazonas, Brasil, 1897), but determination label is from 909 (=1909). As this was the only specimen of this taxa encountered and because it is from the type locality and was colleted before the publication of the species, it is presumed the holotype, although the determination label does not provide evidence for this. We have seen other cases were putative types were labeled with determination labels dating after the publication of the taxa, and it is not unlikely that Friese would add these labels at later date.Published as part of <i>Rasmussen, Claus & Ascher, John S., 2008, Heinrich Friese (1860-1948): Names proposed and notes on a pioneer melittologist (Hymenoptera, Anthophila), pp. 1-118 in Zootaxa 1833 (1)</i> on page 10, DOI: 10.11646/zootaxa.1833.1.1, <a href="http://zenodo.org/record/10089303">http://zenodo.org/record/10089303</a&gt

    Het Friese Boezemstelsel onder extreme condities: Een analyse

    No full text
    De centrale vraag is of het Friese boezemstelsel voldoende toegerust is om ook de komende decennia met de middelen die haar ter beschikking staan een toereikend peilbeheer te voeren. Daarom is in dit onderzoek nagegaan hoe het Friese boezemstelsel zich gedraagt onder extreme condities; extreme omstandigheden welke een toekomstige situatie representeren. Daarbij is gebruik gemaakt van een -dimensionaal stromingsmodel van de boezem gedefinieerd in het programma Sobek. Bij het bepalen van de belastingen en randvoorwaarden voor het boezemmodel is nagegaan welke verwachte ontwikkeling deze grootheden gaan doormaken vanaf heden tot aan het jaar 2030; dit jaar is namelijk als richtjaar gekozen. Bijvoorbeeld: zeespiegelstijging (Waddenzee), veranderingen in de streefpeilen van het Lauwersmeer en het IJsselmeer, temperatuurfluctuaties, ontwikkelingen in de neerslag, etc. Voor de formulering van de neerslagbelasting vanuit het afwaterende gebied is uit een jarenlange neerslagreeks een extreme periode geselecteerd. Met een neerlag-afvoermodel voor het afwaterende gebied is de extreme neerslagperiode omgezet in een boezembelasting. Daarbij werd duidelijk dat neerslagpieken worden afgevlakt in de boezemtoevoer vanwege de begrensde capaciteit van de afvoerkunstwerken van de afwaterende gebieden. Het boezemstelsel wordt beoordeeld aan de hand van op diverse locaties gemeten waterstanden. Het boezemstelsel kan worden opgedeeld in 38 zogenaamde karakteristieke gebieden. Voor elk gebied geldt een maximaal toelaatbaar peil. Wordt dit peil gedurende de simulatieperiode overschreden dan heeft het boezemstelsel gefaald en dienen er maatregelen getroffen te worden. Er is een belastingscenario, genaamd BasisSimulatie, gecred, die gekenmerkt wordt door een extreme boezembelasting en hoge buitenwaterstanden (Waddenzee). In dit scenario is het peilbeheer van het Lauwersmeer aangehouden, zoals deze in de huidige situatie wordt gevoerd. De simulatie met dit scenario laat zien dat de eerste overschrijdingen van de maximumpeilen in het Westen van de provincie plaatsvinden, waarna de peiloverschrijdingen zich in de dagen die daarop volgen voordoen in vrijwel het gehele boezemsysteem. Daarnaast valt op dat de boezembelasting de boezemafvoer veruit overtreft. De boezemafvoer kan echter niet verder vergroot worden met de bestaande middelen: er is in de gegeven omstandigheden maximaal afgevoerd, door zowel de sluizen als de gemalen. Gemeten naar de omvang van het afvoervolume vindt de lozing voornamelijk plaats via de Zuidwestelijk en Noordoostelijk gelegen kunstwerken. De oplossing voor de optredende peiloverschrijdingen is gezocht in het opheffen van de discrepantie tussen de omvang van de boezembelasting en van de beschikbare afvoercapaciteit van het boezemsysteem; een tweede simulatie, SimulatiePlus, is uitgevoerd met het boezemnetwerk uitgebreid met een gemaal te Harlingen en een gemaal te Lauwersoog, de laatste verbonden met de boezem ter hoogte van Dokkumer Nieuwe Zijlen via een lateraal kanaal. Deze simulatie toont aan dat in een groot gedeelte van het boezemsysteem geen peiloverschrijdingen meer plaatsvinden en dat het gemaal Harlingen daar het grootste aandeel in heeft. In het Centraal- en Zuidwesten worden wel maxima overschreden, hoewel ook hier significante peildalingen zijn waargenomen ten opzichte van de situatie in BasisSimulatie, maar blijkbaar nog van onvoldoende grootte. Het gemaal Lauwersoog wordt afwisselend met de sluizen van Dokkumer Nieuwe Zijlen in werking gesteld. Dit levert geen verhoogde afvoer via het Noordoosten op. Wel kan het gemaal Lauwersoog op termijn de functie van de D.N.Z.-sluizen overnemen, wanneer het lozen onder vrij verval onmogelijk wordt gemaakt als gevolg van een structureel stijgend Lauwersmeerpeil.Civil Engineering and Geoscience

