48 research outputs found
Bepaling van de Werkbaarheid van Materieel Offshore
Een activiteit offshore valt of staat met de situatie op het water, de zee. Golven, stroming en wind en bijvoorbeeld mist zijn bepalend voor het al dan niet kunnen uitvoeren van deze activiteit. Een belangrijke oorzaak van verlet is het golfklimaat. In het afstudeeronderzoek "Bepaling van de Werkbaarheid van Materieel Offshore" is bekeken hoe de invloed van het golfklimaat bepaald wordt en hoe deze toegepast wordt in een werkbaarheidsanalyse. Daartoe is het afstudeerwerk in twee delen opgesplitst: \u95 deel 1: Voorstudie, waarin een overzicht wordt gegeven van de algemene procedure voor de bepaling van de werkbaarheid op zee; \u95 deel 2: Opzet tijdreeksanalyse, waarin eigenschappen van meetreeksen die ter sprake zijn gekomen in deel 1 nader uitgewerkt worden. DEEL 1: VOORSTUDIE Werkbaarheid op zee is afhankelijk van het materieel waarmee gewerkt wordt en het golfklimaat waarin gewerkt moet worden. Het golfklimaat wordt beschreven aan de hand van de golfhoogte, de periode en de golfrichting. Deze variabelen kunnen worden verkregen uit metingen van golven of de wind. Voor een werkbaarheidsanalyse zijn ten behoeve van de nauwkeurigheid lange meetreeksen een vereiste. Analyse geschiedt aan de hand van wavescatterdiagrammen of tijdreeksen. Om de werkbaarheid van een drijvende constructie te bepalen, zijn behalve het golfklimaat en de scheepskarakteristieken, ook criteria voor de werkbaarheid in termen van het gedrag van de constructie nodig. Door Nordforsk (1987) worden algemene werkbaarheidscriteria gegeven voor schepen, er zijn echter ook specifieke criteria die afhankelijk zijn van onder andere het type project en de werkmethode. Wanneer zowel het type schip als de werkbaarheidscriteria bekend zijn, kunnen de maatgevende zeetoestanden worden bepaald. Deze maatgevende zeetoestanden bepalen in combinatie met het gegeven zeeklimaat de werkbaarheid, of specifieker: de hoeveelheid verlet. Verlet kan uitgerekend worden met behulp van: \u95 analyse met behulp van scatterdiagrammen, voor elk criterium wordt dan een werkbaarheidsgrens geconstrueerd in het scatterdiagram; \u95 tijdreeksanalyse, voor elk criterium apart of voor combinaties van criteria wordt het totale verlet voor een project uitgerekend. Analyse van scatterdiagrammen is eenvoudig en overzichtelijk, de analyse van tijdreeksen heeft echter het voordeel dat zowel duur-, als drempel-effecten, die leiden tot extra wachttijden, in projecten meegenomen kunnen worden. Tijdreeksen kunnen gegenereerd worden met behulp van: \u95 golfmetingen; \u95 windmetingen; \u95 verdelingsfuncties en persistentie diagrammen van golven of wind; \u95 scatterdiagrammen. Menselijk handelen is zeker van invloed op de mate van werkbaarheid, er zou daarom gestreefd moeten worden naar een betere 'boekhouding' van redenen van vertragingen. Tevens zou terugkoppeling tussen de uiteindelijke resultaten van een project en de voorspelde resultaten een beter inzicht verschaffen in de werkbaarheidsproblematiek. DEEL 2: OPZET TIJDREEKSANALYSE Zoals eerder gesteld kunnen tijdreeksen dus gebruikt worden voor de bepaling van de hoeveelheid verlet tijdens een project. Zo kan van een project met: \u95 een bepaalde netto projectduur (npd) en \u95 een bepaald criterium in termen van een (maatgevende) zeetoestand, dat uitgevoerd moet worden in een klimaat met een bepaalde verdeling, \u95 de werkelijke projectduur (wpd), \u95 de standaarddeviatie (stdev) en \u95 het werkbaarheidspercentage (wbh%) bepaald worden. Daartoe wordt in hoofdstuk 5 gebruik gemaakt van het programma PRSIM. Het blijkt dat de werkelijke projectduur lineair toeneemt met toenemende netto projectduur. De standaarddeviatie neemt toe met npd^0.5, terwijl de verhouding stdev/wpd juist afneemt. Het werkbaarheidspercentage is constant bij onafhankelijke zeetoestanden, wanneer er sprake is van correlatie tussen zeetoestanden neemt het werkbaarheidspercentage