    Friese en Groninger kwelderwerken : monitoring en beheer 1960-2010

    No full text
    Zowel in nationaal als in trilateraal verband geldt als één van de ecologische doelen voor de Waddenzee een zo groot en natuurlijk mogelijk areaal aan kwelders. Actief ingrijpen om bestaande kwelders in stand te houden dient op een zo natuurlijk mogelijke wijze plaats te vinden. In de kwelderwerken en zomerpolders langs Friese en Groninger vastelandskust is een omslag in beheer ingezet richting duurzamer en minder kunstmatig. Langetermijnmonitoring van onder meer de hoogte- en vegetatieontwikkeling begeleidt deze verandering en dient ook om te zien of de meer natuurlijke wijze van beheer zich verdraagt met de effecten van zeespiegelstijging. De resultaten worden jaarlijks op www.waddenzee.nl gepubliceerd en zijn verder onder andere ook input voor de vijfjaarlijkse Quality Status Reports in het kader van de trilaterale samenwerking tussen de Wadddenzee-landen. De Waddenzee is het belangrijkste gebied voor éénjarige pioniervegetaties van Zeekraal. Deze pionierzone is de overgang van wadplaten naar kwelder en beschermt de hoger gelegen kwelderzones. Door opslibbing worden kwelders hoger, waarbij de vegetatie door successie verandert. De vegetatie ontwikkelt zich tijdens dat proces tot een eindstadium of climaxbegroeiing. De biodiversiteit neemt sterk af als een kwelder in zijn eindfase komt door veroudering met als eindstadium een soortenarme vegetatie van Zeekweek. Begreppeling versnelt de veroudering van de kwelderzone. Beweiding stelt de ontwikkeling van een climaxvegetatie uit. De ideale natuurlijke situatie zou cyclische successie zijn, daarbij zijn aangroei en afslag van kwelders in evenwicht. De kwaliteit van kwelders kan worden verbeterd door de variatie aan hoogtezones, geomorfologische vormen (groene stranden, slufters, zandige kwelders, kleiige kwelders) en beheervormen (beweide en onbeweide kwelders) te behouden of te herstelle