toe en benaderd een bepaalde limietwaarde. Voor verdere analyse zijn meetreeksen van golven op de Noordzee gebruikt. Het golfklimaat is niet te beschouwen als een stationair proces, waardoor de mate van werkbaarheid afhankelijk is van de tijd. De gemiddelde werkbaarheid in een jaar verloopt sinusvormig met een dal in december en een top in juni. De standaarddeviatie is 's winters groter dan 's zomers, hetgeen gerelateerd kan worden aan de relatief wisselvallige weersomstandigheden tijdens de wintermaanden. De werkbaarheid zou dus beschreven moeten worden door een stochastisch proces met een variërend gemiddelde en een variërende standaarddeviatie. Een benadering van het verloop kan verkregen worden door het jaar op te delen in seizoenen met constante gemiddelden en deviaties. De duur van een project, dat moet worden uitgevoerd op zee, is afhankelijk van twee soorten spreidingen: \u95 de spreiding van de kenmerkende eigenschappen, zoals bv. de standaarddeviatie, van jaar tot jaar. \u95 de spreiding in de vorm van de standaarddeviatie, dat de onzekerheid van het weer weergeeft in een bepaalde tijd van het jaar. Door andere bronnen van informatie, zoals winddata, te combineren met golfdata zou een beter beeld van deze twee soorten spreidingen verkregen kunnen worden. Het verschil tussen de gemiddelde werkbaarheidspercentages op jaarbasis, bepaald uit het scatterdiagram en uit de meetreeks, neemt af naarmate de netto projectduur toeneemt. Dus alleen wanneer de duur van het project van dezelfde orde van grootte is als de persistentie van zeetoestanden lijkt een tijdreeksanalyse interessant.Hydraulic EngineeringHydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
KlimaatPlusWonen, te mooi om waar te zijn: Studie naar het energetisch gedrag van kaswoningen met nieuwe innovatieve warmtewisselaars
In dit rapport is het gebruik van de nieuwe innovatieve warmtewisselaars Fiwihex en Smart Skin in combinatie met warmteopslag bij individuele kaswoningen onderzocht. Door het combineren van deze warmtewisselaars, een kas en bodemopslag kan zonnewarmte worden gewonnen voor ruimteverwarming. In de zomer wordt de kasruimte met koud water gekoeld, waarbij het water opwarmt en wordt opgeslagen. In de winter wordt dit opgeslagen warme water gebruikt om de kas en de woning te verwarmen. Het water dat gebruikt wordt om de kas te verwarmen koelt af en kan in de zomer weer worden gebruikt om de kas te koelen. Hiermee herhaalt de cyclus zich. Op deze wijze moet het gebruik van fossiele brandstoffen voor ruimteverwarming worden teruggebracht. Het ontwerp voor de KlimaatPlusWoningen in Amsterdam is de aanleiding van dit onderzoek. Men wil dit systeem van warmtewinning toepassen om het gebruik van fossiele brandstoffen voor ruimteverwarming aanzienlijk terug te brengen. Door dit concept te combineren met opwekking van duurzame elektrische energie wil men woningen realiseren die netto elektrische energie produceren. Dit ontwerp is de aanleiding van dit onderzoek, dat zich richt op kaswoningen met Fiwihex en Smart Skin in het algemeen. Er is in dit rapport een formule afgeleid om het vermogen dat de Fiwihex levert te berekenen. Vergeleken met andere warmtewisselaars is de Fiwihex niet efficiënter. Wel is de verhouding tussen de hoeveelheid geleverde hulpenergie en het geleverde vermogen redelijk gunstig. Het geringe geluidsniveau, kostenoverwegingen en comfort kunnen redenen om toch te kiezen voor de Fiwihex. Deze aspecten zijn in dit rapport echter niet nader onderzocht. De Smart Skin is nog in ontwikkeling. Uit de beschikbare meetgegevens is het gedrag van de Smart Skin lastig te analyseren. Ook is het lastig om parameters af te leiden voor simulatie, de Smart Skin is dan ook niet opgenomen in de simulaties. De vermogens die dit systeem aan de ruimte levert zijn in de beschouwde meetsituatie behoorlijk. Ook de energie die wordt gewonnen door middel het water in de leidingen is substantieel. Het is lastig te bepalen hoe dit is op andere momenten. Wel moet opgemerkt worden dat de temperatuur van het water in de buisjes maar een beperkte invloedslengte heeft over het glas. De warmteoverdracht tussen het water en de lucht wordt effectiever als men de tussenafstand kleiner maakt. Het optreden van oppervlaktecondensatie op het glas is zeer waarschijnlijk. Als er geen warmtewisselaars in de kas worden ingezet worden er bij grote instraling relatief hoge temperaturen bereikt. In de winter kunnen de temperaturen relatief laag worden. Als warmtewisselaars in de kas worden geplaatst kan de kastemperatuur beter beheerst worden, toch blijven er in de onderzochte situatie incidentele pieken en dalen in de kastemperatuur. De periode dat de kas gebruikt kan worden als verblijfsruimte is beperkt. Uit analyse van de warmtestromen blijkt dat bij de uitgangspunten en aannames van dit onderzoek met twee warmtewisselaars in de kas kan worden voorzien in de warmtevraag van de woning. Het temperatuurverschil dat het water in de Fiwihex ondergaat is relatief klein. Als er meer warmtewisselaars worden ingezet wordt het temperatuurverschil kleiner.Design and ConstructionCivil Engineering and Geoscience
Het stortgedrag van een schuifstorter
Bodem- en oeververdedigingswerken, op een zinkstuk (traditioneel), op geotextiel, of met een filtergradering in lagen, vormen een belangrijk onderdeel in waterbouwkundige constructies. Deze verdedigingsconstructies, tegen de eroderende werking van stroom-, verval- en/of golfbelastingen, worden onder andere toegepast op bodem en oevers in rivieren en zeearmen en bij afsluitingswerken. Ze zijn veelal opgebouwd uit relatief dunne lagen van granulair materiaal. De uitvoering van deze steenbestortingen geschiedt hoofdzakelijk met behulp van schepen die hun lading materiaal vanaf de waterlijn zijdelings overboord zetten. Het technisch meest verantwoorde werktuig is de schuifstorter, waarbij het stortmateriaal door middel van hydraulische schuiven zijdelings overboord wordt gezet, terwijl het schip een zijdelingse beweging maakt. Als met een schuifstorter stenen worden gestort is moeilijk te voorspellen hoe het profiel er op de bodem uit komt te zien. Deze onvoorspelbaarheid volgt voornamelijk uit (de onregelmatigheden) in het stortproces van de schuifstorter. Het doel van dit onderzoek is dan ook om meer inzicht in het stortproces van de schuifstorter te krijgen om zodoende de voorspelbaarheid van het stortprofiel ten behoeve van bodem- en oeverbeschermingen te kunnen verbeteren. Het accent van het onderzoek ligt hierbij voornamelijk op het inzichtelijk maken van (de onregelmatigheid in) de hoeveelheid stortmateriaal die van het laaddek geschoven wordt (aangedruid met bresgedrag het val- en bodemgedrag van het gestorte materiaal onder water (aangeduid met spreiding). Beide aspecten zijn in dit onderzoek middels (denk)modellen theoretisch benaderd en vervolgens getoetst aan de hand van experimenten die op verkleinde schaal zijn uitgevoerd.Civil Engineering and Geoscience
Bereiding van aluminiumfluoride uit de afgassen van de superfosfaatindustrie
Document(en) uit de collectie Chemische ProcestechnologieDelftChemTechApplied Science
Onderzoek naar de technische haalbaarheid van een zwevende tunnel in de Högsfjord
Het in februari 1984 afgeronde vooronderzoek naar mogelijke verbeteringen in de oeververbinding van de Högsfjord in ZW-Noorwegen heeft onder meer geleid tot een aanbeveling voor nadere studie naar een zwevende tunnel. Naast een aantal andere realistisch lijkende alternatieven hebben wij aangegeven in welk verband een dergelijk bijzonder soort constructie staat tot de oevrige, meer bekende vormen van oeververbindingen. In dit eerste verkenende onderzoek zijn een aantal typerende kenmerken van een zwevende tunnel geinventariseerd. Ook het Programma van Eisen en de (natuurlijke) randvoorwaarden zijn hierin behandeld. Vervolgens hebben wij een feasibility study uitgevoerd, een onderzoek naar - allereerst - de