    Ceratina (Euceratina) mandibularis Friese 1896

    No full text
    Ceratina (Euceratina) mandibularis Friese, 1896 Distribution: WEST PALAEARCTIC: Ponto-Mediterranean (Terzo & Rasmont 2011, Ascher & Pickering 2021). Local distribution fig. 15.13 Literature. Friese (1899): Specimens from Beirut, 28.IV.1899; Brumana, 30.V.1899. Mentioned by Grace (2010) Unpublished records. GBIF 2021, SEMC: Aley, Ain Es Sayde, 15.VIII.1994, 1♂, det. Baker D., leg. Roche C.G.; Mount Lebanon: Monteverde, 350 m, 19.VIII.1994, 1♀, determiner unknown; 28.VIII.1994, 1♀, det. Baker D.; 1♂, determiner unknown, all leg. Roche C.G. Al Montazah, near Mansourieh, 100 m, 11.V.1995, 2♂, det. Baker D., leg. Roche C.G. Material examined. BDFGM material. MNHUB: Beyrouth [Beirut], date unknown, 1♀, leg. Schmiedeknecht O.; 1♂, leg. Jehmirdek; 1♂, leg. Friese H.; 28.IV.1899, 1♀, leg. Friese H.; Bekaa: Baalbeck, 27.IV.1934, 1♂, leg. Stich R.; OÖLM: Beyrouth [Beirut], date and collector unknown, 1♂; RBIN: Beyrouth [Beirut], date and collector unknown, 1♀; BMNH: Mount Lebanon: Brumana, 30.IV.1899, 1♀, leg. Saunders E.; N. Lebanon: Trablous [Tripoli], 8.VI.1944, 1♀, leg. Cott H.B.; MNHNP: Bekaa, Ksarah, 1913, 4♀, leg. Clainysanain G.; ZSM: Mount Lebanon, Brumana, 7.V.1919, 1♀; 7.VIII.1899, 1♀. Author material. Mount Lebanon: Maaser Al Chouf, 1143 m, 29.V.2019, 1♀, 1♂, leg. Boustani M.; 1364 m, 29.V.2019, 1♂, leg. Boustani M.; Barouk, Hayy Mar Geryos, 1121 m, 12. VIII.2019, 1♂, leg. Boustani M.; Barouk, 1086 m, 12. VIII.2019, 3♀, 3♂, leg. Boustani M., all coll. MBOU. N. Lebanon: Tannourine El Tahta, Wadi Ain El Raha, 901 m, 11.IV.2017, 3♂, leg. Boustani M.; 900 m, 18.IV.2017, 4♂, leg. Boustani M.; Qadisha Valley, 950 m, 5.V.2017, 3♀, 1♂, leg. Nemeth T.; Tannourine El Tahta, Wadi Ain El Raha, 900 m, 11.V.2017, 2♀, leg. Boustani M.; Tannourine El Tahta, Malaa Al Nahrein, 958 m, 2. VIII.2017, 1♂, leg. Boustani M.; Tannourine El Tahta, Al Mahbase, 893 m, 25.IV.2019, 1♀, leg. Boustani M.; Tannourine El Tahta, Wadi Al Fouar, 1504 m, 13.V.2019, 1♀, leg. Boustani M., all coll. MBOU. Flower records. Asteraceae: Anthemis pauciloba, Anthemis sp., Carduus argentatus; Caprifoliaceae: Cephalaria cf joppensis, Cephalaria joppensis; Convolvulaceae: Convolvulus arvensis; Lamiaceae: Eremostachys laciniata, Stachys cretica, Stachys distans.Published as part of Boustani, Mira, Rasmont, Pierre, Dathe, Holger H., Ghisbain, Guillaume, Kasparek, Max, Michez, Denis, Müller, Andreas, Pauly, Alain, Risch, Stefan, Straka, Jakub, Terzo, Michael, Achter, Xavier Van, Wood, Thomas J. & Nemer, Nabil, 2021, The bees of Lebanon (Hymenoptera: Apoidea: Anthophila), pp. 1-146 in Zootaxa 4976 (1) on pages 83-84, DOI: 10.11646/zootaxa.4976.1.1, http://zenodo.org/record/481901

    Mariama Bâ, an author between two worlds

    No full text
    The Senegalese author Mariama Bâ has written two novels: Une si longue lettre and Un chant écarlate. In these novels, she addresses the social grievances of the Senegalese population. She was the first female author to bring femininity out of the shadow of male leadership. With the themes of polygamy and the equality of women, she writes two ubiquitously significant novels. This thesis focuses on three motifs for a content literary analysis in order to approach the life circumstances of the fictional characters. It is demonstrated what influence the chosen factors: Suffering, memory and cultural landscapes have on the characters and how they deal with their individual life paths.Die senegalesische Autorin Mariama Bâ verfasste zwei Romane: Une si longue lettre und Un chant écarlate. In diesen Romanen thematisiert sie die gesellschaftlichen Missstände in der senegalesischen Bevölkerung. Als erste weibliche Autorin verschafft sie der Weiblichkeit einen Sprung aus dem Schatten der männlichen Führung. Mit den Themen der Polygamie und der Gleichstellung der Frau verfasst sie zwei allgegenwärtig bedeutsame Romane. Die Arbeit fokussiert drei Motive für eine inhaltliche Literaturanalyse, um sich den Lebensumständen der fiktiven Figuren anzunähern. Es wird nachgewiesen, welchen Einfluss die gewählten Faktoren: Leid, Erinnerung und kulturelle Landschaften auf die Figuren haben und wie sie mit ihrem individuellen Lebensweg umgehen

    Raise your hands: a reaction to Lean In

    No full text
    After reading Sheryl Sandberg’s Lean In: Women, Work and the Will to Lead, a non-fiction book discussing women’s current roles in the workplace, I have become enlightened of the challenges that women continue to face. I was under the impression that the United States was continuing to progress towards gender equality, but in reality, it remains at an awkward standstill. My research will include a personal reconstruction of Harvard’s Heidi/Howard study, a study in which participants were given the story of a successful female and asked to provide their perceptions of her, while a separate group of participants were given the same story with just the gender of the protagonist changed and asked to give their perceptions. This study tested the perceptions of successful females in the business environment. The difference with my experiment is that the story of the successful female will be of a female student in higher education instead of a woman already far into her professional career. In addition, I will observe some classes at Southern New Hampshire University and record the participation of both male and female students to if there is male dominance in the classrooms. This study will also utilize a literature review of current research on gender equality in the United States of America. (Author abstract)Friese, M. (2014). Raise your hands: a reaction to Lean In. Retrieved from http://academicarchive.snhu.ed
    corecore