technische haalbaarheid van het beoogde concept. Deze studie, vervat in dit rapport, is gebaseerd op Noorse gegevens ten aanzien van verkeersprognoses en gestelde beperkingen. Het rapport is een weergave van de procedure die wij hebben gevolgd om tot een technisch verantwoord ontwerp te komen. Het duidelijk iteratieve karakter van deze vernieuwende studie is ook in de presentatie van het onderzoek terug te vinden. Het rapport geeft een beeld van de opeenvolgende stappen welke uiteindelijk hebben geleid tot een conclusie en een algemeen ontwerp. Hoewel wij hadden kunnen kiezen voor een presentatie waarbij het uiteindelijke ontwerp reeds vanaf het begin centraal stond, hebben wij, gezien de iteratieve aard van het onderzoek hiervan afgezien.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Het monitoren van bandenconditie
Dit rapport beschrijft een onderzoek naar het monitoren van bandenconditie. Dit wordt gedaan door het meten van tenminste de grootheden bandendruk en bandentemperatuur. Daarnaast is kennis over de resterende levensduur van de band gewenst. Hiervoor is de rubberdikte als maatstaf genomen. De rubberdikte vormt de basis van een model dat op basis van een aantal parameters een voorspelling doet over de resterende levensduur. Het onderzoek bestaat inhoudelijk uit vier delen. De eerste drie delen beschrijven respectievelijk de systemen voor het meten van de drie grootheden rubberdikte, temperatuur en luchtdruk. Het vierde deel beschrijft het model dat met de gegevens van de systemen een voorspelling kan doen. Alle delen hanteren dezelfde werkwijze. Allereerst wordt literatuuronderzoek gedaan, waarna als tweede voor druk en temperatuur een combinatie van bestaande meetmethoden de sensor kunnen vormen. Voor rubberdikte wordt gekeken naar een nieuwe meetmethode. Het model omvat een programma dat de meetwaarden weergeeft.Microelectronics & Computer EngineeringElectrical Engineering, Mathematics and Computer Scienc
Microprocessor bestuurd subsysteem voor een SPC telefooncentrale van het type PRX-205
Dit verslag beschrijft het ontwerp van een microprocessor systeem met behulp van Signetics 2650 microprocessor, waarmee de centrale processor en het control channel van een bestaande telefooncentrale van het type PRX-205 worden ontlast van grote hoeveelheden werk. Om dit te bereiken is het microprocessor systeem aangesloten tussen het control channel en de periferie apparatuur (subsysteem). De functies verricht door het microprocessorsysteem zijn: (a.) Autonome scan; (b). Digit Send / Receive. Verder wordt overeenkomstig het PRX control channel het microprocessor systeem verdubbeld om een betere betrouwbaarheid van het gehele systeem te kunnen verwezenlijken.Applied SciencesElectrotechniekAutomatische Verkeerssysteme
Vooroeversuppletie onder deining en windgolven: Toegepast op de Gold Coast, Queensland Australië
AI sinds jaar en dag worden over de hele wereld strandsuppleties uitgevoerd. Het doel van die strandsuppleties is de verdediging van kusten en de verbetering van de recreatiemogelijkheden. Om die laatste reden is er eind jaren tachtig een vooroeversuppletie uitgevoerd bij de Gold Coast in Queensland, Australie. Het morfologisch gedrag van die suppletie was echter anders dan voorspeld. Behalve de beoogde migratie kustwaarts was er ook een migratie langs de kust waarneembaar. Deze kust wordt gedomineerd door golven die als deining getypeerd kunnen worden. Dit gegeven tezamen met het waargenomen migratiegedrag hebben de vraag opgeroepen wat de morfologische gedragsverschillen en overeenkomsten zijn van zo'n vooroeversuppletie onder deining vergeleken met windgolven. Om dit te onderzoeken is een fictief model opgezet, waarin een rechte kust met evenwijdige dieptelijnen is opgenomen. Hierin is een suppletie ter grootte van 1.5 mln m3 aangebracht, dit komt overeen met de omvang van de suppletie zoals deze destijds bij de Gold Coast uitgevoerd is. Vervolgens is het model vier keer berekend met twee keer twee verschillende golven. De resultaten van de berekeningen zijn per set met elkaar vergeleken zowel op basis van de energieflux als op basis van de tijd. Aandacht is hierbij uitgegaan naar de dwarsen de langstransporten, de dwars- en langsdoorsneden en de volumes van meetvakken die in het simulatiegebied aangebracht zijn. Uit de resultaten bleek dat de twee golven duidelijk verschillende invloed hebben op een vooroeversuppletie. \u95 De snelheid waarmee de suppletie onder deining erodeert is veel groter dan onder windgolven. \u95 Onder deining vindt een verplaatsing van de kustlijn in zeewaartse richting plaats. \u95 Onder windgolven is het langstransport ongeveer gelijk aan dat bij deining. Het verloop over de doorsnede is wel verschillend \u95 Onder deining is het dwarstransport groter dan onder windgolven en voornamelijk kustwaarts gericht. Dit in tegenstelling tot windgolven waarbij een wisselend richtingspatroon waarneembaar is. \u95 Deining heeft een sterk afvlakkende werking op de suppletie. Dit in tegenstelling tot windgolven waarbij de suppletie een meer permanent karakter heeft. \u95 Bij een gegeven situatie, deining of windgolven, is het afhankelijk van het beoogde doel van de suppletie of in de gegeven omstandigheden een vooroeversuppletie een goede oplossing is. Als laatste is vervolgens een case-studie gedaan. Hierbij is getracht de morfologische veranderingen, zoals deze zich voordeden bij de Gold Coast na aanleg van de vooroeversuppletie, te simuleren. De algemene trend zoals deze zich in werkelijkheid voordeed, zijn in de simulatie terug te vinden. Helaas zit er in het simulatie model wet een onvolkomenheid waar de eindresultaten door beinvloed kunnen zijn. Ondanks dit zijn er toch enkele conclusie te trekken aan de hand van dit model. \u95 De translatie loodrecht op de kust is het gevolg van de deining. \u95 De translatie langs de kust is deels het gevolg van de windgolven maar deels ook het gevolg van de deining. Dit laatste is het gevolg van de hoek van inval van de deining. Deze is onder een hoek van 45° tot 50°. Bij deze hoek treedt, onder gelijke omstandigheden het maximaal mogelijke langstransport op.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Proefeiland IJburg: Bepaling theoretisch zandtraject tijdens sproeiproces
Om aan de blijvende vraag naar woningen te kunnen voldoen is de Gemeente Amsterdam al sinds 1979 plannen aan het maken voor een mogelijke uitbreiding in , oostelijke richting. Onderdeel van deze uitbreiding is de wijk IJburg, die zich uit zal strekken in het IJmeer. Hiertoe zal zo'n 600 hectare land gewonnen (opgehoogd) moeten worden, waarop dan circa 18.000 woningen een plaats zullen vinden. Om een beter inzicht te verkrijgen in de stabiliteit, werkmethode en kosten is gekozen voor de aanleg van een proefeiland van 360 bij 160 m op bodemniveau. Onderdeel van de uitvoering van dit proefeiland is het sproeien van zand onder water om zo een ophoging te creëren van de bodem tot aan de waterlijn. Het sproeien werd uitgevoerd met behulp van een speciaal voor dit project ontwikkeld sproeiponton met het doel: \u95 de mengselstroom over een grote breedte (12 m) te verspreiden; \u95 de mengselstroomsnelheid dermate te verlagen dat het sproeiproces nauwkeurig beheerst kon worden en het ontstaan van erosiekuilen op de bodem werd tegengegaan. Tijdens de voorbereiding was het verschijnsel van het ontstaan van een sedimentatiestroom over de bodem al gesignaleerd, maar in de overgang van de voorbereiding naar de uitvoering is de informatie hierover verloren gegaan. Tijdens de uitvoering heeft men aan de hand van dieptepeilingen het verhaaltraject van het ponton toch weten te bepalen en te sturen.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Temperatuursinvloeden op tunnelconstructies
Verslag van het werk van studiegroep II van de KIvI sectie voor tunneltechniek. Onderzoek naar het effect van fluctuaties in de temperatuur op afgezonken tunnels en tunnel delen
